Dubbele vuurkracht van Rothenbergs Double Band

Toen de Amerikaanse saxofonist John Zorn in 1985 zijn liefde voor de filmmuziek van Ennio Morricone wilde bewijzen met een lp vol Morricone-bewerkingen (The Big Gundown), deed hij een beroep op de beste improvisatoren uit de Newyorkse down-townscene....

Een deel van die lof had zeker ook naar Zorns stadgenoot Ned Rothenberg mogen gaan. Rothenberg leverde een wezenlijk bijdrage aan het succes van The Big Gundown. Niet op zijn hoofd-instrument de altsax, maar op de shakuhachi. De hartstochtelijke zuchten die hij aan de bamboefluit ontlokt maken dat Zorn in Giu La Testa zijn voorbeeld op eigen terrein verslaat: dank zij Rothenbergs jankende glissando's munt het stuk uit in die sensuele, prikkelende spanning waar Morricone zo van houdt.

Saxofonisten die 'dubbelen' op dwarsfluit zijn geen ongewoon verschijnsel. De combinatie van sax en shakuhachi is al wat minder gangbaar. Nog zeldzamer zal het fenomeen zijn van een westerse saxofonist die naar Japan trekt om daar oude fluittechnieken te bestuderen. En van een muzikant die het in zijn hoofd haalt klassieke shakuhachi-stukken te gebruiken als studiemateriaal om zijn saxofoontechniek te perfectioneren is er ongetwijfeld maar een: Ned Rothenberg.

Rothenberg is een echte saxofoon-beul. Niet dat hij van krachtvertoon houdt, maar wie Rothenberg voor het eerst hoort zal met open mond naar hem luisteren. Rothenberg typeert zijn specialisme als 'nauwgezette microtonale organisatie'. Het komt er op neer dat hij met dubbeltonen, circular breathing en andere 'gevorderde' technieken (variaties in lipspanning, afwijkende vingerzettingen) een suggestie van polyfonie wekt: combinaties van een bourdontoon met over elkaar heen buitelende hoge noten, waarin zich in een soort trompe-l'oreille allerlei meerstemmige motieven aftekenen.

Zo'n vijftien jaar geleden was Rothenbergs faam voornamelijk beperkt tot het avantgarde-circuit. Hij trad op als solist (vanaf 1982 bijna jaarlijks in het Eindhovense Apollohuis), begon het platenfirmaatje Lumina (waarop John Zorn soloplaten uitbracht) en verleende verder zijn diensten aan wie ze maar gebruiken kon - zoals John Zorn.

Pas onlangs richtte Rothenberg een eigen groep op, de Double Band, die bestaat uit twee altsaxen, twee basgitaren en twee slagwerkers. De cd Overlays was een van de verrassingen van 1992: een opwindende heksenketel van stuiterende funkritmen, met twee alten die nu eens dwars tegen het ritme in gaan, dan weer het voortouw nemen in vurige saxofoongevechten. 'Multi-layered cubist funk', luidde het oordeel van een Newyorkse criticus: een mooi voorbeeld hoe avantgarde zonder kleerscheuren in de mainstream belandt.

Op de zojuist verschenen tweede cd is de bezetting veranderd: zo speelt top-bassist Kermit Driscoll (vaste begeleider van gitarist Bill Frisell) niet meer mee. Of het daar aan ligt is de vraag, maar Real and Imagined Time is net wat minder dan zijn voorganger.

Op de vuurkracht van Rothenbergs sparring-partner Thomas Chapin valt niets aan te merken, wèl op diens sopraansolo in het titelstuk, die naar oudbakken fusion neigt. Zo zijn er meer tamme passages, al weet Rothenberg met een striemende a cappella-solo in Once and Future de balans aardig te herstellen. Voor wie hem in onverdunde vorm wil horen is er de solo-cd The Crux (Leo Records), waarop Rothenberg onder meer demonstreert hoe shakuhachi-technieken nieuwe vormen van saxofoonspel mogelijk maken.

Ned Rothenberg Double Band: Real and Imagined Time. Moers Music 03006 CD. Vanavond speelt de Double Band in het Korzo Theater, Den Haag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.