Dubbele munt verstoort economie Cuba

Mondialisering

Met de CUC kun je mooie dingen kopen, met de peso niets bijzonders. Het tweemuntensysteem dat Cuba na de val van de Sovjet-Unie invoerde begint een blok aan het been te worden.

De boer trekt nog eens aan zijn huisgemaakte sigaar en peinst voor zich uit. Nee, slecht gaat het hem niet. Althans: vroeger was het veel slechter. 'Toen ik studeerde in Havana, in de jaren negentig, toen was het echt rampzalig. Er was niets.' Twee keer per jaar keerde hij huiswaarts, een reis die per auto nu een paar uur vergt. 'Daar deed ik toen een week over. Er reden bijna geen auto's, geen bussen, niets.'


Dus hem zal je niet snel horen mopperen. Erg goed gaat het niet met Cuba, maar duizend keer beter dan toen, toen de Sovjet-Unie net uiteen was gevallen en was opgehouden Cuba's suiker af te nemen in ruil voor goedkope Russische tractoren, olie en Lada's.


Maar de boer, wiens naam hier ongenoemd blijft omdat meningsuiting bij de Cubaanse autoriteiten slecht kan vallen, heeft nog een andere reden om niet te mopperen. Hij zit in een positie waarin hij inkomsten kan genereren in de vorm van CUCs. CUC staat voor CUbaanse Convertibele peso, een munt die in waarde gelijk is aan één dollar. Het is de munt waarmee elke buitenlander zijn verblijf op Cuba betaalt. In veel winkels, vooral in de winkels met aantrekkelijke spullen zoals bier, mooie kleren en zelfs veel voedsel, moet je met CUCs betalen.


Het gewone betaalmiddel op Cuba, de peso, is de munt van de armoede. Eén CUC is 24 peso's waard. Met die peso's kun je in staatswinkels betalen, voor spullen die je in leven houden maar die op geen enkele manier begerenswaardig zijn. Wie alleen peso's verdient, is op dat soort vreugdeloze winkeltjes aangewezen, waar het brood (dat op de bon is) naar varken smaakt, en waar zwarte bonen de meest frivole waren zijn.


Elke Cubaan doet zijn uiterste best CUCs te bemachtigen. De boer: 'Ik moet 90 procent van mijn tabak aan de staatsfabriek verkopen. Aan de 10 procent die ik mag houden, verdien ik veel meer dan aan die 90 procent.' Want die 10 procent, daarvan draait hij sigaren en die verkoopt hij aan toeristen, voor drie CUC per stuk.


Het tweemuntensysteem brengt een enorme verspilling met zich mee. De regering erkent dat. Onlangs beschreef de Cubaanse econoom Ledys Camacho Casado in het semi-regeringsblad Opciones de nadelen. Rendabele ondernemingen in de peso-sector leggen het af tegen minder rendabele in de CUC-sector, import- en exportprijzen worden beïnvloed en de productiemiddelen komen niet meer daar waar ze het meeste opleveren.


Het tweemuntensysteem werd in de jaren negentig ingevoerd. Na het ineenstorten van de Sovjet-Unie en het daaropvolgende ineenstorten van Cuba, gebruikten steeds meer Cubanen de Amerikaanse dollar als betaalmiddel in plaats van de waardeloze peso. Om die ontwikkeling te stuiten, werd de convertibele peso ingevoerd, met een vaste koers: één CUC is één dollar, is 24 peso's.


Maar nu is het tweemuntensysteem een blok aan het been geworden. Geen land heeft volgens de Wereldbank meer artsen per hoofd van de bevolking dan Cuba, maar die duur opgeleide artsen verdienen slechts peso's en zijn dus straatarm. Tienduizenden artsen gaan naar het buitenland, naar landen als Brazilië en Venezuela (daar alleen al werken er 50 duizend), waar ze veel meer verdienen. Artsen zijn nu Cuba's belangrijkste exportproduct. Dankzij de in het buitenland werkende artsen, komt er ruim 8 miljard dollar aan harde valuta het land in, 40 procent van de exportinkomsten van het land.


Econoom Camacho stelt dat Cuba van die dubbele standaard af moet, maar snel zal het niet gaan. 'Stapje voor stapje zullen de waarden van de twee munten naar elkaar toe moeten groeien.'


Of Cuba daarvoor de tijd heeft, is de vraag. Het land leunt zwaar op Venezuela. De handel met Venezuela maakt maar liefst 40 procent uit van de buitenlandse handel. Zonder Venezuela zit Cuba zonder olie.


Maar Venezuela wordt met de dag instabieler. De regering-Castro heeft al studies laten maken naar 'een Cuba zonder Venezuela'. Pavel Vidal Alejandro, hoogleraar aan een Colombiaanse universiteit maar tot twee jaar geleden werkzaam bij de Centrale Bank van Cuba, voorziet dat zelfs een geleidelijke verwijdering tussen Cuba en Venezuela de Cubaanse economie in een crisis zal brengen, met zeker vier jaar krimp van misschien wel 8 procent per jaar.


Voor Vidal is het maar de vraag of Cuba zo'n klap kan dragen. De klap van 1991, toen de Sovjet-Unie wegviel als steunpilaar, is nog niet eens verwerkt. De salarissen die de overheid betaalt, gemiddeld ongeveer 20 dollar, zijn nu nog maar een kwart van die van voor die crisis.


Maar het is niet de economie die hem bij een Venezuela-crisis zorgen baart, sterker nog: dat zou wel goed uitkomen, want dan kunnen de economische hervormingen flink worden versneld. Opmerkelijk is dat Vidal vooral politieke problemen voorziet. De sociale verschillen in het land zijn sterk toegenomen, stelt hij. 'En het politieke leiderschap is sterk veranderd.' Daarmee hint hij op de machtswisseling binnen de familie Castro, in 2008: Fidel weg ten gunste van broer Raùl.


De boer met zijn zelfgedraaide sigaren heeft er geen studie voor nodig. Natuurlijk moet de economie veranderen, natuurlijk moet dat dubbele munstsysteem worden afgeschaft. 'En we moeten de betrekkingen met de Verenigde Staten normaliseren. Dan kunnen we veel meer sigaren exporteren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.