Drietal bestormde het onmogelijke

Misschien kwam het doordat ze nooit projectvoorstellen schreven of subsidieaanvragen indienden, maar ze beschikten over een onuitputtelijke energie en zeeën van tijd....

Was het wel kunst die De Insektensekte, het Deskundologisch Laboratorium, De Stichting Openbaar Kunstgebit - enkele van de vrolijke clubs waarin dit gezelschap zich presenteerde - onder het volk bracht? Wat ze produceerden was per definitie vergankelijk: vlotten van afval, ballonnen met boodschappen naar de maan, het fruitorgel, voorwerpen opgegraven in een kuil in de binnenstad van Amsterdam. Waar het om ging was de actie, het spektakel, het onderzoek naar doodgewone zaken en simpele bezigheden. Als drijfveer gold 'de verbeelding aan de macht', die dit typisch Amsterdams fenomeen verbond met een wereldwijde geestesgesteldheid.

Hun tegenstanders vonden hun onserieuze bezigheden een aanfluiting voor de kunst, maar de voorstanders hadden een krachtiger stemgeluid. Simon Carmiggelt was bijvoorbeeeld iemand die zich aangesproken voelde door de verfrissende ideeën van de bende van drie die volgens hem 'een begin maakten met de bestorming van het onmogelijke'. Iemand anders schreef eens dat zij bezig waren met 'het ondermijnen van zekerheden in een technologische wereld'.

In de luwte van geruchtmakende projecten als het onderzoek naar de vraag of 'Nederland al bijna klaar was' (ja, luidde het antwoord), maakte vooral Max Reneman (die ook nog eens hard werkte als tandarts en later als universitair docent) schilderijen, tekeningen en monumentale beelden die de tand des tijds blijken te hebben doorstaan. Dankzij de fotografie van Cor Jaring leven de acties voort en Theo Kley produceerde tussendoor fijnzinnige tekeningen. De enige die niet als kunstenaar was opgeleid, was 'rookmagiër' Robert Jasper Grootveld.

De verbinding met de wat verstildere kunstenaarswereld vormde de De Kunstkring, een van de vele Amsterdamse verenigingen die jaarlijks in het Stedelijk Museum exposeerden. De deskundologen overschreeuwden daar gaandeweg kunstenaars als Jaap Hillenius, Peter Vos of Theo Daamen, maar de tegenwerking kwam vooral van de elkaar opvolgende directeuren, die bezig waren het museum tot een internationale kunsttempel om te vormen. Het gezag triomfeerde pas in 1993, maar toen was de fut er allang uit. Reneman was in 1978 bij een vliegramp in Italië omgekomen en met hem verdween die combinatie van gedrevenheid en onschuld, toegewijdheid en speelsheid die de groep heeft gekenmerkt.

Wat blijft zijn enkele toevoegingen aan het Nederlands idioom: 'Het gat van Nederland', 'deskundologie' en vooral de slogan 'Nederland is bijna klaar'. Die kun je elke dag - de ravage die autoriteiten overal in het land aanrichten beziend - nog zacht snikkend herhalen.

Met De bestorming van het onmogelijke - Max Reneman, De Keerkring & de collectieve verbeelding (Bres; fl 49,50), het mooie en goed gedocumenteerde boek van Marjolijn van Riemsdijk (met foto's van onder anderen Cor Jaring), is tien jaar uit de bewogen geschiedenis van het zachtmoedig subversieve ingelijfd in de internationale kunstgeschiedenis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden