Droom & Mobiel

Vaste prik, ik doe het elke keer, net zo trouw als bezoek aan tandarts en Matthäus, maar dit uitstapje blijft iets ongepasts houden en verbodens, alsof ik bordelen ga verkennen....

'Nee, geen parkeerkaart', moet ik elk jaar aan de kassier melden, en hoewel dat niet altijd dezelfde man kan zijn, maakt hij wel voortdurend hetzelfde, snuivende geluid. Het ongemak en de kleine vernederingen horen erbij, als bij iedere initiatie-rite.

Maar dit keer vond ik een medestander, iemand die zich op dit punt openlijk durft te bekennen, en zelfs zo ver gaat op voorhand routes uit te stippelen en plattegrondjes mee te sjouwen. Hij haalt me af, in zijn rode MX 5 met compressor en notenhouten dashboard (meerprijs), en zodra we rijden, worden we allebei op slag negen jaar oud, en mogen we zonder moeder een middag naar de Efteling.

Meteen in de parkeergarage al stijgt de stemming: wij waren eerst, en wij reden een leuke, onpretentieuze two-seater, maar die stomme Belg in zijn burgertruttige Ford Scorpio treuzelt. Jezus, lul, moven met die bak. Zoals te verwachten viel, zijn we hem te snel af en steken tevreden onze rode Mazda-neus in het vrijgekomen gaatje.

Medestander, zoals gezegd veel verder in het emancipatieproces dan ik, dringt nu zonder verder op of om te kijken door naar de ingang, en als dat toevallig ten koste gaat van andermans elleboog of knietje: soit. Hij heeft ooit Franse taal-en letterkunde gestudeerd, maar daar heeft op dit moment niemand last van. Dezelfde blikkerende ogen als de andere mannen die maar een ding willen; meer, nog meer blik.

AutoVisie, AutoRai.

Zelf heb ik nog wat last van remmingen, maar als ik het gezelschap om me heen zie, begrijp ik dat ik me hier ongestraft kan laten gaan. Zodra de kaartjes gescheurd zijn, en de eerste auto op aaibare afstand is, voel ik de verandering. Natuurlijk, het blijft duwen en trekken, maar er is iets dromerigs in het dringen geslopen, iets idealistisch. We snappen nu waarom er tenen geplet moeten worden en ruggen gebroken. Het geeft niet, we zijn samen op weg naar een Hoger Doel. De nieuwe, wonderschone Peugeot 406 coupé van Pininfarina lonkt ons: ze knipoogt en draait bevallig rond haar as.

Eerst zien, dan uitproberen. Een jongen van zestien vraagt aan de bijgeleverde juffrouw of hij mag, zij glimlacht toegeeflijk, en dan nestelt hij zich in de gelooide, zwart lederen stoelen, en voelt hoe de 2.9 V6-motor precies doet zoals zijn spekzolen hem ingeven. Vader ernaast, goedkeurend knikkend.

Werelden worden in steno besproken: STS, 1.9 turbo, XK8. Oh - gebroken stem - die. Opvolger van de XJS. Jaa. Hmmmmmmmmmm. Er is ook een moeder bij, en dat is een leuke vrouw: zo te zien staat zij eenzaam aan het hoofd van dit eenoudergezin met twee, norse, puberende jongens, die haar nu geheel vergeten zijn. Ze draagt een forse kralenketting, met een zweem van Derde Wereld, en waarschijnlijk is het daardoor, dat ik meen te kunnen horen hoe ze wekelijks haar beider mannen smeekt: 'Zeg dan eens iets. Wat is er? We kunnen er toch over praten.'

Ze moet toezien hoe die twee, die normaal gesproken bij het begin van elk onderhoud meteen naar de afstandsbediening grijpen, met elkaar converseren, en wel rechtsreeks, van ziel tot ziel. Ze vertrouwt haar ogen niet, en haar oren nog minder, want nu het lang verwachte relatiegesprek dan eindelijk plaatsvindt, gebeurt dat in het Sanskriet. Ik geloof niet dat ze jaloers is op de auto, die nu aan alle kanten door de mannen wordt betast. Dat gebeurt - er is geen ander woord voor - oneindig liefdevol. De vrouw ziet dus dat het erin zit, aandacht, warmte, genegenheid, het is allemaal voorhanden. Maar hoe, zie je haar denken, vind ik een manier om die energiestroom af te tappen, en van de knopjes en de elektrisch verstelbare buitenspiegels naar mij te leiden.

Nu schuif ik achter het stuur, terwijl haar echtgenoot me behulpzaam uitlegt hoe de stoelen versteld kunnen worden. Zwijgende, maar vergenoegde uitwisseling van blikken. Zij schudt heel licht haar hoofd. Daarbinnen moet inmiddels een storm opgestoken zijn: 'Mijn man. Vriendelijk tegen de eerste de beste vreemde. Wat is de toverformule? Waar gaat dit ritueel over?' (Ze kijkt trouw naar documentaires over Afrika).

Toen, in die auto-tempel, waar stilte gewenst is, kon ik het natuurlijk niet uitleggen, maar nu vind ik dat ik haar antwoord moet geven. Kijk, de meeste gesprekken, die voor goed of zelfs voor diep doorgaan, vinden plaats in een benauwd universum. Het is jij & ik, tegenover elkaar op een keukenstoel. Het onderwerp is ons. Wij moeten praten. Er is geen uitweg meer.

De bevrijding nu, bestaat uit het benoemen van een derde term, een derde ding, waarop alle aandacht zich kan richten. Dankzij de auto (de boot, de paardenrace) kan alles getoond en besproken worden, zonder dat de schaamte meteen hoeft toe te slaan.

Dit verlangen naar iets dat buiten onszelf ligt, hecht zich daarom zo snel aan alles wat rijdt, vliegt, draaft en optrekt. Vorm en inhoud vallen samen: het object van aandacht is tevens tevens het middel waarmee het doel kan worden bereikt. Is eenmaal afgesproken dat ons persoonlijke Zelf niet in het geding is, dan dreigt er geen intimiteitsgevaar meer, en kunnen de deelnemers zich straffeloos blootgeven.

Voorbeeld: de vergevorderde metgezel die dagelijks in een cabrio rijdt, toont op de AutoRai naar ieders tevredenheid zijn routine met oprolbare daken. Dat werkt zo: er staat een groepje mannen in een kring rond de auto, die eerst beklopt en gestreeld wordt en daarna bezeten. De een drukt op dat knopje, de ander haalt die hendel aan, de omgang wordt steeds vrijer. Toch houdt iedereen zijn adem even in, wanneer metgezel het dak in beweging zet en op en neer laat schuiven. Zo nodig gebruikt hij geweld, en duwt het doek, zoals hij het hebben wil.

Als bij toverslag staat iedereen gebiologeerd naar het bewegende deel te kijken. Wauw, die durft. Eigenhandig. Omhoog, omlaag, op, neer, alles onder controle en even beheerst. Uit de rijen maakt zich een bescheiden gebrom los, waaruit instemming spreekt en aanmoediging. Dit is onze jongen, daar in het midden, hij doet zijn werk namens het hele team.

Pas als de magie verbroken is, en metgezel weer naast me staat, dringt het tot me door dat je geen orthodoxe Freudiaan hoeft te zijn, om in deze scène exhibitionistische sporen te vinden. Er staat een man in het midden, en hij trekt en friemelt aan een geslacht van canvas dat precies doet wat hij wil. Ondertussen prijzen wij de ritmisch volmaakt vloeiende beweging van de voorhuid.

Toch zou het een grove vergissing zijn om te denken dat de AutoRai-bezoeker, als het erop aankomt, op zoek is naar seks. Nee, de liefhebber wil de onschuld van het schuifdak en de argeloosheid van het metallic kontje: een wereld kortom, waarin niets ter discussie staat, en niemand ooit vraagt: 'Wat zit daar achter. Wat bedoel je nu eigenlijk.'

Op het moment dat de eerste feministen zich roerden en vrouwen verantwoording begonnen te verwachten van mannen, namen de laatsten niet de benen, maar de auto.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden