Drommelse rakker

Plotseling heeft Pietje Bell een katapult en is meester Ster verdwenen. 'Pietje Bell - de film' heeft de belhamel van Chris van Abkoude vrij geïnterpreteerd....

Pietje Bell is een slijmbal. Echt waar.

Vooral in het eerste deel uit 1914 van de achtdelige serie van Chris van Abkoude (1880-1960), Pietje Bell, is het dienstbare gedrag van het Rotterdamse straatjochie bijna niet te harden. Van water halen tot sigaar aansteken tot bord uitvegen, alles heeft de guitige zoon van schoenmaker Bell over voor meester Ster. Hij komt zelfs regelmatig bij de man op bezoek.

In Pietje Bell - de film, die deze week in première gaat, is dat deel van zijn karakter weggelaten. De beminnelijke meester Ster is in de film vervangen door Jozef Geelman, de bittere zoon van de even bittere drogist en overbuurman Geelman. Meester Jozef en Pietje zijn aartsvijanden, dus de belhamel hoeft in de film niet als lievelingetje van de meester op te treden. Hij mag hem pesten zoveel hij wil.

Maar het is zeker niet zo dat Van Abkoude niet oplette toen hij het dominante kereltje, dat zo dikwijls kordaat optreedt als de natuurlijke leider van de bende van de Zwarte Hand, dergelijke slaafse trekken gaf. Van Abkoude, die zo'n veertig kinderboeken schreef (waaronder ook Kruimeltje), wist precies wat hij deed.

De essentie van Pietje is namelijk niet zijn kattenkwaad. Natuurlijk, de belhamel haalt van alles uit. Hij slaat een vlieg dood op het hoofd van de meester, hij laat met een vuurpijl een geïmproviseerd circus in de fik vliegen, hij pijnigt zijn norse tante Cato (in de film om de een of andere reden oud-tante geworden) door de wrat op haar neus met een touwtje af te knijpen. Maar dit alles - de verteller benadrukt het voortdurend - doet Pietje met de allerbeste bedoelingen.

Die bedoelingen, dat 'hart van goud', is wat Pietje Pietje maakt. Het jochie wil mensen niet pesten, hij wil ze juist ontzettend graag opvrolijken en helpen. Soms ontaardt dat in hielenlikkerij (wat zijn klasgenoten, die Pietje begrijpen, hem nooit aanrekenen) en meestal in een humoristische escalatie van ongelukken en catastrofes.

Het is de tragiek van Pietje: wat hij aanraakt, gaat kapot. Je kunt hem beschuldigen van naïviteit, van een overdosis levenslust, maar niet van schuld. 'Ach ja', verzucht hij in Nieuwe avonturen van Pietje Bell (deel 3) tegen een agent. 'Ze zeggen allemaal dat ik een slechte jongen ben, maar ik ben toch altijd zo verschrikkelijk ongelukkig. Want als ik eens wat doe, loopt het allemaal verkeerd af en ik wil zo graag mensen helpen.'

Het was een geniaal idee van Van Abkoude zo'n onschuldige schelm te creëren. Het gegeven roept meteen een verhaal op: elke keer als Pietje iets uithaalt, splijt hij zijn opvoeders in twee kampen. Moeten ze hem nou verantwoordelijk stellen voor zijn daden en hem straffen, of hem juist complimenteren voor zijn intenties?

De Geelmannen, die voortdurend komen klagen over Pietje, horen bij het kamp van de bestraffers. Ook de kranten schilderen hem meestal af als ondeugd - een gegeven dat in de film wordt uitvergroot. Zijn moeder en zijn oudere zus Martha passen er bij: zij willen van Pietje voortdurend 'een jongeheertje' maken door hem te introduceren bij rijke families.

Vergeefs natuurlijk. Degene die dat het beste weet, is Pietjes vader, de schoenmaker. Hard lachend gooit deze 'Jan Plezier' zijn hamer in de lucht, telkens wanneer hij hoort welke streek de 'drommelse rakker' nu weer heeft uitgehaald (waarna de hamer op zijn eksteroog valt). Jan Bell weet: met Pietje komt het wel goed (Pietje wordt in deel 8 hoofdredacteur van een krant en krijgt drie zonen).

Slechts als het echt uit de hand is gelopen, deelt vader een corrigerend standje uit, of geeft hij billenkoek. Meestal kan hij daarbij zijn lachen bijna niet inhouden. Uiteindelijk roept hij altijd luid: 'Die jongen toch! Het is een reuzentype!'

Van Abkoude zei in feite: laat zo'n jongen toch. Hij bedoelt het goed. En als ouders of leraar heb je er toch nauwelijks controle over. Je kunt hem hooguit iets bijsturen.

De impact daarvan blijkt uit de binnenkort verschijnende biografie van Chris van Abkoude door Jan Maliepaard en René Zwaap. Pietje Bell of de lotgevallen van een ondeugende jongen werd in 1914 meteen een succes, maar de kranten schreven er schande van, net als de School met de Bijbel. En nog in 1965 mocht de serie niet in de openbare leeszaal van Amstelveen komen te liggen. 'Vergelijk zo'n jongen als Pietje Bell nu eens met Dik Trom', schreef de kinderboekenschrijver K. Norel in het Amstelveense Ouderkerksch Weekblad. 'Dat is een gewone Hollandse jongen met het hart op de rechte plaats. Maar Pietje haalt gemene streken uit.'

Niet dus. Zulke fratsen haalt hij alleen af en toe in de film uit. Zo schiet Pietje aan het begin van de film zomaar voor de gein met een katapult. Dat doet hij in de boeken niet, hij heeft niet eens een katapult. De film bevestigt daarmee soms een beeld van Pietje dat alleen bij zijn tegenstanders leeft.

In Pietje Bell - de film is Pietje vooral een schavuit die uiteindelijk held wordt. In de boeken loopt die lijn niet zo eenduidig. Vaak is Pietje ook een pechvogel die verandert in geluksvogel. Als de bende van de Zwarte Hand een kelder vol spullen leeghaalt om de armen te helpen, weet Pietje in het boek niet van tevoren dat het de buit van dieven betreft - hij wil gewoon helpen. In de film weet hij dat wél, en hoeft zijn vader aan het eind niet te zeggen: 'Je hebt veel geluk gehad.'

En soms overwint het ongeluk, gewoon omdat de wereld zo in elkaar zit. Meester Ster sterft aan het eind van deel 1, zoals zoveel mensen op zijn leeftijd ('ver over de zestig') in 1914. Pietje is zo onder de indruk dat hij zich een week stilhoudt, maar daarna leeft hij gewoon verder. In de film is dit element verdwenen: die dood had Pietje naar huidige maatstaven uitgebreid moeten verwerken, wat de hele film had overwoekerd.

Chris van Abkoude, die zijn leven lang kinderboekenschrijver en kinder-entertainer was, wist hoe de wereld in elkaar steekt: mensen gaan dood terwijl je dat niet wilt, kinderen worden geboren met een karakter dat je maar hebt te accepteren. Het is misschien de reden dat de Pietje Bell-serie, ondanks het sterk verouderde taalgebruik ('gommies!'), nog altijd populair is bij kinderen. Welk jochie van 10 is niet overtuigd van zijn eigen onschuld?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden