Drie onafscheidelijke meiden

El wes wes gaat over Marokkaanse jongeren die net als schrijfster Najoua Bijjir (1976) zijn geboren in Rotterdam. Het verhaal draait om 'het geheime leven' van drie meiden, één jongen en hun moeders....

Bijjir introduceert haar personages stuk voor stuk in afzonderlijk aan hen gewijde hoofdstukken. Aanvankelijk kent de lezer de vier hoofdpersonen nog niet goed genoeg om alle opgevoerde familieleden en vrienden (met al hun exotische namen) van elkaar te kunnen onderscheiden. Uiteindelijk zijn ze zo indringend aan je voorgesteld dat je ze misschien wel nooit meer vergeet. Nabil studeert iets bedrijfskundigs, maar deelt thuis een kamer met twee kleinere broertjes. Geen eigen plek, geen privacy, geen mogelijkheid muziek te draaien en vooral weinig kans te studeren. Hij beschikt nauwelijks over geld, heeft wel een mobieltje maar geen beltegoed. Hij probeert te studeren in de bibliotheek, maar wordt afgeleid door de 'Marokkaanse wijven' die daar giechelend rondhangen. Wat hem houvast biedt, is zijn bestudeerde arrogante pose en een tip-top verzorgd uiterlijk.

Kenza is na haar mbo-opleiding gaan werken, vooral om geld te verdienen voor een schildercursus. Ze wil kunstenaar worden. Haar vader heeft haar moeder verlaten toen Kenza zes was. De moeder is murw van verdriet en het harde werken. Kenza probeert haar trots te behouden door op z'n minst de slankste te zijn. Ze eet nauwelijks iets en braakt soms op het toilet. Ze zou rijk willen worden, zodat haar moeder eindelijk kan stoppen met werken.

Chadija zit nog op de havo. Ze heeft jarenlang verkering gehad met Hamid, die lief was en haar van alles beloofde. Volgens haar moeder is Chadija niets waard, ze wordt thuis uitgescholden en schaamteloos uitgebuit. Naast haar school doet ze de complete huishouding en heeft ze de zorg voor een reeks jongere zusjes. Hamid blijkt niet te vertrouwen, voor Chadija stort de wereld in. Ze gaat een hoofddoek dragen. Iets waar ze voortdurend commentaar op krijgt.

Toeria is juist dikke maatjes met haar moeder. Moeder klaagt openlijk over haar waardeloze echtgenoot, nadat ze hem aan de afwas heeft gezet en hem commandeert meteen even alle kinderen naar bed te doen. Toeria heeft een geheime relatie. De man betaalde haar rijles, gaf haar een auto en een pc. Later laat ze zich wel een nieuw 'maagdelijkheidje' aanmeten in het Dijkzigt. Haar moeder liegt, bedriegt en doet alles om voor Toeria een betere man te krijgen dan de sukkel die zij zelf heeft. Desnoods een illegaal, als hij maar rijk is.

Ze trekken er samen op uit, de drie meiden gaan nooit zonder elkaar naar buiten. En ze ontmoeten Nabil, die hen uitnodigt voor een feest van zijn studentenvereniging. Was eigenlijk bedoeld voor hoogopgeleide Marokkanen, maar afijn. Terloops kom je heel wat te weten over de onbeschaamde Nederlanders met hun vragen over 'hoe je met je culturele achtergrond denkt om te gaan' en 'of je nog maagd bent' (bij een sollicitatie!).

Het verhaal heeft een dramatische ontknoping. Alles lijkt erop te wijzen dat Kenza met haar kunst-ambities tenminste zal ontsnappen uit dit tobberige leven. Maar het loopt anders in dit indrukwekkende boek. Bijjirs taalgebruik is ruw en soms wat overdadig en doorspekt met Marokkaans. Als Kenza wordt overmand door verdriet om het verloren leven van haar moeder, roept deze: 'Jij lijdt gewoon aan el wes wes, je maakt je druk om niets.' El wes wes betekent 'paranoïde angstbeeld', maar ook 'de kracht om stabiliteit te krijgen'.

Een ander opvallend boek is De zeer volhardende gappers van Frip van George Saunders. Het dorpje Frip bestaat uit maar drie hutjes, bewoond door drie families die geiten houden. Sinds jaar en dag worden de geiten belaagd door oranje gappers, die uit zee kruipen en zich aan de vacht van de geiten hechten. De taak van de kinderen is de geiten schoon te vegen en de gappers terug in zee te kiepen. Anders gaan de geiten dood.

Deze fabel gaat over opportunisme, hypocrisie, over opgroeien, opvoeden, noodlot en tegenslag. Als een van de gappers, die iets minder dom is dan de andere, bedenkt dat het efficiënter is om met alle gappers samen één geitenweitje te bespringen in plaats van drie geitenweitjes tegelijk, zijn de gevolgen rampzalig. Althans voor Capabeltje, wier geiten toevallig als eerste door alle gappers tegelijk worden getroffen. Zij alleen kan dit niet oplossen. Haar moeder is overleden, haar vader wil sindsdien geen veranderingen meer. Hij moest ook gappers vangen in zijn jonge jaren, ja dat was de beste tijd van zijn leven. De buren die opeens geen last meer hebben van de gappers, denken dat dat niet voor niets is. Waarschijnlijk hebben zij het verdiend. Geen sprake van dat ze Capabeltje willen helpen. Ze moet haar lot aanvaarden en werken aan haar geluk, net als zij.

Hier lijkt de orenmaffia wel aan het woord; kwezels die suggereren dat elk voorval, iedere ziekte een doel heeft. En dus eigenlijk je eigen schuld is. Maar Capabeltje herinnerde zich wat haar moeder ooit had gezegd: 'Als een troep mensen de hele tijd luidkeels hetzelfde zegt, dan betekent dit nog niet dat het waar is.' Ze bedenkt een oplossing waar ze in Frip nog nooit aan gedacht hadden. Een prachtig innemend verhaal, met schitterende humor, uitstekend vertaald door Ineke Lenting. De illustraties zijn van de veelvuldig bekroonde Lane Smith. Een kunstenaar die gebruik maakt van verschillende technieken, met betoverend resultaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden