Droplullen en lapzwansen

De Uitverkorenen laat een weinig getoond beeld zien van korpsmariniers in opleiding. Documentairemaker Geertjan Lassche wilde weten waaróm 'Pietje het haalt en Jantje niet'.

'Vieze, vuile uitknijper!' De koplampen van een jeep verlichten een zandpad. In het schijnsel lopen jongens in camouflagekleding door het zand. Voor hun buik dragen ze een geweer, achterop zeulen ze een rugzak van 35 kilo mee. De kleinste kan de groep niet bijhouden.


'Naar voren met die vent!'


Hij sjokt voort. Sputtert iets over zijn voet. De anderen trekken hem mee aan zijn kraag. Duwen hem vooruit. Hij valt, wordt omhoog getrokken. Hij valt weer.


'Naar voren! Fucking droplul! Loop door! Stomme lapzwans! Je houdt de hele club op, idioot!'


Hij zwalkt door. Tolt in de berm. Zijn rugzak zakt af. Gemompel. Hij wil stoppen.


'Waarmee?! Je stapt niet uit een mars! Je stopt met de mariniersopleiding of je maakt die héle kutzooi door! Je lichaam is hier niet voor gemaakt! Je bent mentaal niet sterk genoeg!'


De jongen zucht, het hoofd gebogen. Hij capituleert. In het schijnsel van de koplampen loopt de groep door. Van de 25 kilometer die ze moeten, hebben ze er pas 2 afgelegd.


Dit is het breekmoment dat Geertjan Lassche wilde vastleggen toen hij een film besloot te maken over de opleiding van korpsmariniers, de grootste elite-eenheid in het Nederlandse leger. De documentairemaker volgde een lichting rekruten tijdens de negen maanden durende opleiding. Hij wilde weten waarom sommige jongens de opleiding wel afmaken, terwijl anderen, het hoofd gebogen, alleen achterblijven op donker zandpad.


Tijdens het filmen ontdekte hij nog een verhaallijn: de hoge standaarden die het korps ooit stelde aan de rekruten, worden niet meer gehaald. Zoals de sergeant-majoor zegt: 'Tien keer een 9 zou mooi zijn, maar we moeten tegenwoordig tevreden zijn met twintig keer een 6,5.'


Lassche, die afgelopen jaar de journalistieke prijs De Tegel won voor de film Vreemdelingen en bijwoners en veel lof kreeg voor zijn documentaire over de wegens doping geschorste wielrenner Thomas Dekker (Niemand kent mij), is altijd geïntrigeerd geweest door het leger. Zo deed hij veel onderzoek naar de Tweede Wereldoorlog en de val van Srebrenica.


In Haïti zag hij kort na de aardbeving hoe Nederlandse mariniers hulpgoederen uitdeelden. Er waren maar spullen voor honderd mensen, terwijl er zeker duizend Haïtianen stonden. Hij zag lef, mannen die goed bleven handelen onder grote stress. Hij filmde en dacht: ik zou me wel eens willen verliezen in dit onderwerp.


Dat gebeurde in de maanden tussen september 2011 en mei 2012. Lassche liep de nachtelijke marsen mee - met zware camera - en bivakkeerde evenals de rekruten dagenlang in de bossen. Soms werd hij 's nachts uit bed gebeld, als een rekruut dreigde te stoppen. Het eindresultaat, De uitverkorenen, gaat zaterdag, 17 november, op het IDFA in première.


Mariniers zijn mannen uit één stuk, vindt Lassche. Kordaat, correct in de omgang, maar niet subtiel. 'Gaan is gaan', zegt de documentairemaker. 'Als ze vanuit boten het strand op moeten, kan er al op ze worden geschoten. Toch lopen ze door.'


Geen wonder dat het korps bij veel mannen tot de verbeelding spreekt. 'Iedere man wil graag zijn mannelijkheid bewijzen. Dat kan bij deze opleiding. Het is de ultieme test.'


En toch wilde de filmmaker juist dat idee onderuithalen. 'Op het moment dat ik een eendimensionaal beeld hoor, wil ik kijken wat er van waar is. Op verjaardagen hoor je alleen de mooie, sterke verhalen over mannen die de opleiding hebben afgemaakt. Terwijl er in Nederland tienduizenden zijn die het níét hebben gehaald.'


Lassche weet niet welke motieven defensie had om hem carte blanche te geven; hij mocht overal filmen. Hij gokt dat ook de krijgsmacht wil laten zien wat er nodig is om marinier te worden. 'Dat is geen heroïek', zegt hij. 'Je moet als rekruut vooral lang kunnen wachten op de volgende oefening. Dan moet je je verstand uitzetten, alleen denken aan het moment dat je in actie moet komen. Als je problemen thuis hebt, of je afvraagt of de scooter die je op Marktplaats hebt gezet al is verkocht, dan lukt het niet.'


Hij kreeg groen licht voor de documentaire aan een tafel met officieren. In voorbereiding op het gesprek hadden zij de film over Thomas Dekker gezien. 'Ze zagen dat ik niet voor de makkelijke weg ga, mijn films bevatten altijd kwetsbaarheden. Toch worden mensen het liefst op hun eerlijkst geportretteerd. Daarom heb ik nog steeds een goede band met Thomas.'


'Ik wil een eerlijke film maken', zei Lassche dan ook tegen de officieren. 'Ik wil het dicht op de huid vastleggen, zonder compromissen. Ik ben niet geïnteresseerd in schieten, de gebruikelijke helikopters en granaten. Ik ben alleen op zoek naar de breekpunten. Ik wil weten waarom Pietje het haalt en Jantje niet.'


Vier weken later staat de lichting nieuwe rekruten onwennig in de groene overall, het haar vers gemillimeterd. Ze giechelen als een sergeant zegt dat piercings 'een beetje homofiel' zijn. Desalniettemin dragen sommigen een glanzende oorbel wanneer ze ter kennismaking elkaar klassikaal interviewen over hun achtergrond. Ze waren hiervoor timmerman, werkten bij een sloopbedrijf of deden een weinig succesvolle poging tot een mbo-diploma administratie. Ze gamen in hun vrije tijd, hebben met vrienden om 200 euro gewed dat ze twee jaar geen relatie zullen krijgen. Ze doen de opleiding 'voor de eer', of om zich tegenover hun vader te bewijzen. Al die zaken moeten overboord als ze marinier willen worden.


'Mariniers zijn mannen die gemaakt zijn', zegt Lassche. 'Het zijn hulzen die leeggemaakt worden en vervolgens weer worden gevuld.' Terwijl de filmmaker de nieuwe lichting daar zag staan, dacht hij weer terug aan de mannen die hij zag werken op Haïti. 'Kunnen deze jongens zo worden?', vroeg hij zich af.


Niet allemaal, merkte de filmmaker al snel. Hij deelde voor zichzelf de lichting in drie groepen in: modelmariniers, twijfelgevallen en kanslozen.


Uit elke groep volgde hij een aantal jongens. Om te bepalen welke jongens hij wilde volgen, vroeg hij met welk dier ze zichzelf vergelijken. Op de vraag waarom ze marinier wilden worden, zouden ze immers een pasklaar antwoord hebben. Ze vonden zichzelf een vogel, 'vanwege de brede visie', of een zwijn, 'omdat ik het fijn vind in een schoon bed te liggen, maar het ook niet erg vind om door de modder te kruipen.'


Hij kon er niet dag en nacht bij zijn, gedurende de negen maanden. Daarom had Lassche 'antennes' ingebouwd: instructeurs die hem belden als er iets stond te gebeuren, of rekruten die hem soms iets influisterden. Als hij bij een mars met een rekruut liep die achterop was geraakt, werd hij ook gebeld: 'Kom naar voren, want er gaat er hier een down'.


Op een nacht vielen drie jongens flauw. Lassche: 'Als ik niet had geweten dat het door een gebrek aan water, eten of ventilatie kwam, was ik me lam geschrokken.'


De instructeurs hebben de film inmiddels gezien. Zij zijn niet geschrokken van de op beeld vastgelegde hardheid. De korporaal die de jongen aan het begin van dit stuk de huid volscheldt, schaamde zich alleen dat hij het woord 'opgekankerd' ergens heeft gebruikt.


De rekruten zien de film pas bij de première, een aantal is wel voorbereid. Voor sommigen is de film hard: het contrast met de bravoure aan het begin van de opleiding en de uiteindelijke aftocht is groot, in het bijzonder bij de rekruut aan het begin van dit artikel. Ze hebben allemaal de keuze gehad om er niet aan mee te werken, benadrukt Lassche. 'Hij is in dit avontuur gedoken en de uitkomst is helaas niet zoals hij wenste. Ik wilde de jongens zo authentiek mogelijk neerzetten. Daar horen nou eenmaal winnaars en verliezers bij, zoals in het echte leven.'


1976


Geboren


Is


onderzoeksjournalist en documentairemaker


2000-2008


Reportages TweeVandaag en Netwerk


2008


De boer die zou gaan emigreren


2009


Nooit meer laf


2011


Mannenbroeders van Kootjebroek


2011


Niemand kent mij


2011


Vreemdelingen en bijwoners


2012


De Uitverkorenen; première zaterdag 17 november op het IDFA


IDFA-directeur boos op kabinet


Het 25ste IDFA opende woensdagavond in het Amsterdamse Tuschinski-theater met de 'Utoya-documentaire' Wrong Time Wrong Place van John Appel. Directeur Ally Derks, die al vanaf het begin verbonden is aan het inmiddels grootste documentairefestival ter wereld, ontving de Frans Banninck Cocq Penning voor personen die zich bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor de hoofdstad. In haar speech haalde zij uit naar de vorige en huidige Nederlandse regering, in het bijzonder vanwege de aangekondigde opheffing van het Mediafonds. 'Een klap in het gezicht. De bezuinigingen destabiliseren de structuur van de gehele (documentaire)industrie.' Ruim 80 procent van de op het IDFA vertoonde Nederlandse films is medegefinancierd door het Mediafonds.


Daarnaast stond Derks stil bij het jubileum. Ze benadrukte dat het festival, dat zich aanvankelijk vooral richtte op de geëngageerde documentaire, door de jaren heen is uitgegroeid tot een veel breder podium: van kunstzinnige en ontregelende cinema tot de meer activistische of rechttoe rechtaan verhalende films, en van educatief tot puur entertainment. 'Het IDFA is een festival van niches.'


Ondanks de bezuinigingen staat de structuur van het festival zelf nog stevig overeind: geld van nieuwe sponsors, ook aangetrokken vanuit het buitenland, moet de weggevallen overheidssubsidie compenseren.


Donderdag 22 november neemt het festival de toestand van de Hollandse documentaire onder de loep, tijdens een congres waarvoor internationale sprekers zijn uitgenodigd, Derks: 'We hadden gehoopt dat het die dag niet enkel over geld zou gaan. Maar nu hebben we geen keuze.'


Bor Beekman


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden