Drinkpaniek

Op weg naar Capelle a/d Ijssel voor de eerste voorstelling van de Gesluierde Monologen in het nieuwe jaar werd ik voor het eerst geconfronteerd met de nieuwe richtlijnen aangaande roken op openbare plekken....

Op een gegeven moment schuifelde er een jongen naar me toe. Gezonde boerenblos op de wangen, groot en fors. Alleen zijn strakke jeugdige huid verried zijn ware leeftijd. Ik schat dat hij hooguit eenentwintig was en er was nog iets bijzonders aan hem. Hij droeg een uniform van de TPG. Deze jonge man schuifelde dus naar mij toe, bleef op een veilige afstand staan, glimlachte zelfvoldaan en zei: 'Je mag hier niet meer roken'. Het feit dat hij een bepaalde moed en gezag uit het dragen van zijn uniform putte, zorgde bij mij voor een onverwacht assertieve houding: 'En dat ga jij mij vertellen?' Dit had hij kennelijk niet verwacht, want ietwat uit het veld geslagen schuifelde hij weer terug tot hij uit mijn gezichtspunt was verdwenen terwijl hij ondertussen mompelde: 'Je mag op de perrons niet meer roken, iedereen moet zich hier aan houden.' Ik bleef hem ondertussen aankijken alsof hij een buitenaards wezen was en dat was dat.

De meeste regels zijn er om een goede reden. Elkaar geen pijn doen, niet te hard rijden binnen de bebouwde kom, afblijven van andermans spullen enzovoorts. Maar regels doen ook iets met mensen. Ze zorgen soms voor zekerheid en veiligheid. Soms lokken ze juist een tegenreactie uit. En soms is het een manier om elkaar in de gaten te houden en je beter te voelen dan de ander omdat jij wel aan de 'goede' kant staat. Het zorgt niet voor harmonieus samenleven maar juist voor het cren van afstand.

Roken is slecht. Dat ik mensen niet lastig moet vallen met mijn gerook als ze daar geen behoefte aan hebben, begrijp ik, en dus heb ik er absoluut geen problemen mee dat er op alle openbare plekken niet gerookt mag worden. Maar op het perron terwijl de wind om mijn lijf giert? Als ik er niemand mee schaad, is het mijn recht te doen met mijn lijf wat ik wil.

Maar er is een nog groter probleem in de Nederlandse samenleving dat totaal genegeerd wordt: alcohol. Als ik rook gebeurt er niet veel noemenswaardigs met mijn bewustzijn. Ik kan nog goed autorijden en een goed gesprek voeren. Ik drink niet of zeer zelden. Ik ben niet opgevoed met alcohol en dat is denk ik ook het grootste verschil tussen mij en mijn vrienden met een Nederlandse achtergrond. Iedereen drinkt. Iedereen moet drinken anders is het niet gezellig. Ze weten niet hoe ze zich moeten ontspannen en gezellig moeten doen als ze niet eerst lichtelijk aangeschoten zijn. Nederlanders kunnen niet intiem zijn zonder alcohol. Uitgaan en drank hoort bij elkaar als brood en kaas.

We zien iemand als een alcoholist als die al verschijnselen van korsakov vertoont of zijn mond zet aan een fles spiritus, maar hoeveel mensen kent u die elke dag drinken? En die lichtelijk in paniek raken als je ze voorstelt om een week lang niet te drinken? Dat zijn er heel wat. Een week geen alcohol stelt niets voor als je niet verslaafd bent, maar dat zijn ze dus wel. Volledig maatschappelijk geaccepteerd verslaafd. Het is zelfs sociaal wenselijk dat je drinkt. Want als je niet drinkt ben je niet 'gezellig'.

Nederland is een van regels doordrenkt land. Daar hebben we ook ons welzijn en onze welvaart voor een groot deel aan te danken. Maar het ontbreken van chaos verteert elke vorm van levensenergie. Het landschap is strak en keurig ingedeeld. Er is bijna geen natuurlijk stukje bos te vinden. Alles wat kapot is, wordt gelijk weer gerepareerd of opgeruimd. Rus zijn een zeldzaamheid. De huizen zijn recht en in harmonie met elkaar en om elk tuintje staat een hekje. Maar chaos is mooi. Het laat zich niet temmen, het is het leven. Het bruist, en zorgt voor spanning. Daarom drinken Nederlanders. Om de chaos te kunnen ervaren, om los te kunnen komen van alle regels, om te kunnen voelen dat ze leven. En ze zullen blijven drinken want dat is de boodschap die elk gezin aan de kinderen doorgeeft: drinken hoort bij het leven, bij het sociaal maatschappelijk verkeer. Maar waar roken slecht is voor het lijf, is drinken slecht voor de geest. De noodzaak van een fles wijn bij een goed gesprek is armoedig. Drinken omdat het anders niet gezellig is, is armoedig. Denken dat je het alleen echt gezellig kunt hebben en losser en intiemer kunt zijn als je aangeschoten bent, is armoedig. Ik heb een voorstel.

Laten we op 1 januari 2005 een nationale onthoudingsdag instellen. Kunnen we elkaar nuchter een gelukkig nieuw jaar wensen. Gezellig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.