Drilpudding in windkracht 12

Hoe houden betaalbare koepeltentjes zich in orkaankracht? Het buitensportblad Op Pad testte een reeks tentjes in een hal op Neeltje Jans.

De Hochleistingslüfter begint zacht te zoemen. De wind uit de ventilator trekt rimpelingen in het doek van het koepeltentje dat in een halletje op een vlonder is opgezet. 36 km per uur, wijst de teller. Stevige bries, toch al. Windkracht 5.


Technisch redacteur Gijs Loning van het ANWB-buitensportblad Op Pad is deze morgen met zeven hoesjes met daarin tenten van onder meer Coleman, The North Face en Carl Denig de orkaanmachine in het Deltapark Neeltje Jans binnengestapt. Doel is de windbestendigheid van een aantal modellen te testen.


Het geruis neemt toe. De teller springt naar 58. De scheerlijnen bewegen wat, het doek vertoont de eerste bollingen. In de rangschikking: harde wind.


Dit zijn niet de tenten van de Op Pad-lezers, zegt Loning, terwijl hij nog wat zakken potgrond de tent in sjouwt, om zo bewoning te kunnen nabootsen. De achterban kiest meer voor het duurdere segment. Terra Nova of Birdland. Hilleberg vooral, uit Zweden, met ripstop nylon voorzien van een siliconen coating. Dat werk. Vanaf zo'n 500 euro, tot meer dan het dubbele. Maar het leek de ANWB in tijden van recessie toch ook wel nuttig weer eens te onderzoeken of ook goedkopere modellen van polyester, van pakweg 200 tot 250 euro, de elementen kunnen doorstaan. Zijn de verschillen werkelijk zou groot? Dat willen trekkers wel weten voordat ze de haringen aan de noordwestkust van Schotland de grond in meppen. Onderschat trouwens ook nooit de kracht van de mistral in Frankrijk.


De ventilator begint op toeren te komen. De tent begint nu in het geheel heen en weer te zwiepen, het eerste geklapper klinkt. 82 km per uur. Dit is een storm.


De ANWB is noodgedwongen uitgeweken naar Neeltje Jans. Loning test de tenten doorgaans in zijn achtertuin, waar het lekker drassig is. Dan komen onder meer opzetgemak, comfort, condensvorming en afwerking aan bod. Gedurende die weken komt er altijd wel een storm voorbij. Maar die is de afgelopen tijd uitgebleven. Je moet toch weten hoe het testmateriaal zich houdt. De orkaanmachine op het Deltapark haalt 133 km per uur.


Het is nu zaak je aan de reling in de hal vast te houden. Een veiligheidsbril is aan te bevelen. De tent schudt als een drilpudding. De boogstokken buigen door. 105 kilometer per uur. Zeer zware storm.


Loning beklemtoont dat de test zich richt op de vraag of de tenten plat gaan en er scheurvorming optreedt, bij naden, bevestigingsogen en ritsen. Dat de tenten in zulk ziedend natuurgeweld ook het luchtruim kunnen kiezen, is hier niet aan de orde. Dat is vooral een kwestie van de juiste haringen. Volgens Loning worden die nogal veronachtzaamd bij het kamperen. Veelal worden alleen rotspennen bij de tent geleverd. Die zijn in een zachte of vochtige ondergrond weinig waard.


Het buldert. De Hochleistingslüfter draait op vol vermogen. De tent rukt aan op en neerslaande scheerlijnen, het doek klapt met geweld naar binnen om de volgende seconde woest naar buiten te bollen. Kraakt er iets? 133 km per uur. 12 Beaufort. Orkaankracht.


Loning draait alle tenten nog een kwartslag voor een beter beeld, maar voor het resultaat heeft het geen effect: alle koepeltjes blijven overeind, kapot gaat er niks. Een teleurstellend verhaal, grapt de expert.


Kritiek is er op details. De Rock 2 van The North Face en de Exponent Tauri Connect X2 van Coleman hebben een tamelijk hoog opgesneden buitentent. Daar duikt de storm makkelijk onder. Een afdekflap boven een ventilatieopening van de Coleman blijkt een behoorlijke windvanger te zijn. De anti-regengoot van de rits op de Mountain Lite van Eureka heeft daar ook last van; de tent dreigt zichzelf open te ritsen.


Voor Loning staat nog steeds vast dat de duurdere modellen meer comfort bieden. Ze wegen doorgaans iets minder. De ritsen zijn van betere kwaliteit. Het materiaal is minder gevoelig voor ultraviolette straling dan polyester. Maar hij durft na een dag tochten op Neeltje Jans met de voordeliger versies wel een conclusie aan: een goede trekkerstent hoeft niet veel geld te kosten.


Het kan zelfs met nog minder. Medewerkers van Radio 3 FM melden zich in de orkaanmachine. Ze willen met het oog op het komende festivalseizoen nagaan hoe de populaire pop-up tentjes zich houden. En hoezeer de Hochleistungslüfter ook tekeer gaat en de boogstokken als bamboe laat doorbuigen, ook de Chinese Shinga Festival Green van Wildbeast Basecamp, winkelprijs 29 euro, bezwijkt niet. De wind krijgt geen grip op het soepele fiberglas van de stokken, vermoedt Loning. Hij is verrast. Maar een hele nacht in de Shinga Festival? Dat liever niet. Het beweegt wel erg, binnen.


GETEST ZIJN

:


- Vango, Halo (€199)


- Eureka, Mountain Lite (€199)


- Vaude, Campo Eco 3P (€250)


- Coleman, Exponent Tauri Connect X2(€199)


- Robens, Lodge 2 (€199)


- The North Face, Rock2 (€250)


- Carl Denig, Mars (€229)


www.oppad.nl (vanaf 5 april)


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.