Drones dammen Al Qaida niet in

De Amerikaanse inzet van bewapende drones heeft islamitische terreurgroepen als Al Qaida niet kunnen 'onthoofden'. In tegendeel, het jihadisme is juist gegroeid.

AMSTERDAM - Het liquideren van Al Qaida-strijders met bewapende drones door de VS, heeft de groei van het islamitisch terrorisme in de afgelopen tien jaar niet ingedamd. Al Qaida vormt nog altijd een gevaar voor de VS en het zal nooit met de onbemande vliegtuigen verslagen kunnen worden.


Tot deze conclusie komen oud-functionarissen van de CIA en het Pentagon in een rapport van de Amerikaanse denktank Stimson Center. Het onderzoek kraakt harde noten over de omstreden inzet van drones door de VS om terreurgroepen te 'onthoofden'.


Pikant is dat het onderzoek werd geleid door John Abizaid, de Central Command-generaal die vier jaar lang Amerika's militaire operaties in het Midden-Oosten leidde. Ook de voormalige tweede man van de antiterrorisme-afdeling van de CIA, Philip Mudd, schreef mee aan het rapport. De CIA voert de meeste drone-aanvallen uit in Afghanistan en Jemen met de MQ Reapers.


De oud-functionarissen, die dienden onder de presidenten Bush en Obama, hielden de groeiende Amerikaanse afhankelijkheid van drones tegen het licht. Aanleiding was de toespraak van Obama vorig jaar waarin hij de geheime bombardementen van de CIA verdedigde als nuttig en effectief.


Volgens oud-generaal Abizaid en zijn collega's dreigen de targeted killings de instabiliteit in landen te vergroten en conflicten te verergeren. Ze betogen dat de burgerdoden die vallen 'een wervingsinstrument' zijn geworden voor terreurgroepen in de regio.


'Zowel soennitische als sjiitische extremistische groepen zijn gegroeid in bereik, dodelijkheid en invloed in het operatiegebied', concluderen ze na twaalf jaar inzet van de drones. 'Er is geen aanwijzing dat de strategie om Al Qaida te vernietigen de Amerikaanse veiligheidsbelangen heeft geholpen. De brede strategische strijd tegen terroristische groepen slaagt niet.'


De oud-functionarissen waarschuwen voor het gevaar dat de VS, vanwege het toenemend gebruik van drones, terechtkomen in een 'continue oorlog'. De operaties zijn immers aanzienlijk goedkoper en minder risicovol dan bombardementen met gevechtsvliegtuigen. De neiging van de politiek om ergens in te grijpen, dreigt zo toe te nemen. Nu is nog slechts minder dan één procent van de 8.000 drones van het Pentagon bewapend met een Hellfire-raket.


Maar ook is het risico groot dat andere landen in de komende jaren de Amerikaanse handelwijze gaan kopiëren. 'Andere staten volgen op de voet', aldus het rapport over landen die steeds betere drones maken. 'De Amerikaanse praktijken hebben een gevaarlijk precedent geschapen. Landen zullen in de verleiding komen om op dezelfde wijze bewapende drones in te zetten. Niet al deze staten zullen zo voorzichtig te werk gaan als de VS.'


Abizaid en zijn collega's vinden dat de regering-Obama, die de aanvallen nooit bevestigt, transparanter moet worden over het droneprogramma. Zo moet het aantal burgerdoden worden genoemd. De onderzoekers geloven zelf niet, in tegenstelling tot mensenrechtengroepen, dat veel burgers zijn gedood bij de bombardementen. 'Het aantal is klein vergeleken met de burgerdoden die vallen bij andere bombardementen', aldus het rapport.


Ook bestrijden ze dat de inzet van drones heeft geleid tot een oorlog die veel weg heeft van een 'video-gameoorlog'. De vliegers besturen de drones vanuit de luchtmachtbasis Creech in Nevada. 'Ze zijn kwetsbaar voor post-traumatische stress', aldus het rapport over de piloten. 'Ze volgen hun doelwit wekenlang, soms zelfs maanden. Ze zien wat die persoon dagelijks doet. Tot ze op een dag op hun scherm zien hoe het doelwit vernietigd wordt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.