Drie turven hoog

IK VROEG EEN meisje hoe oud ze was. Ze moest even nadenken, vouwde toen duim en pink weg, stak het restje vingertjes trots omhoog en riep 'drie'....

Als me vroeger, als kind, gevraagd werd hoe oud ik wilde worden, was het antwoord heel direct en onmiddellijk, het reikte naar het onbereikbare. Oud was afzienbaar. Oud had niets met je vader of moeder, opa of oma te maken, en met hun gezegende leeftijden. Zij vertegenwoordigden een andere wereld. Oud was verlangen van ongeduld (in stijgende trappen) naar een klas hoger, een zwemdiploma, een brommer, een film boven de 18. Oud was een droom, geen getal: niet twaalf of veertien of zestien of achttien - maar het zijn ervan, met al die emolumenten als een brommer of een film met Brigitte Bardot of Sophia Loren.

Ik kan nu niet meer begrijpen hoe we toen, drie turven hoog, in die eindeloze vakanties van de jaren vijftig, op een hoekje van de straat auto's konden zitten turven. Velletjes vol, vier streepjes en een vijfde schuin erdoorheen. Waren er zo weinig auto's dat het zo bijzonder was en we elkaar konden overbluffen wie de meeste had? De magie van het getal zit voor mij nog altijd in zo'n rijtje - symbool van bevattelijkheid -, bussels stro, leunend tegen elkaar. Het is de mooiste, meest verbeeldende manier van tellen.

Op een herfstwandeling in Frankrijk een paar jaar geleden liep ik net langs een school toen door het open raam een tafel van vermenigvuldiging naar buiten waaide. Het was een andere taal, maar ik kende het lied en zong het mee, 2 2 = 4, 3 4 = 12, en voelde me onbeschrijflijk gelukkig. Waarom was ik zo euforisch? Was het heimwee naar die jaren van onschuld, voor het tellen (het woekeren, afdingen, wikken en wegen) begon? Nostalgie naar een initiatie in een abstractie, de eerste stap naar onafhankelijk en zelfstandig denken, of juist het tegendeel ervan, het besef dat kennis en inzicht niet begint met een openbaring, maar met een ezelsbruggetje? Ik weet het niet, ik voelde daar ook iets anders, de gestolen vrijheid van de spijbelaar, bevrijd van tafels en geheugenritme, en ging fluitend verder.

Ik denk nog steeds dat een gevoel voor verhoudingen en compositie, mijn timmermansoog, een ritmiek in denken en formuleren, aangeboord is in die jaren van speelse onschuld - met landjepik bijvoorbeeld. Bij landjepik werd de wereld verdeeld op een met een zakmes ingesneden stukje grond, waarbij iedereen het land van zijn voorkeur koos (en Duitsland altijd als wees achterliet), om elkaar vervolgens met het gooien van het zakmes in het landenperkje grondgebied af te pikken. De diagonaal waarin het mes in de grond stak werd naar boven en beneden doorgetrokken en het aldus verworven land bij je eigen grondgebied getrokken.

Ik heb altijd, mijn leven lang, op even huisnummers gewoond en ben er zeer tevreden mee, evenals met het toeval dat alle cijfers van mijn geboortedag en -datum (op die van deze eeuw na dan) even zijn - een even dag van een even maand van een dubbel even jaar. Maar hoe valt het te rijmen dat ik tegelijk een oneven leeftijd veel prettiger vind dan even; 17 veel spannender vond dan 16, 19 dan 18; 33, Here Jezus, veel interessanter dan 32 en ga zo maar door, tot de dag van vandaag? Op de kroonjaren ertussen na dan, die hebben met hun eindige nul iets eigens.

In een notitieboekje van lang geleden, uit een periode in mijn leven die nogal woest was (ietsje te, vond ik blijkbaar toen al), heb ik, lees ik nu, uit kennelijke zorg voor wat regelmaat geturfd wat ik toen at (veel en ongezond) en dronk (idem). Het was keurig per dag bijgehouden. Ik was het vergeten, maar het heeft toen kennelijk geholpen, want een paar weken later in die aantekeningen vind ik terug dat ik aan het koken ben geslagen en ter stimulering vrienden en vriendinnen uitnodig.

Waarom ik dat genadeloze tellen toen wel met eten en drinken (vreten & zuipen) heb toegepast en niet, en later ook nooit, om ervan af te komen, met roken? Ik weet het niet. Was toen de inkeer al gekomen en het turven niet meer dan een rituele bevestiging van een gevonden gelijk? En wist ik toen al dat roken veel complexer is, te ingeworteld, om drieturvenhoog te bestrijden?

een redding zijn. Ik kan heel ingetogen, aandachtig, ritueel tellen. Ik doe het nooit bewust. Het dringt altijd pas tot me door als het al achter de rug is. Bij de laatste tel, als de benen, zeggen wielrenners, eindelijk weer willen. Soms gaat het opeens niet meer, bij sterke tegenwind, bergop, aan het eind of soms middenin een lange rit, als het peloton versnelt, en ik het op mijn Koga opeens niet meer bij kan benen.

Ik blijk dan onbewust te tellen, woordenloos, gewoon van een, twee, drie en oneindig verder. Ik kan paaltjes langs de weg tellen, bomen; een stuk weg vooruit markeren en tellen tot de haarspeldbocht. Ik kan op vlakke weg of vals plat een kruispunt of huis in de verte in gedachten nemen en daar naartoe tellen. Het gaat vanzelf, onbewust. Het lijkt tergend, kwellend, de foltering nog te benadrukken in plaats van te negeren. Het gekke is, op het moment dat tot je doordringt dat je aan het tellen was, valt alles van je af. Je dacht net nog aan afstappen en opgeven. Opeens is het over, wordt het ritme weer opgepakt en, terwijl je net nog te erg buiten adem was om eraan deel te nemen, de eenlettergrepige conversatie van het peloton weer opgenomen en doorgegeven: kuil, hond, put, kat, steen, tak, glas! - lek!

Ik zal me er eeuwig over blijven verbazen waarom wij in Nederland, in ons handschrift, andere cijfers schrijven, met andere rondingen en weerhaken, dan onze directe buren. Het Franse handschrift kent een andere 8, 1 en 7 dan het onze. En waarom zet ik het nu in deze volgorde? Vind ik die dubbelgedraaide Franse 8 mooier dan dat streepje door de Franse 7 of die forse klep op de pet van de Franse 1? Ik probeer ze altijd, terug thuis, over te nemen. Het lukt me altijd maar even, dan staan ze daar met hun zuidelijk esprit op papier. Een paar dagen later is het effect weg, zien ze er geconstrueerd en onnatuurlijk uit, aanstellerig.

Ik ben jaloers op een vriend, die de naam van mijn stad in adresseringen altijd als Am*dam schrijft en nog meer op een vriendin (Martine), die haar brieven en reisgroeten met een hartelijke 10 signeert. Ik begrijp Jean-Paul Franssens , die zijn herinneringen in de reeks Privé Domein van de Arbeiderspers zijn huisadres als titel meegaf. Hij voelde zich uitgedaagd door Adriaan Morriën, die dat had gedaan met zijn boek Plantage Muidergracht. Het idee leek niet te overtreffen, toch lukte het Franssens door zijn huisnummer eraan toe te voegen, het klonk als een klok: Zuiderkerkhof 1, dat is niet meer te passeren. Maar wat zou hij gedaan hebben als hij op op nr. 18 II had gewoond, wat zou er dan van het idee zijn overgebleven? Alleen 1 klinkt, de 1 overtreft hier alles, 1 is het begin, 1 sluit in dat nog vele delen zullen volgen.

Hele reeksen telefoonnummers heb ik uit mijn hoofd gekend, tot de omnummering het systeem in de war stuurde. Ik ken er nog steeds vele, al zijn er rijen tussen waarbij ik elke keer, tot lang ook mijn eigen nummer, als ze uit het laadje van het geheugen getrokken waren, er dan nog een 6 voor moest zetten. Dat waren, merk ik nu, nog draaischijfnummers.

Er zijn nieuwe nummers bijgekomen, die niet meer in het geheugen van mijn hoofd zitten, maar in het geheugen van mijn vingers. Als ik ze oproep, moet ik ze, in het patroon van het toetsenbord, eerst in mijn verbeelding intoetsen voor ik ze voor me zie.

De nulletjes en kruisjes, de 0 & X, van boter, kaas en eieren, hebben me als kind altijd, en nog steeds, meer cijfers geleken dan letters, omdat het om afweging en berekening gaat, het spel en de knikkers. Mijn liefste teken is geen letter of cijfer; het is de & , die verbindt, tegen de +, die optelt - ofwel 1 & 1 zijn samen en 1 + 1 is alleen maar, op z'n eentje, 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden