Dubbel de weg kwijt

Steeds meer acute-hulpgevallen. Steeds complexere stoornissen. En steeds minder bedden. De opvang van psychiatrische patiënten in Nederland zit ernstig verstopt....

ELLEN DE VISSER

LEEROY (25) heeft woensdag weer een puinhoop van de wachtkamer gemaakt. De hele bak met suikerzakjes opengescheurd. Verpleegkundige Huub Wouters, zijn vaste begeleider, stuurde hem naar buiten maar toen hij hem op de stoep zag zitten, zo hallucinerend, zo verwaarloosd, kreeg hij medelijden.

Eenmaal weer binnen werd Leeroy link. 'Hij zwerft rond, heeft al maanden zijn medicijnen niet gehad. Hij is nu hartstikke psychotisch, zo erg dat we eigenlijk moeten ingrijpen', zegt Wouters. Psychiater Peter Hanneman kijkt bedenkelijk. 'Een zorgelijk jochie', constateert hij. 'We maken een bericht voor de collega's van de rijdienst dat ze een opname proberen te regelen.'

Het is donderdagmorgen negen uur en in het crisiscentrum ZuidNieuw-West aan de Amsterdamse Koninginneweg bespreekt Hanneman zoals iedere morgen met zijn teamleden wat zich het afgelopen etmaal heeft voorgedaan. Het beddenhuis van de crisisdienst, waar patiënten die er niet al te ernstig aan toe zijn, vijf dagen kunnen worden opgenomen, loopt alweer aardig vol. Een waslijst aan patiënten passeert de revue.

Een jonge vrouw heeft een zelfmoordpoging gedaan nadat ze door haar vriend op straat is gezet. Ze zegt dat ze niets meer heeft om voor te leven als ze niet naar hem terug kan. De echtgenote van een manische-depressieve man maakt zich ernstig zorgen nu hij in zijn manische periode grote sommen geld uitgeeft. Is er een reden om meneer met een rechterlijke machtiging op te nemen, vraagt het crisisteam zich af. 'Maatschappelijke ondergang kan een criterium zijn', zegt Hanneman. 'In zijn positie kan hij zich in twee dagen tijd volledig de vernieling in helpen.'

En dan is er de tachtigjarige mevrouw Leopold. Ze is door de woningbouwvereniging uit haar huis gezet omdat ze al tijden extreme geluidsoverlast veroorzaakt. Ze heeft waanideeën en ze hoort eigenlijk thuis in een psychiatrisch ziekenhuis. Maar de familie verzet zich daar heftig tegen. Een bejaardenhuis wil haar met deze indicatie niet hebben en de verpleeghuizen zitten overvol. 'Het Leger des Heils dan maar?', oppert verpleegkundige Aukje Staal. 'Ze is nu dak- en thuisloze en het Leger heeft een eigen bejaardentehuis.'

Vera Ritzen, psychiater van de gesloten afdeling van de Valeriuskliniek, komt melden hoe het de patiënten vergaat die de afgelopen week door de crisisdienst naar haar zijn doorgestuurd. De psychotische jongen die woensdag gedwongen is opgenomen, zit nog in de separeercel. Hij was bij zijn moeder thuis plotseling zeer agressief geworden, had het kanariepietje gedood en werd zo dreigend dat de politie-agenten bang van hem waren. De vrouw die haar eigen huis in brand heeft gestoken, krijgt medicatie. Met de man die aan grootheidswaan lijdt en die zich bij het Hilton had voorgedaan als de prins van Engeland gaat het beter.

'Heb je nog plaats?', vraagt Hanneman hoopvol. 'Zijn er dit weekend misschien twee bedden over?' Ritzen schudt het hoofd. 'Niet te enthousiast', zegt ze.

Steeds meer psychiatrische patiënten, steeds complexere stoornissen en steeds minder bedden. Dat is de problematiek waar de psychiatrische crisisdiensten sinds een paar jaar mee te maken hebben. Steeds vaker moeten de 'rijdende psychiaters' een inbewaringstelling (ibs) uitschrijven waarmee patiënten die een gevaar voor zichzelf of voor hun omgeving vormen acuut gedwongen kunnen worden opgenomen. Het aantal rechterlijke machtigingen stijgt eveneens. Patiënten met een psychiatrische stoornis die langzaam afglijden, kunnen als het mis dreigt te gaan ook onder dwang worden behandeld.

Maar de diensten hebben steeds meer moeite om onderdak te vinden. 'Vroeger kon er in een ziekenhuis in de regio altijd nog wel een bed in de badkamer worden bijgeschoven', zegt Kneel Landheer, sectorhoofd acute psychiatrie van de crisisdienst Zuid/Nieuw-West. 'Maar de laatste tijd zit echt alles vol. Wij moeten minstens een keer in de week een patiënt naar Maastricht brengen of naar de Achterhoek.' Twee weken geleden trok de Sigra, het overkoepelend orgaan van zorginstellingen in Amsterdam, bij de Inspectie voor de Volksgezondheid aan de bel. Het ministerie heeft beloofd zo snel mogelijk naar een oplossing te zoeken.

Om de opvang niet verder te verstoppen, proberen de verpleegkundigen, de arts-assistenten en de psychiaters van de crisidienst zoveel mogelijk te 'redderen', zoals Hanneman het uitdrukt. In het kantoortje op de begane grond is het een komen en gaan van personeel en rinkelt de telefoon onophoudelijk. Wouters probeert met de familie een oplossing te zoeken voor mevrouw Leopold. Misschien wil een bejaardentehuis haar tijdelijk opnemen als hij garandeert dat hij haar terugneemt als het weer mis gaat? Leeroy heeft zich in de wc opgesloten met een lading suikerzakjes. Hanneman stuurt hem naar buiten.

'We proberen zo vaak mogelijk een opname af te wenden', zegt arts-assistent Peter van Walderveen. Hij heeft sinds een aantal dagen een oude baas onder zijn hoede die volslagen in de war was. Hij liep schaars gekleed op straat en wauwelde aan een stuk door. 'De man wilde niets, zijn dochters waren overstuur en wilden vader gedwongen laten opnemen. Ik heb hem kunnen overreden om medicijnen te nemen en nu is hij weer goed te spreken. We gaan er elke dag en soms 's nachts een paar keer langs.'

De crisisdienst heeft sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen in dienst die zich speciaal met dak- en thuislozen bezighouden. Ze rijden door de stad op zoek naar mensen die psychiatrische hulp nodig hebben. Daarnaast gaan ze langs in de zogeheten hvo's, de pensions voor onbehuisden, waar ze spreekuur houden, medicijnen verstrekken, praten, begeleiden. 'Je treft er hele moeilijke klanten', zegt Landheer. 'Mensen met een dubbele verslaving, met aids en met een ernstige psychiatrische stoornis. Het is zwaar werk om die groep te helpen.'

WOUTERS bezoekt rond het middaguur een 45-jarige schizofreen die verslaafd is aan cocaïne. Een magere, zwijgzame man die voortdurend zachtjes schuddebolt met zijn hoofd. Hij wil heel graag een eigen huisje, zegt hij tegen Wouters. Die wil hem daar wel bij helpen, maar dan moet hij eerst zelf overdag wat actiever worden. Hij geeft de pensioneigenaar een recept voor medicijnen en vraagt hem of er in de buurt een activiteitencentrum is. De eigenaar belooft dat hij zal informeren.

In de auto, op de terugweg naar het crisiscentrum, vertelt Wouters welke groep patiënten hem het meeste zorgen baart. Niet de psychotische bewoners van de pensions, die daar door vriendelijke maar ondeskundige medewerkers met hangen en wurgen op de rails worden gehouden. Niet de gevaarlijke gestoorden die voordat zij gedwongen kunnen worden opgenomen soms 24 uur in een politiecel moeten wachten. Maar de bejaarde patiënten die zowel een psychiatrische als een lichamelijke aandoening hebben en die nergens geplaatst kunnen worden. 'Dat wordt een ramp als we niet oppassen', zegt Wouters.

Bejaardenhuizen hebben lange wachtlijsten, de psychogeriatrische afdelingen van verpleeghuizen zitten overvol. In een psychiatrisch ziekenhuis horen ze niet thuis want dan slibt de opvang voor acute psychiatrie helemaal snel dicht. En de gewone ziekenhuizen willen ze ook liever niet want dan loopt de afdeling vol met mensen die na hun opname vanwege hun psychiatrische aandoening niet meer terug naar huis kunnen.

'Dat betekent dat die patiënten de noodzakelijke lichamelijke behandeling wordt onthouden', zegt Hanneman. 'Dat afschuifbeleid maakt nu de eerste dodelijke slachtoffers. We hebben vorige week een oudere vrouw bij de internist aangemeld die weliswaar depressief was maar ernstige lichamelijke klachten had. De internist wilde niet opnemen, zei dat alles op mevrouws depressie was terug te voeren. Toen het echt niet meer ging heeft de huisarts haar naar de eerste hulp laten brengen waar ze onmiddellijk zagen dat het niet goed zat. Ze is een dag later overleden. Gewone ziekenhuizen zouden net als psychiatrische ziekenhuizen een opnameplicht moeten hebben.'

Voor de bejaarde mevrouw Leopold wordt tijdig hulp gevonden. Wouters heeft na veel overleg een bejaardenhuis gevonden dat een 'flankerend bed' aanbiedt: een logeerkamertje waar ze tijdelijk tot rust kan komen.

Om kwart voor drie belt het politiebureau in de Pieter Aertszstraat. Leeroy is opgepakt, hij heeft een verkoopster in een dierenwinkel bedreigd en mensen op straat lastiggevallen.

'Dat kon niet uitblijven', zegt Wouters. Vorig jaar wist hij hem na eindeloos veel moeite in een kinderpsychiatrische kliniek te plaatsen. Maar Leeroy rookte er een jointje en toen moest hij weg. 'Zo triest, het gaat steeds slechter met hem. Menselijk gezien zou een ibs voor hem een uitkomst zijn. Maar hebben we genoeg criteria?'

HANNEMAN pakt zijn blauwe koffertje met pillen, spuitjes, bloeddrukmeter en ibs-formulieren en tuft met een co-assistente richting politiebureau. Onderweg vraagt hij zich af waar hij de jongen in hemelsnaam onder de pannen kan krijgen. Het Psychiatrisch Centrum Amsterdam (PCA), waar ook de Valeriuskliniek onder valt, zit overvol.

Leeroy staat in zijn blote kont in de cel. Hij praat tegen de muren. Als Hanneman hem aanspreekt komt hij dreigend naar hem toe lopen. Een potige agente moet hem voortdurend tot kalmte manen. 'Wil je opgenomen worden?', vraagt de psychiater. 'Ja', straalt Leeroy. 'Welke? Hoe laat?'

'Hij kent het klappen van de zweep', zegt Hanneman op de terugweg. 'Hij is inmiddeld gediplomeerd patiënt. Hij weet dat dwangbehandeling alleen mogelijk is als hij geen toestemming geeft. Hij weet dat bij een gedwongen opname medicatie hoort. En hij is bang voor de spuit. Hoe moeten we zijn toestemming om te behandelen inschatten? Ik ben bang dat hij zo weer wegloopt als we hem vrijwillig laten opnemen.'

Overleg op het crisiscentrum met Wouters en de tweede psychiater. 'De criteria zijn flinterdun', zegt Hanneman. 'Maar als we het niet doen, staat hij vanavond weer op straat met alle mogelijke gevolgen van dien. Hij is een ongeleid projectiel, het is toeval dat er nog niks gebeurd is. Ik wil daar niet graag op wachten.'

Om vier uur belt Hanneman met het PCA. Het hoofd opname belooft dat hij zijn best zal doen. Maar pas 's avonds om acht uur heeft Leeroy een plek. Ergens in Zuid-Holland. Alle ziekenhuizen zitten vol. 'Ik bel nog even zijn moeder', zegt Wouters.

Om redenen van privacy zijn de namen van de patiënten gefingeerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden