‘Drum jíj bij Frans Bauer?’

Meer nog dan hun collega’s blijven ze op de achtergrond: sessiedrummers. Een handjevol bepaalt tijdens live-optredens van zo’n beetje alle bekende Nederlandse artiesten de muzikale hartslag....

Hans van den Hurk (Oss, 1968)

Hans van den Hurk (Oss, 1968)
Opleiding Conservatorium Hilversum.

Hans van den Hurk (Oss, 1968)
Speelde/speelt bij o.a. Acda en de Munnik, André Hazes, Anita Meijer, Benny Neyman, Candy Dulfer, CB Milton, Guus Meeuwis, Het Goede Doel, Karin Bloemen, Xander de Buisonjé, Sugar Lee Hooper.

Hans van den Hurk (Oss, 1968)
Verder Docent Rockacademie Tilburg, eigen funkband Seven Eleven.

Hans van den Hurk (Oss, 1968)
‘Al aan het einde van de basisschool wist ik zeker dat ik drummer wilde worden. Ik had vwo kunnen doen, maar dan duurde het een jaar langer voor ik naar het conservatorium zou gaan. Mijn havo heb ik, zeker aan het einde, afgeraffeld. Om maar zo snel mogelijk op die opleiding tot drummer terecht te komen.

Hans van den Hurk (Oss, 1968)
Het beeld dat ik in die periode had van het bestaan als muzikant was als vaste drummer spelen in een band. Een groep vrienden, eigen nummers, veel optreden. Tijdens mijn studie had ik ook mijn eigen bandjes, mijn eigen projecten. Voornamelijk fusion, jazzfunk. Muzikaal gezien te gekke muziek, maar het is zo goed als uitgesloten dat je daar in Nederland je boterham mee kunt verdienen. Daarvoor is die muziek niet toegankelijk genoeg.

Hans van den Hurk (Oss, 1968)
Al tijdens mijn opleiding ging ik bij een top 40-orkest spelen. Zo’n band die bedrijfsfeesten en bruiloften opleukt. Een prettige baan, zowel financieel als voor mijn ervaring als muzikant. Die eigen band kwam er later trouwens ook wel. Maar dat is voor mijn eigen plezier, voor de nodige afwisseling.

Hans van den Hurk (Oss, 1968)
Eigenlijk ben ik er een beetje ingerold. Het is vooral een kwestie van de juiste mensen kennen en gevraagd worden. Muzikanten, muzikaal leiders of managementkantoren zien en horen je spelen, zijn tevreden en bellen je voor de volgende klus. Bevalt het bij Benny Neyman, dan kun je ook bij Anita Meyer spelen. Zo werkt het. Zo bouw je een reputatie op.

Hans van den Hurk (Oss, 1968)
Het is misschien niet het meest ingewikkelde repertoire, dat is zo. Maar dat ontslaat je niet van je plicht het zo goed mogelijk te doen. Je wordt er voor betaald, het is je vak. Je ambacht. Het vereist heel veel concentratie, of het nu met mijn eigen funkband op een klein poppodium is, of voor tienduizenden mensen.

Hans van den Hurk (Oss, 1968)
Voor vijftig mensen spelen die speciaal voor jou komen is leuker. Bij optredens van Boris, vlak nadat hij Idols gewonnen had, moest je van de tienduizend man publiek rijen gillende meisjes wegdenken om de mensen te kunnen zien die voor zijn muziek kwamen in plaats van voor het idool.

Hans van den Hurk (Oss, 1968)
Mijn plek is op de achtergrond. Zowel in je spel, als letterlijk. Bij Het Goede Doel, waar ik de komende tournee mee ga doen, komen de mensen voor Henk en Henk. Heus niet voor een drummer die alles vol zit te spelen met de meest fantastische breaks. Je moet je heel dienstbaar opstellen. Dat de muziek ‘beneden je stand zou zijn’, of andere kritiek, daar kan ik niet zoveel mee. Natuurlijk heb ik meer in mijn mars dan ik bij zo’n commerciële klus doe. Maar het is je vak, nogmaals. Je wilde toch drummer worden?’

Jeroen Vrolijk (Etten-Leur, 1973)

Jeroen Vrolijk (Etten-Leur, 1973)
Opleiding Conservatorium Rotterdam.

Jeroen Vrolijk (Etten-Leur, 1973)
Speelde/speelt bij o.a. Silkstone, Frans Bauer, Marianne Weber, André Hazes, René Froger, Lee Towers, Marco Borsato (toen nog in het Italiaans), George Baker, Anita Meyer, diverse Idolsfinalisten.

Jeroen Vrolijk (Etten-Leur, 1973)
Verder muziekschooldocent in Haarlem en Zaandam.

Jeroen Vrolijk (Etten-Leur, 1973)
‘Ik was net na mijn opleiding afgewezen voor de theatertour van Ruth Jacott toen het management van Frans Bauer belde. Hun drummer had een ongeluk gehad. Schouder in de kreukels, kon zijn arm niet eens optillen. Of ik misschien wilde invallen bij Bauers tournee. Ik moet toegeven: ik twijfelde. Het was mijn muziek niet. Hans van Oosterhout, een van mijn leraren van het conservatorium, twijfelde daarentegen geen moment. ‘Doen’, zei hij, nog voordat ik mijn vraag goed en wel had gesteld. ‘En dat het jouw muziek niet is, wil ik nooit meer horen. Niet zeiken moet je, spelen.’

Jeroen Vrolijk (Etten-Leur, 1973)
Ik heb nooit zoveel geleerd als bij die optredens. Op het conservatorium word je heel vrij opgeleid, je krijgt de kans om van alles te doen, je raakt er thuis in verschillende stijlen. En ook in een eigen project, zoals bijvoorbeeld in mijn samenwerking laatst met de Amerikaanse gitarist Oz Noy, heb je de vrijheid te improviseren, te variëren, te interpreteren. Maar speel je als sessiedrummer in een band als die van Frans Bauer, dan moet je precies zo klinken als op de cd. Ik leerde heel gedienstig te spelen, mezelf wegcijferen. Ik leerde de muziek behalve letterlijk ook figuurlijk te lezen. Bauers muziek heeft bijvoorbeeld een grootse, slepende groove nodig. En ik leerde niet te zeuren, want wie ben ik om te zeggen dat ik mijn roffeltje niet kan doen? Het moet precies zo klinken als iemand anders wil.

Jeroen Vrolijk (Etten-Leur, 1973)
Tijdens zo’n tour is het steeds hetzelfde, ja. Toch had ik het gevoel dat ik per optreden vijf kilo afviel. Qua dynamiek moet het allemaal groots en veel, in zalen ter grootte van voetbalvelden. Het kost kracht en opperste concentratie.

Jeroen Vrolijk (Etten-Leur, 1973)
Ik ben wel opgebeld door bevriende muzikanten, die het niet geloofden. ‘Zit jíj bij Frans Bauer? André Hazes? Ik dacht dat je cum laude was afgestudeerd aan het conservatorium?’ Een paar jaar later zie je zo iemand ook heus wel in de theaterbak van een grote musical 150 keer hetzelfde akkoord herhalen.

Jeroen Vrolijk (Etten-Leur, 1973)
In sommige kringen wordt neergekeken op het commerciële sessiewerk dat wij doen. En inderdaad, muzikaal gezien is het niet het meest uitdagende werk. Maar ik verdiende mijn geld met drummen, met optreden. Dat wil toch elke beginnende drummer? De muziek is misschien niet zo filosofisch, maar de emoties van het publiek van bijvoorbeeld Frans Bauer zijn wel gemeend. Eerlijk. Ik denk dat specialisten, uitgesproken jazz- of fusiondrummers bijvoorbeeld, er niet goed tegen kunnen dat het groepje succesvolle sessiedrummers álles kan, en alles aanpakt. Dat klinkt snel arrogant, maar het is wel de kracht van de kleine groep drummers die dit soort werk doet in Nederland. Het zijn alleskunners.’

Marijn van den Berg (Vleuten, 1970)

Marijn van den Berg (Vleuten, 1970)
Opleiding Conservatorium Hilversum en Miami (een half jaar).

Marijn van den Berg (Vleuten, 1970)
Speelde/speelt bij zo’n beetje alle Idols-achtige televisieprogramma’s, en o.a. Nick & Simon, Jan Smit, Jeroen van den Boom, Ruth Jacott, Wolter Kroes, Edsilia Rombley, Jasperina de Jong, Birgit Schuurman, Jan Akkerman, Danny de Munck, Bastiaan Ragas.

Marijn van den Berg (Vleuten, 1970)
Verder Eigen studio in Zwolle voor cd-opnames en reclamemuziek, muziekschooldocent in Dronten.

Marijn van den Berg (Vleuten, 1970)
‘Het bestaan als veelgevraagd sessiedrummer is druk en heftig. Het gebeurt dat ik een dag in mijn studio commercials zit in te spelen, een invalklus heb bij zanger Jeroen van den Boom en ’s avonds een optreden heb met Nick en Simon. Dan zit ik wel op mijn tandvlees te spelen. Maar moet er dan echt iets af zijn, duik ik ’s nachts nog even mijn studio in. Als het gedaan moet worden, moet het gedaan worden. Ik heb het beloofd, ik krijg er voor betaald, en het is belangrijk voor mijn toekomstige werk. Je bent zo goed als je laatste klus, op basis van die prestatie word je gevraagd voor het volgende.

Marijn van den Berg (Vleuten, 1970)
Je bent constant op pad. Televisieopnames ’s middags, ’s avonds optredens. Inmiddels heb ik een dag per week vrij kunnen maken om bij mijn twee kinderen te kunnen zijn. En gelukkig is mijn vrouw heel meegaand, die snapt dat het nu eenmaal veel tijd kost als je zoveel gevraagd wordt.

Marijn van den Berg (Vleuten, 1970)
Ook ik heb wel eens een mindere dag, terwijl je dan toch voor weet ik hoeveel mensen moet spelen. De artiest bovendien een goed gevoel moet geven. De artiest en het publiek mogen absoluut niet merken dat ik een mindere dag heb, als dat het geval is. Zitten, spelen en goed blijven opletten. Maar dan zit ik na afloop bijna te knikkebollen achter het stuur, terug naar huis.

Marijn van den Berg (Vleuten, 1970)
Als je in Nederland wilt leven van de muziek moet je óf een heel succesvolle eigen band hebben, óf bereid zijn alles aan te pakken en tot het uiterste te gaan als dat nodig is.

Marijn van den Berg (Vleuten, 1970)
Een aantal van de redenen dat je gevraagd wordt, zijn vrij triviaal. Kom je afspraken na, kom op tijd, doe je werk goed. En betrouwbaarheid en loyaliteit, dat zijn de belangrijkste dingen in dit wereldje. Mensen moeten op je kunnen bouwen. Dat is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Niet voor niets is het sessiewereldje in Nederland wat drummers betreft heel klein. Er zijn er maar een paar die naast goed kunnen spelen ook die eigenschappen in huis hebben.

Marijn van den Berg (Vleuten, 1970)
Ik heb wel bewondering voor drummers die er bewust voor kiezen alleen muziek te maken die ze zelf te gek vinden. Die durven daar blijkbaar voor te kiezen. Maar ze zullen er niet van kunnen leven. Ik wel. En het is misschien niet heel erg uitdagend wat ik nu doe, maar tweeduizend keer de meest ingewikkelde drumpartij ter wereld gaat ook vervelen. Van kritiek op brooddrummers als ikzelf snap ik niets. Ik ben drummer. Ik krijg betaald als ik gewoon de maat houd.’

Marcel Serierse (Rotterdam, 1962)

Marcel Serierse (Rotterdam, 1962)
Opleiding Conservatorium Rotterdam en New York.

Marcel Serierse (Rotterdam, 1962)
Speelde/speelt bij Chaka Kahn, Toots Thielemans, Michel Petrucciani, Ernie Watts, Al Jarreau, Johnny Griffin, Lionel Richie, Paul van Vliet, Herman Brood, Ilja Reijngoud kwartet, Dutch jazz Orchestra, Paul de Leeuw, Laura Fygi, Toppers in Concert (vanaf morgen).

Marcel Serierse (Rotterdam, 1962)
Verder Docent Conservatorium van Amsterdam.

Marcel Serierse (Rotterdam, 1962)
‘Het wereldje is klein, en dat is het altijd al geweest. Er is eigenlijk niet zo veel concurrentie onderling bij drummers. Dat is ook wel prettig. We gaan als vrienden met elkaar om. Het gebeurt dagelijks dat we een collega bellen om in te vallen bij een of andere gig.

Marcel Serierse (Rotterdam, 1962)
Als drummer bij grote namen als Paul de Leeuw of de Toppers speel je vooral in dienst van het liedje. Het moet klinken zoals zij willen dat het klinkt, en je moet natuurlijk heel strak kunnen spelen. Als je invalt voor een collega die een min of meer vaste plek heeft bij een band, is het een kwestie van jezelf nog meer kunnen wegcijferen. De vaste geluidsman van Marco Borsato kwam bij een invalbeurt eens naar me toe na een soundcheck en vertelde dat hij pas na drie nummers zag dat ik zat te spelen, en niet Borsato’s vaste drummer Ton Dijkman. Dat is een mooi compliment, dan doe je je werk goed.

Marcel Serierse (Rotterdam, 1962)
Wat de sessiedrummers die kunnen leven van hun vak bindt, is de hoge mate van professionaliteit en flexibiliteit. Je moet overal zomaar kunnen zitten, als je gebeld wordt voor een gig. Alle elementen moeten aanwezig zijn: talent, goed kunnen spelen, op tijd komen, een aardige gozer zijn. En je heel goed kunnen voorbereiden. Oefenen van tevoren gebeurt niet altijd. Meestal krijg je de muziek toegestuurd, en worden er bij de soundcheck nog wat afspraken gemaakt. Bij de Toppers in Concert en andere écht grote concerten gelukkig wel, trouwens. De Toppers blijft een zware klus. Drie uur lang zo goed als één grote medley, dat vereist goed luisteren en heel consequent mee kunnen spelen. Wij zijn de metronomen van de band, een ritmische fout kun je je op zo’n moment niet veroorloven.

Marcel Serierse (Rotterdam, 1962)
Wat kritiek en complimenten betreft, sta je vaak alleen. Je bent je eigen en enige criticus. Ik heb wel dingen ingespeeld in studio’s waarbij iedereen laaiend enthousiast was over mijn partij. Behalve ikzelf. Een kwestie van nét dat ene geluid of nét die ene break niet goed. Dan moet het over. Je legt je eigen lat. Die leg ik soms hoger dan mijn opdrachtgevers doen.

Marcel Serierse (Rotterdam, 1962)
Ik houd mezelf scherp door zoveel mogelijk af te wisselen tussen commerciële klussen als de Toppers en kleine klussen waarbij ik mijn ballen eraf kan spelen. Waar ik vrijer kan zijn in mijn spel. Natuurlijk, ik verkeer in de financiële luxe dat ik me kan permitteren om in een kleine jazzclub in, zeg, Culemborg met een paar jazzcats voor weinig geld te spelen. Maar dat houdt het nu eenmaal dragelijk. Door te veel commerciële klussen te doen, zou ik afstompen. En dat is het begin van het einde.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden