Drugsoorlog Mexico stapelt lijk op lijk

‘We zijn het zat dat ze ons behandelen als criminelen. Dat ze ons constant aanhouden en hun geweren op ons richten. Het is ongelofelijk, want Cuernavaca was altijd een rustige stad.’

De bestuurder van de terreinwagen wil zijn naam liever niet geven. ‘We hebben al problemen genoeg.’ Hetzelfde geldt voor de buurtbewoner in de auto achter hem: ‘Elke keer als we ons huis uit willen, ook al is dat een paar keer per dag, worden we door de soldaten ondervraagd en worden onze auto’s doorzocht. We zijn bang dat ze op een dag zelfs drugs of wapens in onze auto’s ‘planten’.’

De rust is voorbij in Cuernavaca, een uurtje rijden van Mexico-stad, sinds op 16 december in een grootscheepse militaire operatie de Baas der Bazen werd doodgeschoten. Overal patrouilleren legervoertuigen, pantserwagens hebben strategische posities ingenomen en met wegblokkades zijn hele woonwijken geïsoleerd, zoals hier vlak achter de rotonde Paloma de la Paz (Vredesduif).

Arturo Beltrán Leyva, de gevreesde leider van het drugskartel dat zijn naam draagt, was een van de meest gezochte mannen van Mexico. Gezocht maar bepaald niet onvindbaar: hij woonde in de luxe wijk Altitudes, op twee blokken van het centrale plein van Cuernavaca. Een complex van enkele hoge torens, waar hij onder zijn buren onder anderen een senator telde. Die hadden geen idee, heet het – maar telkens wanneer de Jefe de Jefes, de Baas der Bazen, thuiskwam, arriveerde hij met een groot konvooi van ‘narcowagens’, terreinwagens van het type Suburban en Ford Lobo.

Beltrán Leyva was jarenlang een compagnon van El Chapo Guzmán, de voorman van het kartel van Sinaloa en een van de rijkste mannen van Mexico. Maar toen vorig jaar zijn broer Alfredo werd gearresteerd, verraden door El Chapo (Het Kleintje), verklaarde Beltrán Leyva hem de oorlog. Hij vestigde zijn hoofdkwartier in Cuernavaca, in de staat Morelos.

Het is duidelijk dat hij daar bescherming van bovenaf genoot. Politieagenten, militairen en wellicht zelfs de gouverneur van Morelos stonden op zijn loonlijst. Volgens het federale OM van Mexico had Beltrán Leyva afspraken met lokale autoriteiten om Morelos, zijn ‘werkplaats’, schoon te vegen. Hij zou zo veel mogelijk ‘gewone’ criminelen uit de weg ruimen, zoals verkrachters, overvallers en autodieven, en in ruil daarvoor zouden politie en leger hem en zijn drugshandel met rust laten.

Om te voorkomen dat infiltranten van de Baas der Bazen de operatie zouden verraden en hij opnieuw zou ontkomen, werd de beslissende aanval uitgevoerd door eenheden van de marine, in een urenlange veldslag in Cuernavaca. Een dag later verschenen foto’s van het lijk die tot een nationale rel leidden: de broek van de drugsbaas was omlaaggetrokken tot op zijn knieën, het doorzeefde lichaam was geheel bedekt met bloederige dollarbiljetten. De autoriteiten werden ervan beschuldigd dezelfde walgelijke propagandamiddelen te hanteren als de drugsmaffia’s, en met de publicatie van de foto’s te hebben willen provoceren.

Het antwoord op de foto liet niet lang op zich wachten. De regering had laten weten dat de Jefe de Jefes uiteindelijk was geveld door een schot van een met naam en toenaam genoemde marinier, die zelf bij de actie om het leven kwam. De dag na diens begrafenis in Tabasco, aan de andere kant van het land, werd zijn hele familie, inclusief zijn moeder, door een moordcommando afgeslacht.

President Calderón heeft meer dan vijftigduizend soldaten ingezet in de ‘drugsoorlog’. Die is daardoor alleen maar verhevigd: het aantal doden in 2009 lag rond de achtduizend. Bovendien worden de militairen er niet alleen van beschuldigd de narco’s met gelijke munt terug te betalen, maar ook stelselmatig de rechten van de mens te schenden. José Martínez Cruz, de woordvoerder van de Onafhankelijke Commissie Mensenrechten van Morelos: ‘De bevolking mag niet met zijn leven en zijn grondwettelijke rechten de prijs betalen van een verloren oorlog die de instituties nog verder ondermijnt. Het is onaanvaardbaar dat men illegaliteit bestrijdt met nog meer illegaliteit, met militairen die de rechten van de burgers keer op keer schenden.’

Vrijwel overal in Mexico word je als automobilist vergast op wegblokkades. Bij elk van de vele tolpoortjes op de snelweg van Cuernavaca naar Chilpancingo en verder naar Acapulco staan soldaten met hun automatische wapens op de auto’s gericht.

Chilpancingo, 250 kilometer naar het zuiden, is behalve de lelijkste stad van Mexico ook een van de gevaarlijkste. Het is de hoofdstad van de staat Guerrero, die net als Morelos door de Baas der Bazen als zijn operatief gebied werd beschouwd. Om zijn macht te tonen bezaaide hij Chilpancingo en omstreken met lijken. Op de dag dat hijzelf naar de andere wereld werd geholpen deponeerden zijn moordenaars vier lijken op een schoolplein: twee in stukken gehakt en verpakt in vuilniszakken, de stukken van de twee andere in een straal van 10 meter voor de schooldeur uitgespreid. Ernaast een boodschap van de Jefe de Jefes, gericht aan het concurrerende kartel De Familie.

De dood van Arturo Beltrán Leyva heeft de geweldsspiraal nog verder opgevoerd. De leiding van de groep is overgenomen door zijn broer Héctor.

Vorige week brachten de Mexicaanse autoriteiten de Beltrán Leyva-organisatie een nieuwe slag toe. In de noordelijke stad Culiacan arresteerde de politie woensdag een andere broer van de gedode Jefe de Jefes: Carlos Beltrán Leyva. De 40-jarige Carlos droeg een vals rijbewijs bij zich, maar gaf later toe dat hij Arturo’s broer was. Meteen na zijn arrestatie werd hij overgebracht naar een gevangenis in Mexico-stad. Nóg een broer, Alfredo, zit al sinds 2008 vast.

Maar de organisatie heeft dit weekeinde meteen laten zien dat zij nog de lakens uitdeelt in haar gebied. In Tlapehuala zijn zaterdag de lijken van drie jongens van 13, 15 en 17 gevonden. Naast de met kogels doorzeefde lijken lag een briefje, waarin stond dat zij zich hebben bezondigd aan het stelen van motorfietsen. En gisteren is in Chilpancingo pal tegenover Liverpool – de Bijenkorf van Mexico – een massagraf met acht lijken gevonden. Onder de slachtoffers een kolonel van het Mexicaanse leger en een agent van een speciale politieenheid. Vermoed wordt dat er nog meer lichamen in de buurt liggen, maar die moeten even blijven liggen: het lijkenhuis van Chilpancingo puilt zo uit van de verse lijken dat er geen plaats meer is. ‘Een technisch probleem’, zegt een politiewoordvoerder. ‘Zodra dit is opgelost gaan we verder graven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.