Drie rekenopgaven over de omstreden rekentoets die nu wordt geschrapt

Requiem voor de rekentoets

Na aanhoudende kritiek schrapt het nieuwe kabinet de rekentoets in het voortgezet onderwijs. Een geschiedenis van de omstreden toets in drie sommen.

Opgave 1

Rond 2006 kwam aan het licht dat middelbare scholieren niet meer konden rekenen. Vier jaar later besloot de Tweede Kamer dat er een rekentoets moest komen en nu zet het nieuwe kabinet daar een streep door. Hoe lang is er aangemodderd?

Antwoord: circa 11 jaar.

Toelichting opgave 1

De helft van de eerstejaars aan de pabo rekende slechter dan de beste leerlingen uit groep 8 van de basisschool, bleek begin 2006 uit onderzoek van Cito. Het maakte in een klap duidelijk dat er iets flink mis was met het rekenonderwijs op Nederlandse scholen.

Commissies bogen zich daarom over oplossingen en de toenmalige staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (CDA, Onderwijs) opperde uiteindelijk dat het voortgezet onderwijs een rekentoets moest krijgen. De Tweede Kamer ging vrijwel unaniem akkoord.

Maar toen de toets er eenmaal was, barstte de bom. Dit was een 'gedrocht', een 'afrekentoets', de 'Fyra van het onderwijs'.

Volgens sommigen waren de opgaven te talig, waardoor begrijpend lezen belangrijker was dan rekenvaardigheden. Dat leerlingen een rekenmachine mochten gebruiken, vonden enkele critici onverteerbaar. Leerlingen gebruikten hun 'knoppie' in plaats van hun 'koppie', vond hoogleraar Jan van de Craats.

En waarom konden docenten in het computerprogramma waarmee de toets werd afgenomen niet zien wat hun leerlingen fout gedaan hadden?

Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) bleef ondanks de tegenstand vierkant achter de rekentoets staan. Dat mocht niet baten, want nu verdwijnt de toets alsnog. 'In het voortgezet onderwijs komt een alternatief voor de rekentoets', staat in het regeerakkoord. Dit alternatief moet 'uiterlijk in het schooljaar 2019-2020' in werking treden. Tot die tijd wordt de toets wel afgenomen, maar telt deze niet mee.


Opgave 2

In 2016 deden 53.933 havo-leerlingen de rekentoets. 60,1 procent haalde een voldoende. Hoeveel leerlingen zouden voor het examen zijn gezakt als een voldoende voor de rekentoets vereist was?

Antwoord: 21.519

Toelichting opgave 2

Het was de bedoeling dat de rekentoets een plaats zou krijgen in de zogeheten zak-slaagregeling. Wie geen voldoende haalde, zou zakken voor het eindexamen. Daarmee kreeg rekenen meer gewicht dan de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde, want voor die vakken mag de kandidaat één 5 halen.

Politici schrokken zich echter een hoedje toen de uitslagen van de eerste rekentoetsen binnenkwamen. In 2014 haalden slechts vier op de tien leerlingen op vmbo-basis een voldoende. Op de havo was het nauwelijks beter. Alleen op het vwo waren de cijfers opbeurend. Daar haalde 90 procent een voldoende.

Mogelijk deden scholieren nog niet zo hun best, omdat de toets toch nog niet meetelde, maar het leek evident dat veel leerlingen hun diploma zouden mislopen vanwege de toets.

In de afgelopen jaren zwakte het ministerie de eisen af: een 4,5 zou in het eerste jaar dat de toets zou meetellen ook al voldoende zijn. In 2015 ging er nog meer water bij de wijn, toen de Tweede Kamer besloot dat de toets voorlopig alleen op het vwo zou meetellen. Geen enkele vwo'er zakte in het schooljaar 2015-2016 alleen vanwege een onvoldoende voor de rekentoets.


Opgave 3

Er gaan geruchten dat de ontwikkeling van de rekentoets circa 500 miljoen euro heeft gekost. Hoeveel uur rekenonderwijs had de overheid met dat bedrag kunnen bekostigen, aangenomen dat een rekendocent die 40 weken per jaar werkt en gemiddeld 30 uur rekenles per week geeft 80 duizend euro kost?

Antwoord: 7,5 miljoen.

Toelichting opgave 3

Toelichting: Wat de rekentoets gekost heeft, is niet duidelijk. Het lukte het ministerie van Onderwijs niet om de totale kosten binnen een dag voor de Volkskrant op een rijtje zetten. Maar, zo verzekert een woordvoerder, 'er is echt geen sprake van dat er een half miljard aan de rekentoets is uitgegeven'.

Dat bedrag, dat in 2015 bijvoorbeeld door het televisieprogramma Brandpunt genoemd werd, komt vermoedelijk uit de notulen van een bijeenkomst van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in 2013. Daarin zei staatssecretaris Dekker dat het ministerie de jaren daarvoor 500 miljoen euro had ingezet om het taal- en rekenonderwijs te verbeteren. 'De ontwikkelkosten van de rekentoets zijn een fractie daarvan', aldus de woordvoerder.

Dat het ontwikkelen en testen van de rekentoets tientallen miljoenen euro's heeft gekost, is wel duidelijk. 'Allemaal geldverspilling', zegt wiskundeleraar en rekentoetscriticus Karin den Heijer. Ze hekelt de dure software, de ingewikkelde verhaaltjessommen en de kosten die zijn gemaakt voor bijscholing van rekendocenten. 'Onbegrijpelijk.'

De Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren, die ook protesteerde tegen de toets, hoopt dat rekenles in de onderbouw gecombineerd wordt met de wiskundeles. In de bovenbouw kunnen de rekenvaardigheden worden onderhouden bij de bètavakken en aardrijkskunde en economie. Daarover is de vereniging al in gesprek met het ministerie, zegt voorzitter Swier Garst. 'Ik ben een tevreden mens.'

Ook voormalig wiskundeleraar Jan Jimkes, die lang streed tegen de rekentoets, is gelukkig. 'We kunnen het accent nu weer leggen op het rekenonderwijs', zegt hij. 'En niet op die toets.'