Droogte verjaagt Australische boeren

Elke vier dagen pleegt een boer zelfmoord, zo wil het gerucht dat in Australië rondzingt. Gewassen verdorren. De droogte versnelt de leegloop van het platteland....

Boer Peter Luelf loopt een net geoogste akker met gerst op. Hij pakt een aar die de oogstmachine heeft gemist. ‘Kijk’, zegt hij. ‘De korrels zijn normaal twee zo groot en veel voller. Dit jaar is het helemaal niets met het gewas.’

In de verte haalt zijn zoon het graan van de akker. ‘Ik ben een van de weinigen in de streek die oogsten’, vertelt de boer, eigenaar van 3000 hectare. ‘De meeste boeren moeten een loonwerker inhuren. Ik heb het geluk dat ik de machines heb en dat mijn zoons gratis meewerken. Veel levert het niet op. Als het niet regent, groeit er gewoon niets.’

De droogte houdt Australië in een wurggreep. Statistici hebben berekend dat de aanhoudende droogte van de laatste jaren maar een keer in de duizend jaar voorkomt. In grote delen van het land heeft het sinds 2001 niet meer fatsoenlijk geregend. De stuwmeren vallen leeg en op de akkers wil niets groeien. Peter bukt en raapt wat van de rode gescheurde bodem op. ‘Er zit helemaal geen vocht meer in. Kurkdroog is de grond.’ De grond verwaait met de wind.

In de keuken van de boerderij toont de 61-jarige boer zich van zijn optimistische kant. Hij wil van geen ophouden weten. ‘Dit jaar is er geen geld, maar ik heb van de bank geleend. Ik heb veel grond en de prijs daarvan is nog redelijk. We gaan het weer proberen. Ooit moet het regenen.’

Veel collega’s denken daar anders over. De berichten zijn dat elke vier dagen een boer zelfmoord pleegt. Peter kent de verhalen en weet van bevriende families die een zoon of een man hebben verloren. ‘Het zijn verschrikkelijke verhalen.’

Ook zijn vrouw Barbara houdt de moed erin. De tuin ligt er mooi bij. ‘Je moet je best doen om het nog wat groen te houden. Als je alleen maar naar verdorde akkers kijkt, word je zo somber.’ Echt slecht heeft de familie het niet, op bijna 600 kilometer van Sydney. Internet komt via een satellietontvanger, de stallen staan vol machines.

In het gehucht Weethalle, waarop Luelf is aangewezen, is de misère alom voelbaar. Hij geeft een rondleiding samen met zijn vrouw. Het wegrestaurant is eerder dit jaar gesloten. ‘Dat was een slag voor de bevolking’, vertelt Luelf, die lid is van de gemeenteraad van Bland Shire, waaronder Weethalle valt. ‘De eigenaren zagen het niet meer zitten. Er is geen graan, er wordt niets meer vervoerd en er zijn geen chauffeurs die even wat komen eten. Ze simpel is het.’

De mensen die er nog wonen, houden de moed erin. In het houten postkantoor houdt Louise Butler de boel draaiende.

Butler heeft net het kantoor overgenomen. ‘Ik moet geld verdienen om de boerderij draaiende te houden’, zegt ze. ‘Maar het valt tegen. Mensen komen hun rekeningen niet betalen, de verkoop loopt niet goed. Ik ben benieuwd hoe lang ik het volhoud.’

‘We hadden hier vijftig jaar geleden nog drie supermarkten, garages en veel benzinestations’, vertelt Graham Bennett, die is komen buurten bij de garage. ‘De plaats is nu bijna verlaten.’

Een supermarkt heeft het dorp al lang niet meer. De winkel uit 1929 staat leeg. Het roadhouse verkocht eenvoudige levensmiddelen, maar nu dat dicht is, moet iedereen naar West Wyalong, de hoofdplaats van Bland Shire, ruim 50 kilometer verderop. Alleen het café, dat nog open is, heeft een keer in de week vers brood.

Zijn vrouw Barbara wijst op positieve dingen. ‘De telefoonmaatschappij heeft de centrale onlangs aangepast, zodat de bewoners van Weethalle snel internet kunnen krijgen. Vanaf zondag komt een groente- en fruithandelaar uit Wagga Wagga 200 kilometer verderop elke week verse waar verkopen.’

Uiteraard veroorzaakt de droogte de uittocht op het Australische platteland niet alleen. Het proces is al jaren bezig, maar het uitblijven van regen versnelt de leegloop zienderogen. In 1991 woonden er in Weethalle 151 mensen en in 2001 iets meer dan honderd. In 2006 (de bevolkingsgegevens over dit jaar zijn nog niet bekend) zullen dat er zeker minder dan honderd zijn, zegt Carmen Formosa van de gemeente Bland Shire. De gemeente kan niet veel doen aan de leegloop. ‘De economie bepaalt de toekomst van dergelijke dorpen.’

Weethalle is een van de vele plattelandsgemeenschappen in verval, zegt onderzoeker Margaret Alston van de Charles Sturt Universiteit in Wagga Wagga, het regionale centrum en het hart van de graanteelt in New South Wales. ‘Zeker 40 procent van de dorpen op het platteland gaat in inwonertal achteruit en bij de overige 60 procent is de groei eruit. Ik zie de toekomst somber in. De droogte is ongekend lang en komt over heel Australië verspreid voor.’

Voor haar onderzoek gaat ze bij boerenfamilies langs om te praten en de resultaten stemmen haar niet vrolijk. ‘Meer en meer boeren vertellen dat het slecht met ze gaat. Vroeger gaven ze dat niet toe. Bovendien voelen veel boeren zich buitengesloten van de Australische samenleving, die meer en meer verstedelijkt.’

Ze vertelt van een vrouw die een kankeroperatie heeft ondergaan, maar niet voor controle naar de dokter is gegaan. De zorgen op de boerderij zijn te groot. ‘Kinderen vertellen me dat ze op hun tenen moeten lopen. Ze gaan vaak niet naar een vervolgopleiding, domweg omdat er geen geld is.’

De verhalen over de zelfdoding kent ze ook. ‘De officiële cijfers zijn dat zelfmoord twee keer zo veel voorkomt als in de steden, maar ik denk dat het veel meer is.’ Er doen de gruwelijkste verhalen de ronde.

Alston maakt een praatje met Wendy Bowles, vrouw van een boer in West Wyalong. ‘Ik heb gehoord van een boer uit een vallei verderop’, vertelt Bowles. ‘Hij wilde zijn koeien naar het slachthuis brengen omdat hij geen voer meer had. Het slachthuis weigerde de dieren. Ze waren te slecht. Toen is hij naar huis gegaan, schoot zijn vee dood en toen zichzelf.’

Zelf is ze aan het werk gegaan, 150 kilometer van huis, om de boerderij van haar familie te redden. ‘Maar je mist je kinderen. Ik kan niet elke dag naar huis en gisteren wisselde mijn jongste dochter een tand. Ik kon er niet bij zijn. Het is zwaar.’ Ze krijgt een knuffel van Alston.

Als Bowles weg is, zegt ze dat er veel van zulke vrouwen zijn. Eigenlijk houden zij het boerenleven in stand met hun baantjes. ‘De vrouwen zijn de werkelijke pilaren van de landbouw geworden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden