Drugsbendes bedreigen journalisten in Mexico: ‘Ze trokken me een auto in, die vol mannen met kalasjnikovs zat’

Twee journalisten vertellen over de bedreigingen

Mexico is samen met Syrië het gevaarlijkste land ter wereld voor journalisten. Tientallen journalisten zijn met de dood bedreigd, door de drugsbendes of door corrupte autoriteiten. Twee verslaggevers vertellen wat hun overkwam. ‘Weet je waarom ze in Mexico journalisten vermoorden? Omdat er vervolgens niks gebeurt.’

Onderzoek naar een liquidatie in Acapulco. Vorig jaar zijn er twaalf journalisten vermoord vanwege hun werk, dit jaar staat de teller al op vier. Foto AP

In januari stond Carlos Dominguez te wachten voor een stoplicht, zijn kleinkinderen zaten achter in de auto. Plotseling naderden drie mannen en brachten de 77-jarige columnist met 21 messteken om het leven. Een maand eerder werd journalist Gumaro Pérez doodgeschoten op het kerstfeest van de school van zijn zoontje. In juni werd Salvador Adame verbrand door leden van een drugskartel. Hij was eigenaar van een televisiestation.

Mexico is samen met Syrië het gevaarlijkste land ter wereld voor journalisten. Vorig jaar zijn er twaalf journalisten vermoord vanwege hun werk in het Noord-Amerikaanse land, dit jaar staat de teller al op vier. Tientallen journalisten zitten ondergedoken na met de dood te zijn bedreigd. Door autoriteiten die niet zitten te wachten op kritische luizen in de pels. Of door drugskartels, die geen behoefte hebben aan pottenkijkers.

Weer anderen besluiten tot zelfcensuur, of houden er helemaal mee op. ‘Adios’, stond in april vorig jaar in chocoladeletters op de voorpagina van Norte de Ciudad Juárez, nadat verslaggever Miroslava Breach meerdere keren in haar hoofd was geschoten. Het is dramatisch, schreef de hoofdredacteur over het sluiten van de krant. ‘Maar ik wil niemand meer in gevaar brengen.

De daders worden zelden gepakt. Het Openbaar Ministerie doet in veel gevallen nauwelijks onderzoek of probeert de moorden af te doen als afrekeningen in het criminele circuit. De straffeloosheid is te verklaren door de algehele corruptie die heerst in het land’, schreef persvrijheidsorganisatie Reporters Without Borders in het jaarverslag van 2017. Vooral op lokaal niveau, waar de regering banden heeft met de drugskartels.’

Julio Omar Gómez Foto Geen credit / eigen foto's

Julio Omar Gómez (37): ‘We zeiden toch dat je je niet met politiek moest bemoeien, stond er op het karton’

De eerste keer dat zijn huis in brand wordt gestoken, komt als een complete verrassing voor Julio Omar Gómez. ‘Het was december 2016, we hadden net de kerstboom opgezet’, vertelt de 37-jarige journalist. ‘Er was gelukkig niemand thuis, maar de schade was enorm.’

Het huis van Gómez staat in Los Cabos, een toeristische stad op het Mexicaanse schiereiland Baja California. De journalist werkt voor digitale media in de noordelijke deelstaat. ‘Ik schreef over uiteenlopende onderwerpen. Artikelen over misdaad, corruptie, of het schenden van milieuregelgeving bij de bouw van nieuwe hotels.’

Na de brand is Gómez twee maanden in de weer om de boel weer op te bouwen. ‘Ik hing overal camera’s op, en in iedere kamer bevestigde ik een rookmelder.’ De kinderen van Gómez zijn dan al elders gaan wonen. ‘Ze lopen gevaar als ze bij mij in de buurt zijn.’

In februari 2017 schrikken Gómez en zijn vrouw midden in de nacht op van het rookalarm. De journalist snelt naar beneden. Net als de eerste keer is zijn auto in brand gestoken, maar hij is er nu op tijd bij om het vuur te blussen voordat het overslaat naar het huis. ‘We zeiden toch dat je je niet met politiek moest bemoeien’, staat op een achtergelaten stuk karton. ‘Nu ga je kapot.’

Hij weet nog steeds niet wie erachter zit. ‘De lokale regering, de federale regering, de politie, narco’s, het kan iedereen zijn.’ Het probleem is dat belangen door elkaar lopen. Politici en politie krijgen vaak smeergeld van de criminelen, die op hun beurt weer lastige klusjes, zoals het tot zwijgen brengen van journalisten, op zich nemen.

Ondanks zijn wantrouwen besluit hij de gewapende bodyguards te accepteren die het Openbaar Ministerie hem aanbiedt. ‘Ik had iets meer vertrouwen in de federale autoriteiten dan in de lokale regering.’ Uit geldnood begint Gómez weer te schrijven, maar niet meer over gevoelige kwesties. ‘Ja, ik paste zelfcensuur toe. Daar schaam ik me voor.’

In maart stopt er een auto voor het huis, twee mannen stappen uit en gieten benzine over de auto waar de bodyguards in zitten. Er ontstaat een vuurgevecht, een van de bodyguards overleeft het niet, de mannen gaan ervandoor. ‘Alles staat op camera. Ze hebben niet eens hun gezicht bedekt, zo zeker zijn ze ervan dat ze ermee weg zullen komen.’

Diezelfde nacht nog vluchten Gómez en zijn vrouw de stad uit. Via het Federale Programma voor Bescherming van Journalisten krijgen ze in hun nieuwe woonplaats de huur voor een appartement vergoed, en ze ontvangen voedselbonnen.

‘Ik kreeg al snel angstaanvallen. Ik dacht dat iedere voorbijganger me wilde vermoorden, soms verdwaalde ik op twee blokken van mijn woning.’ Pas na maanden zoekt hij hulp bij een psycholoog, die posttraumatische stressstoornis constateert. Geld voor medicijnen heeft hij niet, het federale hulpprogramma geeft niet thuis. Maar vrienden springen bij en kopen de antipsychotica en antidepressiva die hij nodig heeft.

Gómez zit nu al een jaar ondergedoken, zonder inkomen. Er is geen enkele vordering in het onderzoek. ‘Natuurlijk niet!’, roept hij met overslaande stem. Hij lijkt zelf te schrikken van zijn geëmotioneerde uitbarsting. ‘Weet je waarom ze in Mexico journalisten vermoorden? Omdat er vervolgens niks gebeurt. Helemaal niks.’

De journalist hoopt asiel te krijgen in een ander land. ‘Ik ben Mexico gaan haten’, zegt hij. ‘De politie, de regering, zelfs de mensen.’ Hij sluit zijn ogen en wrijft langdurig met zijn handen over zijn gezicht. ‘Ik haat mezelf ook. Omdat ik bang ben. Ze hebben hun zin, ze hebben gewonnen. Maar het maakt me niet meer uit. Ik wil leven.’

Omar Bello Foto Geen credit / eigen foto's

Omar Bello (42):  ‘Ze zeiden dat ik gepubliceerd had zonder toestemming, en dat dit de laatste waarschuwing zou zijn.’

In 2009 beginnen narco’s zich te bemoeien met de publicaties van Omar Bello. ‘In het begin vroegen ze het nog vriendelijk’, zegt de 42-jarige journalist. ‘Daarna werden het bevelen. En ze boden geen geld in ruil voor gehoorzaamheid. Ze boden slechts aan me in leven te laten.’

Bello werkt sinds 2007 voor een lokale krant in Zihuatanejo, een kuststad in de zuidelijke deelstaat Guerrero, een van de gewelddadigste regio’s van het land. Drugskartels vechten er om de controle over de papavervelden en om de routes waarlangs de kostbare opium noordwaarts gaat.

De kartels voeren een angstcampagne en gebruiken journalisten om te verzekeren dat hun terreur niet onopgemerkt blijft. ‘Ze wisten me altijd te vinden’, aldus Bello. ‘Ook al veranderde ik voortdurend van nummer.’ Met collega-journalisten praat hij er nooit over. ‘Maar ik weet dat het bij iedereen in Guerrero zo gaat. Als je ziet dat bepaalde nieuwsfeiten in geen enkel medium worden gepubliceerd, dan zegt dat genoeg.’

In 2013 wordt Bello ‘opgepakt’ door kartelleden. ‘Ze waren ontevreden over een van mijn artikelen. Ze trokken me in hun auto, die zat vol mannen met kalasjnikovs. Ze hebben me een uur lang rondgereden maar niet geslagen. Ze waren wel boos, zeiden dat ik gepubliceerd had zonder toestemming, en dat dit de laatste waarschuwing zou zijn.’

Het wordt steeds ingewikkelder de criminelen te gehoorzamen. ‘De kartels raakten versplinterd, allemaal met eigen wensen en belangen. Wij als journalisten zitten ertussenin. Schietpartijen, executies, massagraven, het ene kartel wil dat je er wel over publiceert, het andere juist niet. Naar wie moet je dan luisteren?’

Op een avond wordt hij gebeld. ‘Ze hadden iemand ontvoerd en wilden dat ik over de moord zou publiceren in de krant van de volgende dag.’ Bello kan het slachtoffer horen schreeuwen. ‘Ik legde uit dat de krant om middernacht naar de drukker gaat, dat ik niet over een moord kon publiceren voordat die had plaats gevonden.’ De narco’s accepteren het en bellen hem de volgende ochtend om te vertellen waar het lijk ligt. ‘Ik schreef het bericht. Het voelde verschrikkelijk.’

In de zomer van 2017 gaat het mis. ‘De autoriteiten troffen een echtpaar aan in een illegaal graf. Ik kreeg de instructie er niets over te schrijven. Een andere groep wilde juist dat ik wel publiceerde en was woedend toen het niet in de krant stond.’ Hij krijgt een telefoontje met de boodschap dat zijn laatste uur heeft geslagen, en vlucht de deelstaat uit. ‘Mijn vrouw was boos’, zegt Bello zacht. ‘Ze vond al heel lang dat ik ander werk moest zoeken. Ze heeft de relatie beëindigd en is met onze kinderen achtergebleven.’

Bello zit elders in het land ondergedoken, maar kan Guerrero niet loslaten. Tijdens het gesprek tuurt hij voortdurend op de schermpjes van drie telefoons en toont de foto’s die hij krijgt opgestuurd. Hij scrolt langs afgehakte hoofden en gevierendeelde lichamen alsof het vakantiekiekjes zijn.

Zijn baan is hij kwijt, maar Bello volgt het nieuws op de voet en publiceert artikelen en foto’s op zijn nieuwe Facebook-pagina Foro Guerrero. ‘Kijk dit is een tekst over een afgeslacht gezin, dat is nergens anders gepubliceerd.’ Hij scrolt verder, naar een bericht over elf doden in Acapulco. ‘Zie je dat? 34 duizend keer bekeken.’ Zijn ogen glimmen even. ‘Ik wil financiering regelen om er een echte website van te maken.’

Op de vraag of hij wel eens nadenkt over stoppen, volgt een lange stilte. ‘Ik ben bang’, zegt hij dan. ‘Maar we kunnen niet allemaal onze mond houden. En vanuit hier is het makkelijker. Hier ben ik veiliger, want ik denk niet dat ze helemaal hierheen komen om me te vermoorden.’ Hij lacht, maar zijn ogen staan donker. ‘Zo belangrijk ben ik nu ook weer niet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.