Druipend van heimwee

Een studiereis naar zijn geboorteland veranderde de muziek van Jaime Rodri ¿ guez. 'Ik heb met veel muzikanten kunnen praten, vooral ouderen, met verhalen die een paar generaties teruggaan.'De folklore van Colombia domineert zijn nieuwste project....

Onze muziek is net zo origineel als de dagelijkse zonsopgang. Hij is een beetje hetzelfde, maar elke 'dag heeft iets nieuws, iets anders.'Zo presenteert de groep Rumbatá zich in het boekje bij de eerste cd, Canto al Caribe, en het is onder andere die bereidheid om te experimenteren op basis van de traditie die maakt dat het in Nederland gevestigde, elfkoppige gezelschap bepaald geen doorsnee salsaband is.

Een andere reden is dat de leider, percussionist Jaime Rodríguez, afkomstig is uit Colombia, en een groot voorvechter van de muziek uit zijn vaderland. Hij verliet het ruim twintig jaar geleden uit onvrede met het muzikale niveau van het conservatorium waaraan hij studeerde, trok naar Sevilla, waar hij zijn Nederlandse vrouw leerde kennen en vestigde zich 'uit liefde'in Amsterdam. Hij heeft duidelijke ideeën over het eigen karakter van Rumbatá.

'Veel salsamuziek is vreselijk commercieel. De groepen zijn contractueel verplicht om elk jaar een cd te maken, daar staan dan twee aardige hits op en de rest is waardeloos. Bovendien is het, zeker in de snellere en harde variant die timba heet, vaak een agressieve machomuziek, en vrij oppervlakkig. Hoewel we natuurlijk ook streven naar dansbaarheid besteden we veel meer aandacht aan goede liedjes, doordachte harmonieën en arrangementen, waarin ook ruimte is voor jazz-achtige improvisatie.'

Dankzij de Colombiaanse invloed is de stijl van Rumbatá vloeiender en toegankelijker, ook voor dansers. Rodri ¿ guez noemt wat verschillen met de Cubaanse aanpak. 'Wij gaan voornamelijk uit van de zes-achtste maatsoort, terwijl ze op Cuba meer in twaalf-achtste spelen, waarbij al die accenten fel worden benadrukt door de koebel, die wij niet gebruiken. Daarnaast speelt de bas bij hen meer in syncopen, om het ritme heen, terwijl wij een meer regelmatige hartslag aangeven, bovenop de tel. Het is een ander soort swing.'

De folklore van Colombia domineert vooral het nieuwste project van Rumbatá, met een big band-bezetting. Helaas is die niet te horen op het North Sea Festival, het podium bleek te klein. Het programma, waarmee tot oktober door Nederland wordt getoerd, is gewijd aan diverse stijlen, vooral afkomstig van de noordkust, door middel van stukken van belangrijke historische componisten als Lucho Bermúdez. Die maakten orkestrale versies van de cumbia, met zijn wiegende, door percussie gedragen cadans, van de meer fanfare-achtige porro, en de vooral op zang en trommels gebaseerde puya. Rodríguez, die steeds meer terugkeert naar zijn wortels, bestudeerde ze drie jaar geleden tijdens een studiereis, waarbij hij ook aandacht schonk aan de primitievere, meer Afrikaans georiënteerde klanken van de westkust en de Indiaans-Spaanse elementen in de cultuur van de Andes.

'Helaas kon ik niet overal komen, want grote delen van Colombia zijn een levensgevaarlijk oorlogsgebied, waar allemaal verschillende paramilitaire groepen en guerrilla's ronddwalen, alleen te herkennen aan hun schoenen of sjaals. Mannen op brommers met bazooka's, dat soort dingen. Toch heb ik met veel muzikanten kunnen praten, vooral ouderen, met verhalen die een paar generaties teruggaan. Gek genoeg is er daar weinig belangstelling voor dit soort onderzoek, ze houden heel conservatief vast aan de regels van de goed verkopende salsa. Onze cd Patria Y Bandera (Vaderland en vlag) druipt, vooral in het titelnummer, van het heimwee naar mijn land, en het boekje staat vol met foto's van mijn streek. Daar moeten ze niets van hebben, ze zien liever blote dames op de voorkant.'

”Het grootste deel van het publiek houdt toch van makkelijke muziek, hoe makkelijker hoe beter. Veel mensen houden niet van denken.'Rodríguez trekt zich daar niets van aan, en heeft zich erbij neergelegd dat zijn muziek altijd een minderheid zal aanspreken. Daarom ook doet hij soms 'gekke dingen', zoals een Latin-versie van Moody's Mood, een van tekst voorziene solo van jazzsaxofonist James Moody, of een stukje Argentijnse milonga, compleet met bandoneon, als introductie op een salsastuk, 'met een apart nummer op de cd, dus als je het niet wilt horen sla je het over.'

Door die brede belangstelling, die zich uit in een grote afwisseling in de ritmes, en door zijn voorliefde voor melodieuze romantiek, maakt Rumbatá dansmuziek die rijk is aan subtiele details, en zich daardoor ook heel goed in ruststand laat beluisteren. Misschien wel het artistieke hoogtepunt van de groep, de suite Cuatro Estaciones de América Latina, is zelfs nauwelijks meer salsa te noemen: een uit vier lange delen bestaand panoramisch overzicht van het hele continent, waarin dankzij de compositorische inbreng van de Chileen Patricio Wang zelfs elementen uit het hedendaags-klassieke repertoire doorklinken, en waarvoor onder andere tekst van Pablo Neruda is gebruikt.

Ondanks dat soort ambitieuze, unieke ondernemingen blijft het gezelschap van Rodríguez warmbloedige muziek maken die de luisteraar een stuk tegemoet komt. Dat blijkt ook uit de woordspelige naam, een samentrekking van rumba en batá, de trommel die in het Cubaanse santería-ritueel wordt toegepast. 'Het klonk goed in het Spaans en was ook voor Nederlanders makkelijk uit te spreken', legt Rodríguez grijnzend uit, 'hoewel we geen rumba spelen en geen batá's gebruiken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden