Dubbeldik

NOG vijf dagen voor het Kerstmis is, maar driekwart van de dubbeldikke weekbladnummers heb ik al uit, en vanochtend zal ik de rest hebben gedaan....

Altijd hetzelfde.

Misschien lees ik te vlug.

Misschien ben ik ook te gulzig.

Heb ik ooit tot de hoek van de straat kunnen afblijven van de appel die m'n moeder me voor het speelkwartier had meegegeven? Kan ik me op zondagmiddag beheersen om niet naar Teletekst te kijken, teneinde pas 's avonds bij Studio Sport te horen of Ajax heeft gewonnen? Leg ik van elk tientje dat ik verdien vast een rijksdaalder opzij voor als straks de blauwe envelop van Zalm en Vermeend in de bus ligt? Heb ik ooit gespaard voor later?

Alles moest altijd meteen op, dus ik weet precies hoe ik zal sterven: als na een onafgebroken reeks kerstdagen waarop niets meer viel te lezen.

Waarom worden die dubbeldikke weekbladnummers ook niet pas in de nacht van 24 op 25 december bezorgd?

Misschien, heb ik ook wel eens bedacht, zouden ze drie- of vier- of zesdubbeldik moeten worden, en liefst heel moeilijk, met veel stukken die qua toegankelijkheid in de buurt van Wittgenstein zouden komen, zodat ik een halve week nodig had één artikel te doorgronden.

Hoeveel tijd denken zij bij HP/De Tijd dat ik voor honderd vragen aan Paul de Leeuw nodig heb, om van een theekransje bij Willeke van Ammelrooy, Renée Soutendijk en Monique van de Ven te zwijgen?

Misschien gaan ze inderdaad uit van een hele ochtend. Zo heb ik in de trein wel eens tegenover iemand gezeten die van Amsterdam tot Maastricht bezig was met één doordeweekse Telegraaf, die er bij mij doorheen zou vliegen als een dor houtblok in een goed trekkende open haard.

Dus waarschijnlijk ligt het toch aan mij, waarbij ik ook nog moet bekennen dat er stukken tussen zitten die ik zelfs oversla. J.J.A. van Doorn die in één essay Tony Blair, Oskar Lafontaine, Wim Kok, Lady Di, de Spice Girls, Madonna, moeder Theresa, Montignac en de familie Gümüs weet te scheren - dat kun je toch zin voor zin voorspellen? Ik had het zelf kunnen schrijven, en dan was ik tenminste een kerstuurtje zoet geweest. Maar ja, nu hoeft het al niet meer.

Opinieweekbladen worden ze wel eens genoemd.

Er zijn dit jaar weinig weken geweest die zo om opinie schreeuwden als de afgelopen week. Opinie over het definitieve einde van D66, en hoe Wolffensperger en Ernst Bakker hun handen mogen dichtknijpen dat ze nog net op tijd een gezaghebbende vriendjesbetrekking in de wacht konden slepen. Opinie over Voorhoeve die nu in Den Haag rondloopt alsof hij alsnog de Slag bij Doggersbank tegen de ex-Joegoslaven heeft gewonnen. Opinie over de christelijke deeltijdbanenwet van De Hoop Scheffer. Of opinie over de Amsterdamse burgemeester Patijn, mijn postmoderne lievelingsregent, die voorstelt om ME'ers, net als conducteurs op de tram, een nummer op hun kraag te geven.

Maar niks.

De dubbeldikke kerstedities moesten vermoedelijk eind november al klaar zijn, en toen waren alle bekende Nederlanders die ze tijdens de brainstorming ter redactie hadden verzonnen al geïnterviewd, en kon er niets meer bij.

Ze zijn allemaal gepostdateerd op 19 december 1997. De eerstvolgende nummers verschijnen per 2 januari 1998. Wie in onze vergeetachtige samenleving herinnert zich dan nog de welgemeende excuses van het-is-een-meisje-geworden-we-noemen-haar-Els?

Afgunstig als ik ben heb ik even overwogen een dubbele lengte vol te schrijven, om er tot volgend jaar van af te zijn. Maar ik moet mijn lot dragen. Pas in een volgend leven zal ik bij een weekblad solliciteren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden