Droogte in Zimbabwe: 'Er gaan hier mensen sterven'

Zuidelijk Afrika wordt geteisterd door droogte, veroorzaakt door het natuurfenomeen El Niño. Miljoenen inwoners zijn aangewezen op voedselhulp.

Sepho Thebe en haar twee kinderen op haar verdorde maïsveld. Beeld Sven Torfinn

Geroutineerd tillen de dorpelingen de zakken maïs van de vrachtwagen en leggen ze in nette rijen op de grond om te laten verdelen door de hulporganisatie. De voedselhulp komt precies op tijd. 'Thuis is er niets meer, vertelt een van de vrouwen. Ze kijkt ietwat bezorgd naar de baby op haar rug, maar haalt dan achteloos haar schouders op. 'Het wordt gevaarlijk dit jaar, maar we zien wel.'

Het vrolijke gelach en geklets boven de zakken maïs doet vermoeden dat de dorpelingen amper beseffen welke rampspoed hen boven het hoofd hangt. De bestuurder van het district Chivi in het zuiden van Zimbabwe, waar het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de VN samen met de overheid deze ochtend de maandelijkse voedselhulp verstrekt aan drieduizend gezinnen, realiseert het zich des te meer.

'Er gaan hier mensen sterven', zegt districtsbestuurder Hlabathi Vafias als hij zijn bezwete voorhoofd afveegt en een flesje limonade aan zijn mond zet. 'El Niño heeft de complete oogst in deze regio verwoest. De volgende oogst is pas vanaf maart 2017 te verwachten - als er dit najaar tenminste wel regen valt. Wat moeten we in de komende twaalf maanden doen?' Bezorgd kijkt hij vanaf zijn geparkeerde Toyota naar de honderden mensen die wat aangeslagen in de schaduw onder de boom zitten te wachten tot de zakken maïs worden uitgedeeld.

Hij heeft net slecht nieuws moeten brengen: dit was de laatste voedsellevering. De maandelijkse zak maïs van 50 kilo per familie was bedoeld ter overbrugging van de slechte oogst van vorig jaar en de beoogde oogst van april dit jaar. Nu is het programma ten einde, maar er is geen nieuwe oogst. De oorzaak ligt bij El Niño; het klimaatfenomeen dat de regen inslikte, de ergste droogte veroorzaakte sinds 1992 en nu al 14 miljoen inwoners van Zuidelijk Afrika bedreigt met hongersnood.

Mannen helpen bij het uitladen van een vrachtwagen met voedselhulp. Beeld Sven Torfinn

Verzengende hitte

De maïs, gierst en sorghum die de boeren in Chivi zoals gebruikelijk in november hadden geplant, is verschroeid door een verzengende hitte die in de plaats kwam van de regens. Zimbabwe oogst dit jaar 40 procent minder graan dan normaal. In het droge zuiden liggen die percentages veel hoger. Daar is ook de veestapel hard getroffen. Zeker 20 duizend koeien hebben het niet gered, de uitgemergelde dieren werden door wanhopigen voor de bodemprijs van 30 dollar - normaal 300 tot 600 dollar - verkocht om voedsel te kopen.

Nu in februari eindelijk wat regen is gekomen, heeft een groene sluier het leed van de afgelopen en toekomstige maanden aan het zicht onttrokken. Koeien grazen tevreden aan het jonge gras en komen langzaam op gewicht, de rijen voor de toen vrijwel lege waterputten zijn verdwenen. Sommige boeren hebben hun akkertjes zelfs weer opnieuw omgeploegd en ingezaaid in de hoop dat er alsnog voldoende regen komt.

In Tsholotsho, een district verderop in het zuiden van Zimbabwe, sloft Jeffrey Tubi door zijn vergeelde maïsveld. ' Kijk, helemaal niets', zegt hij terwijl hij de verdorde bladeren van de plant breekt. Hij heeft al zijn hoop gevestigd op zijn twee zoons die naar Zuid-Afrika zijn gevlucht in de hoop op werk. 'Er is hier geen irrigatie, we hebben alleen maar regen om op te vertrouwen. Niemand weet wat El Niño ons nog meer gaat brengen', zegt Tubi als hij naar de blauwe hemel wijst.

De droogte die Zuidelijk Afrika heeft getroffen, legt de erbarmelijke staat van de landbouw in Zimbabwe bloot, ooit de graanschuur van Afrika. Na de chaotische landonteigeningen begin deze eeuw is de commerciële landbouw, die volledig werd bestierd door blanke boeren, ingestort. De agrarische productie daalde in een decennium met naar schatting 70 procent. De graanvoorraden die blanke boeren aanhielden zijn er niet meer, de meeste keuterboeren die zich hebben gesetteld op de oude commerciële boerderijen, produceren zelfs in goede tijden amper genoeg om hun familie te onderhouden. Geld en kennis om te investeren in de boerderijen hadden de meesten immers niet. De gemiddelde maïsopbrengst daalde van 1,5 ton per hectare naar nog geen halve ton. Zimbabwe is nu volledig afhankelijk van voedselimport, maar het land is na de economische crisis van eind jaren 2010 praktisch failliet.

President Robert Mugabe heeft te lang gewacht met het uitroepen van de noodtoestand waardoor voedselhulp voor velen te laat zal komen. Buurlanden Zambia en Zuid-Afrika zijn eveneens getroffen door de droogte en produceren ook niet meer genoeg maïs voor export. De naar schatting 1,2 miljoen ton maïs die nodig is om de nood voor 3 miljoen hongerige Zimbabwanen te lenigen, zal moeten komen van verre landen als Brazilië en Oekraïne. Dat maakt de import duur en de logistiek extreem complex.

Structurele voedselhulp zal dus nog maanden kunnen uitblijven en veel regio's zelfs nooit bereiken. In Tsholotso overweegt Loveness Ndlovu (25) haar ezel te verkopen. 'Ik heb niets geoogst dit jaar, ik heb geld nodig om eten te kopen voor mijn vier kinderen. Ik ben bang dat de jongste het niet gaat overleven.' Over haar magere schouder in een geel slobberig t-shirt hangt de schop waarmee ze haar veldje gaat omploegen voor de aanleg van een groententuin. 'Met een beetje geluk blijft het regenen en kan ik straks tomaten, uien en bonen verbouwen om te verkopen.'

Tekst gaat verder onder de foto.

Inwoners van Chivi District wachten onder bomen op hun maandelijkse rantsoen van het Wereldvoedselprogramma. De hulp loopt binnenkort af, maar ook de nieuwe oogst lijkt mislukt. Beeld Sven Torfinn

Met die opbrengst zou Ndlovu haar gezin net door het droge seizoen kunnen loodsen. Diversificatie is het toverwoord waarmee tal van hulporganisaties proberen boeren te helpen zich te wapenen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Boeren moeten niet langer inzetten op een enkel gewas en moeten professioneler tuinieren: met betere klimaatresistente zaden, goed gebruik van bestrijdingsmiddelen, mest en vooral...water.

Zimbabwe barst van het water - er zijn meer dan 10 duizend dammen - maar de infrastructuur om ze te benutten voor irrigatie ontbreekt of is verwoest na de landhervormingen. Dammuren zijn ingestort, leidingen zijn weggeroest of als oud ijzer verscheept naar China. In plaats van twee of drie oogsten per jaar, resteert voor de meeste boeren dus slechts een kans na de regentijd. Is er geen regen, dan is er geen oogst. Zoals dit jaar.

Maar soms is er hoop, zoals in het dorpje Lushanga in Matobo District. Na een klim omhoog vanaf de rivier demonstreren dorpelingen hun kersverse moestuin. Het veldje van drie hectare wordt via vijf nieuwe pijpleidingen bewaterd vanuit het naburige stuwmeer. In de keurig afgescheiden bedden groeien pinda's, suikerbonen en zoete aardappels. De maïs is ook hier weinig succesvol geweest, maar dit keer ligt de schuld bij plunderende bavianen. 'Er moet een elektrisch hek komen', zegt een norse boer. 'Dat houdt tenminste ook de olifanten tegen.'

Welkome aanvulling

Green Village, zoals dit door de Nederlandse hulporganisatie Hivos gesponsorde pilot project heet, is een welkome aanvulling, maar nogal kleinschalig vinden de 35 inwoners die er aan meedoen. 'Als ik straks al wat groente kan verkopen is het te weinig om van te leven', zegt Sepho Thebe terwijl ze haar moestuin besproeit met de tuinslang. 'Ik zal toch moeten kiezen of ik er zaden voor volgend seizoen voor koop of dat ik het schoolgeld van mijn kinderen betaal.'

Project coördinator Ndumiso Mpofu is positiever. Een gezin kan twee keer per jaar een oogst van circa 1.000 dollar van zijn velden halen (het gemiddelde jaarinkomen in Zimbabwe is 350 dollar). 'In theorie is de investering in irrigatiesystemen in drie jaar terug te verdienen, maar je moet mensen zien te overtuigen van het langetermijnperspectief. Dat is lastig in tijden van honger', weet Mpofu uit ervaring.

Hij hoopt dat goed voorbeeld doet volgen. Boeren die training hebben gekregen voor het verzorgen van hun vee hebben hun veestapel duidelijk zien groeien. Bij veehouder Wilson Ncube is net het eerste kalfje geboren van een lokale koe die was geïnsemineerd met zaad van een sterke Angus-stier. Nu moet hij afwachten of de kruising met Europese melkkoeien eveneens is geslaagd. 'Door de droogte heb ik veel miskramen gehad', vertelt Ncube als hij in de namiddagzon de klingelende kudde met zijn stok over het stoffige pad veilig zijn erf binnenleidt voor de nacht. De kalfjes zijn een geliefde prooi voor de hyena's en soms een luipaard.

In het naburige district Tsholotso sponsort OxfamNovib een project van de lokale organisatie CTDT om boeren betere zaden te laten gebruiken. In de proeftuinen testen de vrouwen verschillende rassen sorghum op hun klimaatresistentie. Gewapend met meetlinten en kladblokjes scharrelen ze door de metershoge planten in de zo te zien gezonde tuin om de verschillende resultaten te meten. 'Die van ons is wel erg de hoogte in gegroeid', zegt Melody Nyomi vertwijfeld. 'Dat maakt dit ras te gevoelig voor vogels.'

De bedoeling is dat de vrouwen drie seizoenen lang blijven testen om zo het meest geschikte ras tegen droogte te kweken, legt projectleider Mduduzi Sibanda van CTDT/Oxfam uit. In speciale zadenbanken kunnen vrouwen de sterkste zaden van diverse gewassen met elkaar uitwisselen zodat ze straks over de hele linie hun oogsten kunnen verbeteren.

Tekst gaat verder onder de foto.

Een koe bij een lege drinkbak in Matobo; een buitje maakte een plas. Beeld Sven Torfinn

Volgens Monicah Dube (52), hoofd van de vrouwengroep in het dorpje vlakbij Tsholotso, leren de vrouwen veel van het project. 'Met deze kennis creëren we niet alleen onze eigen voedselzekerheid, maar houden we zelfs genoeg over om te verkopen om in andere levensbehoeften te kunnen voorzien.'

Toch overschaduwt de huidige droogte ook dit succes. 'In augustus zijn hier straks alle voorraden op', zegt Dube. 'Mensen gaan dan hun vee stuk voor stuk verkopen. Als ze dat niet meer hebben, zijn ze verloren.'

Op het erf van geitenboerin Sithembile Maphosa en haar zwangere schoondochter Mandy ligt nyeve te drogen, een onkruid dat in het verschroeide maïsveld is opgekomen na de eerste regen. Het wordt de enige maaltijd deze dag als vervanger van de traditionele maïspap sadza, het volksgerecht van Zimbabwe. De vrouwen lijken er niet mee te zitten. Lachend rennen ze achter de pasgeboren geitjes aan om ze aan de bezoekers te tonen als voorbeeld van succes. 'Wat we moeten eten dit jaar? Mijn man zal met een beter plan moeten komen', schatert Maphosa vanaf haar ligplaats onder de schaduw van de hoge boom op het erf waar het open vuur al brandt voor de nyeve. 'Aan de geiten hebben we niet genoeg.'

Geen toegang tot water

De kleinschaligheid van de meeste klimaatprojecten is een probleem', geeft Mpofu van Hivos toe. 'Er moet veel meer geld en omvang komen wil je echt impact hebben.'

Op het irrigatieveld in Lushanga, Matobo, dreigen de boeren nu al tegen de grens van het pilot project aan te lopen. In oktober is het stuwmeer naar verwachting opgedroogd, door de nieuwe leidingen loopt dan geen water meer maar modder.

'Het is aardig als hulporganisaties hier voedsel uitdelen, maar ze kunnen volgende keer beter een graafmachine meenemen om het stuwmeer uit te diepen', zegt veehouder Wilson Ncube. 'Ons probleem is niet dat we geen voedsel kunnen verbouwen, maar dat we geen toegang hebben tot water.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden