Droogstoppel tussen Koreaanse tekens

Het liefst zou ze haar gevoelens over de Max Havelaar zelf op papier zetten. Want, hoe kan monnikenwerk beschreven worden in een taal die niet de moedertaal is?...

Hoe bewijs je Koreanen dat de Nederlandse literatuur bestaat?

Myong-suk Chi (42): 'Door Max Havelaar te vertalen. Je kan wel leuk met een verhaal van Hermans beginnen, maar Multatuli is bij uitstek de spreekbuis van de Nederlandse kritische geest.'

Chi voelde de dringende behoefte om Koreaanse uitgevers te laten kennismaken met de verbeelding van de lage landen. 'Pas toen Cees Nooteboom genomineerd werd voor de Nobelprijs kwamen ze er achter dat Nederland méér biedt dan tulpen en klompen.'

Uit verlangen naar een uniek specialisme, en min of meer bij toeval - de faculteit Nederlands was juist opgericht -, besloot Chi in Seoul Nederlands te gaan studeren. In 1975 kwam ze met een beurs naar Leiden. Ze behaalde er haar doctoraal, en gaf sindsdien geregeld colleges in Leuven aan studenten van de vakgroep Koreaans. Nu werkt ze aan een syllabus over Koreaanse kranten. Ze schuift met vellen vol tekens, en citeert, behoedzaam, een krantekop: 'Eerlijkheid is belangrijker dan welsprekendheid.'

Met de vertaling van Multatuli's meesterwerk was ze al met al een jaar of tien zoet. 'Ik heb de Max Havelaar af en toe in de ijskast gestopt, maar 'm er toch steeds weer uit gehaald.'

Hoe kan monnikenwerk beschreven worden in een taal die niet de moedertaal is? Chi giechelt. 'Het liefst zou ik dit artikel zelf schrijven. Het is frustrerend om twee uur te praten over tien jaar werk. Gesprekken zijn zo tijdgebonden.'

Het was, een decennium lang, worstelen met uiteenlopende woordenschatten, denkbeelden en referentiekaders - de vertaalster spreekt over culturele discrepantie. 'Als Batavus Droogstoppel de gedichtjes van Hieronymus van Alphen kritiseert en zegt dat romans verzinsels zijn, bespot Multatuli daarmee het Nederlandse literaire klimaat. Maar zelfs Droogstoppel is in sommige opzichten een alter ego van Multatuli. Hoe breng je die ironie over? Ik wil de lezer niet overladen met noten. Als je àlles uitlegt stel je je zo bemoederend op.'

Chi probeerde zo letterlijk mogelijk te vertalen. Maar Multatuliaanse namen brachten haar in de problemen. Droogstoppel, Barbertje, Busselinck & Waterman en Wawelaar duiken, herkenbaar voor Nederlandse lezers, tussen Koreaanse tekens op. 'De symboliek zou bij vertaling volledig verloren gaan. Bij Slijmering ontgaat Koreanen de associatie met slijmen. Misschien maar goed ook. Het zou teveel van de Koreaanse netheid vergen.'

Chi bewondert Multatuli vooral om de constructie van zijn roman. 'Die is heel goed opgebouwd. Wat zeurt die man toch, denk je aanvankelijk. Maar: streng zijn voor jezelf, nòg een keer lezen, en je begrijpt precies waarom hij zoveel woorden nodig heeft.'

Koreaanse critici geven Chi gelijk. Max Havelaar, vorig jaar november verschenen in een oplage van vierduizend stuks, werd bejubeld. De roman werd zelfs experimenteel genoemd. 'Dat er drie vertellers aan het woord komen is ongebruikelijk. Koreanen zijn gewend aan één verteller. Bovendien presenteert Multatuli autobiografisch materiaal in de vorm van een roman. Dat vinden ze exotisch.'

Ook bij het publiek bleek de vertaling een succes. 'Ik bel niet steeds naar m'n uitgever met de vraag hoeveel er zijn verkocht. Anders denkt hij nog dat ik alleen maar op mijn honorarium uit ben.'

Haar landgenoten herkennen in de Max Havelaar de mechanismen van het kolonialisme. 'Multatuli verzet zich tegen uitbuiting van het volk. Vanuit het standpunt van de inlanders - ik heb eigenlijk een hekel aan dat woord - stelt hij de houding van zijn landgenoten aan de kaak. Dat spreekt aan als je, zoals wij, zesendertig jaar onderdrukt bent geweest door de Japanse bezetter.'

Pas sinds kort wordt openlijk, en zonder schroom, over die periode gesproken en geschreven. 'Ik hoorde tijdens mijn jeugd meer over de slechte kanten van het communisme dan over de wreedheden van de Japanners. We waren nog niet van hen verlost of de oorlog tussen Noord- en Zuid-Korea brak uit. Na de wapenstilstand van 1953 bleek een vreedzame hereniging onmogelijk. Dat trauma was groter en actueler dan het recente verleden.'

W.F. Hermans hamerde er bij de presentatie van de Volledige werken op dat Douwes Dekker geen anti-kolonialist was. 'Maar ik moet Multatuli verdedigen. Op zijn minst was hij tegen misbruik van het kolonialisme. Hij was een gevangene van zijn tijd. Als hij nu geleefd had was hij ongetwijfeld heel uitgesproken geweest. Hij zou toch geen andere keus hebben?'

Multatuli had last van een groot hart. Maar Chi wil hem niet idealiseren. 'Brandt Corstius schreef in NRC Handelsblad dat zijn enige fout was dat hij zelf wist dat hij een genie was. Een mooie manier om Multatuli nog eens extra te prijzen. Maar dat hij zichzelf een genie noemt en het publiek het hem vergeeft, heeft iets provinciaals. In Korea zou je met zo'n opmerking goed fout zitten. Als je je realiseert hoe bijzonder je bent moet je het juist niet zeggen. Dat is een veel subtieler uitgangspunt.'

Een student vangt haar woorden op en Myong-suk Chi, veilig weggedoken in de hoek van een bibliotheek, grinnikt. Wie is zij dat ze zo'n grootheid durft aan te vallen? 'Ik zou wel willen weten wat hij van vrouwen dacht. Op mij was-ie vast niet gevallen. Ik ben veel te klein.'

Douwes Dekker had, weet de vertaalster, tijdens zijn langdurige verblijf in Nederlands-Indië weinig oog voor oosterse wijsheden. 'Ik mis bij hem gelatenheid en acceptatie van het lot. Multatuli was weerbaar, hij had een romantische geest. Hij kon zich onmogelijk verzoenen met wat het leven nu eenmaal biedt. Hij was zo weinig vergevingsgezind.'

De Max Havelaar getuigt van bombast en sarcasme. 'Heel strijdig met de oosterse opvatting van literatuur. Die verlangt minder directe, subtiele metaforen. Omdat het leven er niks vergeeft, moet de literatuur dat doen.'

Als Chi aan haar geboorteland denkt, verrijzen beelden van materiële kracht en ongekende energie - ze kan haar herinneringen amper in woorden vatten. 'Ik heb er ook negatieve associaties bij, een sfeer van geweld en overmeestering. Ik doel niet zozeer op bloed en moord - ik heb het over grof gedrag, en botheid.'

De lieve vrede bestaat er bij de gratie van familieverbanden en hechte vriendschappen. 'Als je deel uitmaakt van een groep wordt alles keurig via de hiërarchie geregeld. Maar buiten de groep ben je verloren. Voor een onafhankelijk individu is het bestaan er hard. Anders dan hier in Nederland, waar je tenminste wordt opgevangen door sociale en politieke systemen.'

In haar eerste Hollandse jaren leefde Chi met de gedachte dat ze ooit voorgoed naar Korea zou terugkeren. Zo beteugelde ze opborrelende boosheden als ze negatief of positief gediscrimineerd werd. 'Niks mee te maken, dacht ik dan, straks ben ik weer voorgoed bij mijn vrienden.' Maar gaandeweg merkte ze dat ze steeds meer van haar geboorteland vervreemdde. Ze werd er zelden met open armen ontvangen. 'In de ogen van Koreanen was ik een ander geworden. Kritischer. Besmet met ironie en sarcasme. Ik zou me nu niet meer aan de samenleving daar kunnen aanpassen.'

Als ze er komt neemt ze haar toevlucht tot dierbare familieleden. 'Maar sommige van mijn opmerkingen klinken ook hen te hard in de oren. Als ik met ze spreek zijn er misverstanden. Echte communicatie is onmogelijk. Ik ben niet altijd zo opgevangen als ik gewild had.'

Zo raakte de vertaalster meer in de ban van het Westen dan Multatuli ooit van het Oosten. 'Die vergelijking durf ik wel te maken. Ik ben nu net zo lang hier als hij daar is geweest.'

Binnenkort zal Chi zich, naar alle waarschijnlijkheid, op andere belangwekkende Nederlandse romans storten. Uitgevers vroegen haar werk van Nooteboom te vertalen, en Hoffman's Honger van Leon de Winter. Zelf wil ze zich nog eens wagen aan Multatuli's Ideën, tijdloze aforismen, zoveel minder Hollands dan Woutertje Pieterse. De vertaalster zal zich dan, zonder al te grote pretenties en ambities, opnieuw aan monnikenwerk wijden. 'Studenten van nu zijn voortdurend met hun carrière bezig. Dat was in mijn tijd volstrekt ondenkbaar. Gesprekken over je toekomst waren taboe.'

Het allerliefst wil ze ooit nog eens Een Hollands drama vertalen, van Arthur van Schendel. Myong-suk Chi voelt, als ze dat boek leest, de zielepijn van de plichtsgetrouwe man die een gevangene is van zijn eigen principes. Ze somt de sleutelwoorden op: fatalisme, calvinisme, en veel Hollands verdriet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.