Driemiljoen tranen

Foto Robin de Puy

Eerst versta ik haar niet. Of misschien versta ik haar wel, maar begrijp ik het niet. 'Jean is dood,' zegt ze door de telefoon. 'Jean is dood.'

Jean is dood? Háár Jean? Dat kan niet. Carolien is 38 en Jean pas 46, een harstikke gezonde gozer, middenin het leven, vorige week zaten we nog met z'n vieren op het strand. Bovendien hebben ze net een zoontje van zes maanden, Lucas, Luukie, die lieve kleine bellenblazer met z'n Trump-kuif, dus dat kan niet.

Maar ze huilt wel.

En het is een huil die ik nooit eerder heb gehoord.

'Hij is tijdens het skiën in een gletsjerspleet gevallen.'

Een uur later is het echt waar.

Een snowboard, een gletsjer, een val van 25 meter, al doet het wie, wat, waar er dan al bijna niet meer toe.

Het is afgelopen, uit - en veel succes met je nieuwe leven.

Carolien, Carolien.

Mijn vriendin, sinds zeven jaar pas, de meeste vriendschappen sluit je eerder in je leven. Maar zij werd meteen een goeie, misschien zelfs wel de beste. Elke dag bellen, getuige op hun huwelijk, af en toe een ruzie, maar bondgenoot in alles. U kent haar ook, als schrijver van de rubriek Eindelijk Weekend in dit magazine. Wie dat leest, hoort haar stem. Joviaal, oorspronkelijk, soms een scheutje ironie - niemand die je zo fijn het weekend in kan sleuren als zij.

Die Carolien.

Halsoverkop vertrekt ze die avond naar Zwitserland. Vliegen op Genève, daarna vijf uur lang met een auto door de bergen, die godvergeten bergen. 'De taxichauffeur draait Boys, Boys, Boys van Sabrina' appt ze me middenin de nacht. 'Dat kan er ook nog wel bij.'

De tijd verstrijkt, alles duurt lang.

'Wir brauchen zwei documenten', zeggen de ambtenaren, een geboorteakte en een trouwbewijs, want wie zegt dat die man daar in die kist haar man is? Ze heeft er geen, vergeten. In plaats daarvan nam ze het fotoalbum van hun trouwdag mee van thuis, 'maar ze zullen me wel niet herkennen, denk ik.'

Carolien bij een Zwitsers loket met haar trouwalbum onder de arm: ik voel hoe huilbui honderdduizendéén opkomt.

Twee dagen later is ze weer thuis.

Aan het kettinkje om haar hals hangt ineens een ring.

Iedereen wil wat doen. Bloemen worden bezorgd, de hond wordt uitgelaten, pannen soep worden gebracht en nauwelijks opgegeten. Carolien langetandt een tosti naar binnen. Lucas kraait, rolt, slaapt, speelt, poept, huilt en lacht. We lezen een boekje - kijk, dit is een lammetje, kijk, dit is een schaap. Dit leven gaat door. Carolien kijkt naar Lucas en zegt dat ze het andersom nog niet zo zeker geweten had. Nu wel. 'Nu heb ik tot mijn tachtigste leefdienst.' Ik zeg dat dat haar geraden is, omdat ik geen zin heb om een nieuwe vriendin te zoeken.

De uitvaartverzorgster komt, geen kraai, godzijdank, maar een ferme vrouw met grote handen en een al even groot hart, eentje met wie het op andere momenten vast fijn doorzakken is. Jean was populair - bestaan er zalen voor duizend man? De map met kisten komt tevoorschijn - vuren, mahonie, steigerhout misschien? Lucas reikt zijn armpjes uit, leuk, weer boekje lezen.

Voorzichtige grappen, harde grappen, die laatste alleen door Carolien zelf. Haar reflectie in een spiegel, een vloek en een zucht. 'In 2018 laat ik me helemaal liften,' zegt ze terwijl ze haar neus snuit. 'Voor wie me dan nog hebben wil.'

Wanneer ik even later naar boven loop zitten ze op bed, moeder en kind, zijn hoofd tegen haar buik. En heel even zie ik een glimp van de toekomst. Zomerdag, een tocht door de duinen. Carolien op de fiets, Lucas achterop. De wind door zijn haar, een ijsje bij de kar, praatjes over school. Drie miljoen tranen verder, maar de zon schijnt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.