Driekusman en horlepijp

Literatuur die expliciet 'vies' wil zijn, wordt al snel flauw of studentikoos. De schrijver neemt een houding aan van 'kijk mij eens' of de lezer wordt lastiggevallen met ontboezemingen die tot plaatsvervangende schaamte leiden....

Peter Swanborn

Negen schrijvers, onder wie slechts één vrouw, schreven een kort verhaal over wat 'smeerpijperij' voor hen betekent. 'Eindelijk een fel realistisch en volkomen autobiografisch nummer', aldus de redactie, maar hierin klinkt uiteraard de spot van een stel redacteuren die de afgelopen jaren met veel genoegen de navelstaarderij in de vaderlandse literatuur belachelijk heeft gemaakt.

Deden ze dat nu nog maar . De goede verhalen zijn niet vies en de vieze verhalen zijn niet goed, dus waarom hier een themanummer van gemaakt? Om met het goede te beginnen: Henk van Woerden schreef een ontroerend verhaal over Grumpy & Graceless, 'twee ruwharige foxterriërs te Oerserke', die alles en iedereen terroriseren, inclusief elkaar.

Eenmaal dood worden ze door hun baasjes herdacht in de vorm van kussens vol hondenharen. Alleen zijn de haren te hard, waardoor het echtpaar 's nachts geen oog dicht doet. Er wordt een beroep gedaan op de fles met wasverzachter: 'de hondjes draaiden een tijdje rond op het laagste toerental'. Wat er overblijft zijn twee 'grafkussens die in de linnenkast een plekje achter de washandjes toebedeeld zullen krijgen.'

Ook fraai is de voorpublicatie uit Moeilijke voeten van A.F.Th. en toegegeven, hier wordt het al wat smeriger. Weliswaar niet in seksuele zin, maar de scène met de 'gerechtsbeeldhouwer' die als een moderne Michelangelo een fragmentarisch lijk uit een blok beton tevoorschijn moet beitelen, heeft beslist iets onsmakelijks. Zeker als duidelijk wordt, dat de cirkelzaag zijn werk heeft gedaan terwijl het slachtoffer nog in leven was: 'Een willoos lijk, dat snijdt anders. . . gelijkmatiger. . .'

Horror is echter iets anders dan lust en zodra dit 'Grote Viespeukennummer' zich richt op wat mensen zoal met hun geslachtsdelen doen, wordt het zeker niet geestig, laat staan opwindend.

Robert Cleirmaekers schreef Volksdansen, een verhaal over een volksdansfeest in Schageroog waar de driekusman en de horlepijp een meer letterlijke betekenis krijgen dan gebruikelijk. Geshockeerd vlucht de brave hoofdpersoon het dorp uit en dan is het einde verhaal. Net zo mager is Onno Boeke's Intertekstualiteit, waarin de hoofdpersoon trots meldt dat hij 'toevallig wel de beste beffer van de hele kroeg' is.

Instigator van dit alles is ongetwijfeld Revisor-redacteur Ilja Leonard Pfeijffer. Zelf publiceert hij het eerste hoofdstuk uit zijn volgend jaar te verschijnen Het grote baggerboek. Hierin beschrijft hij de seksuele fantasieën van een stel arbeiders op een baggerboot 'voor de kust van zo'n Kamelistan'. Pfeijffer doet met uitspraken als 'hardnekkige meur die moslims' enorm zijn best om politiek incorrect te zijn, maar ondertussen bevestigt hij pagina's lang het cliché dat viespeuken altijd plat praten: 'Doen we dan toch? Ja toch, niet dan? Nou dan.'

Achterin dit nummer, buiten het viespeukendossier, bevinden zich gelukkig nog wat debuten van jonge dichters. Het zou mij echter niet verbazen als meerdere van hen pseudoniemen van Pfeijffer zijn. In ieder geval maakt Lodewijk van Oord, zelfverklaard lid van een omvangrijke baggerfamile, een grote kans.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden