Drie maal drie is nehégen

De muziekles op basisscholen is in verval. Tijd om dat te veranderen, vindt wethouder Carolien Gehrels. 'Een taal die iedereen spreekt, is precies wat een stad nodig heeft.'

In de Amsterdamse dierentuin Artis lopen de kinderen twee aan twee in de rij, vrolijk zingen ze een kinderliedje. Wat opvalt in het fragment uit Lieverdjes (1964) van documentairemaker en fotograaf Ed van der Elsken (1925-1990) is uiteraard het tijdsbeeld en de daarbij behorende kleren en kapsels. Maar wat ook de aandacht trekt, zijn de zangkwaliteiten van de basisschoolleerlingen: elke noot van het riedeltje wordt gehaald.


In de tijd van Van der Elkskens portret behoorde de muziekles in Amsterdam nog tot het standaardrepertoire van de basisscholen. Niet verwonderlijk dus, dat de kinderen van toen zo goed konden zingen.


Die geschiedenis wil de gemeente Amsterdam nieuw leven inblazen. De muziekles moet weer een vaste plek krijgen in het basisonderwijs, heeft de stad in de cultuurplannen voor 2013 tot 2016 vastgelegd. Aan het begin van het volgend schooljaar, moet elke Amsterdamse basisschoolleerling muziekles krijgen. Op zijn minst een uur per week en, ook opmerkelijk, gegeven door vakdocenten. Een extra moeilijkheidsgraad is dat het plan geen cent extra mag kosten.


Het is een ambitieus en uniek voornemen: in geen enkele andere Nederlandse stad krijgen álle basisscholieren muziekles. Eind deze maand moeten de Amsterdamse culturele instellingen hun plannen inleveren. Willen zij hun gemeentelijke subsidies behouden, dan moeten zij antwoord geven op de vraag hoe zij de omslag van buitenschools naar binnenschools muziekonderwijs denken te maken. En hoe zij ervoor zorgen dat de muziekleraren de kwaliteiten bezitten om voor een basisschoolklas te staan.


In 2006, tijdens haar aantreden als Amsterdamse wethouder van Cultuur, legde Carolien Gehrels het fundament voor het plan. Opgegroeid met liefde voor muziek - haar oudoom Willem Gehrels was directeur van de Amsterdamse Volksmuziekschool - startte ze een stuurgroep met daarin vertegenwoordigd de basisschoolbesturen, de culturele instellingen en de stadsdeelbesturen.


'Iedereen was het ermee eens dat we de afgelopen decennia wat verloren hebben', zegt de wethouder. 'De aandacht voor muziekonderwijs is naar de achtergrond verdrongen. Op sommige scholen wordt er niets aan gedaan, op andere scholen zeer projectmatig en zonder achterliggende visie.'


En dat terwijl er volgens Gehrels meer dan genoeg argumenten zijn te bedenken waarom kinderen muziekles zouden moeten krijgen. Een zin die haar bijbleef gedurende de vormgeving van het plan, was een uitspraak van D66-politicus Hans van Mierlo (1931-2010). 'Op de stromen van muziek worden gemeenschappen gevormd', zei hij op een avond. 'En dat is precies wat een stad nodig heeft', aldus Gehrels, 'een taal die iedereen kan spreken. Want wat zijn de grote gevaren voor een stad? De verdelingen tussen wit en zwart, arm en rijk. Muziek helpt dit soort tegenstellingen te overbruggen.'


Maar misschien wel belangrijker dan de verbindende factor is volgens de Amsterdamse wethouder, de bijdrage die muziekles kan bieden in de ontwikkeling van kinderen. Gehrels: 'De aandacht op basisscholen gaat vooral uit naar vaardigheden als rekenen en schrijven, maar er valt voor kinderen zo veel meer te ontdekken. Iedere Amsterdamse basisschoolleerling, van de Javastraat tot de Apollolaan, heeft het recht om zijn talent te vinden en er wat mee te doen.'


Gehrels voelt zich gesterkt door wetenschappelijke onderzoeken naar de invloed van kunstonderwijs op de hersenen van jonge kinderen. 'Kunst is een ware slijpsteen van de geest', zegt Mark Mieras, een wetenschapsjournalist gespecialiseerd in hersenonderzoek. Hij was betrokken bij de Amsterdamse planvorming. Mieras wijst op onderzoek van de Northwestern University, een prestigieuze universiteit met vestigingen in de Verenigde Staten en Qatar.


'Kinderen die jong met muziek bezig zijn, ontwikkelen het auditieve gebied in hun hersenen. Daardoor leren ze beter te luisteren en informatie van ruis te onderscheiden', aldus de wetenschapsjournalist. 'En goed luisteren is een eerste voorwaarde om te leren. Wie niet goed kan luisteren, zal veel moeite hebben met lezen en schrijven, vaardigheden waarop de samenleving zich nu fixeert. Als we leerlingen willen helpen die hier zwak in zijn, moeten we juist aandacht besteden aan muziek.'


Een eerste pilot is dit schooljaar van start gegaan. Op zeven scholen in de zeven stadsdelen, krijgen de basisschoolleerlingen muziekles, aangeboden door docenten van Muziekschool Amsterdam en andere Amsterdamse muziekinstellingen (verenigd in de stichting Amsterdamse Muziekeducatie Amuze). De Joop Westerweelschool in de Amsterdamse wijk De Baarsjes is één van die scholen. Elke week krijgen alle groepen een uur muziekles, deze maandag zijn de kleuters van groep 1 en 2 aan de beurt.


Muziekleraar Bas Fortgens komt met een gitaar de klas in, en laat de kinderen in een cirkel om hem heen staan. 'Wie ben jij? Ga maar staan en zeg je naam', zegt hij voordat hij met de oefeningen begint. Dieske Jansen, cultuurcoördinator van de school, is blij met de expertise die de muziekdocent de klas binnenbrengt. 'Het gaat veel verder dan alleen het leren van muziek. Met het voorstellen van zichzelf, leren de kinderen wat omgangsvormen zijn. Ook is het goed voor de taal, door het oefenen van de liedjes leren ze nieuwe woorden.'


Jan Raes, directeur van het Koninklijk Concertgebouworkest, onderstreept de woorden van cultuurcoördinator Jansen. De Belgische Raes was in het verleden docent in het muziekonderwijs en heeft zich sindsdien beziggehouden met muziekeducatie. 'Er wordt al lange tijd over gepraat, nu gebeurt er eindelijk iets. Het is een dappere stap van de gemeente Amsterdam. Muziek is een van de beste middelen om vaardigheden aan te leren omdat het niet talig is. Kinderen leren samen te werken, leren zich te concentreren en maken contact met hun lichaam.'


Vergeleken met België is het muziekonderwijs in Nederland minder goed geregeld, legt Raes uit. 'Muzieklessen zijn hier minder betaalbaar en niet voor iedereen in de samenleving bereikbaar.' Maar als de Amsterdamse plannen tot wasdom komen, overtreft de stad het cultureel-educatieve klimaat van de Belgen, vindt hij. 'Het zou werkelijk uniek zijn als alle basisschoolleerlingen muziekles wordt voorgeschoteld. Ieder kind heeft daar recht op.'


Hoe weinig Amsterdamse kinderen met muziekles opgroeien, blijkt uit een berekening van onderzoeker Paul Collard. Hij schreef voor de gemeente een adviesrapport over de stand van kunst en cultuur. De conclusie luidde dat met de Amsterdamse subsidies die aan muziekonderwijs worden besteed, slechts 4 procent van alle basisschoolleerlingen worden bereikt. Dat komt omdat de 3,7 miljoen aan subsidie die de Muziekschool Amsterdam ontvangt, voor het overgrote deel wordt gespendeerd aan buitenschoolse muziekeducatie: dus de viool- en blokfluitlessen.


Daar gaat dus verandering in komen. De Muziekschool moet, om zijn subsidie te behouden, net als de andere Amsterdamse muziekeducatieve instellingen, de aandacht verleggen naar binnenschoolse muziekeducatie.


Willem Smit, directeur van De Muziekschool, heeft samen met stichting Amuze de lesmethodes ontwikkeld. 'De scholen zijn de klant. Zij kunnen kiezen uit verschillende leerlijnen en die maken wij dan op maat. Zo is er de leerlijn Zing Zo!, een programma voor groep 1 tot en met 8. Het zingen staat hierin centraal, maar onderweg maken de leerlingen kennis met allerlei instrumenten.'


Bij het aanbieden van de professionele muzieklessen ligt wel een probleem: er zijn te weinig geschoolde musici voorhanden om alle Amsterdamse scholen te bestrijken.


Op het conservatorium is de bijscholing van docenten van de Muziekschool Amsterdam al gestart. En dat komt goed uit, volgens directeur Janneke van der Wijk. 'In deze tijden van grote druk op de muziekwereld, bieden de Amsterdamse plannen een goede mogelijkheid voor musici om extra geld te verdienen.' In de toekomst kunnen afgestudeerde musici op het conservatorium terecht om de fijne kneepjes van het muziekonderwijs te leren.


Hoewel het plan voor muziekles op alle basisscholen al in een vergevorderd stadium is beland, ziet wethouder Carolien Gehrels nog wel beren op de weg. Een groot struikelbrok is namelijk de financiering van het plan: het mag geen cent extra kosten. Amsterdam wil door het omleggen van subsidiestromen het project bekostigen. 'Er zijn nu te veel versnipperde geldstromen die bijdragen aan cultuuronderwijs', legt Gehrels uit.


Zo krijgen alle Nederlandse basisscholen vanuit Den Haag ruim 10 euro per leerling voor cultuuronderwijs. Gehrels werkt aan een voorstel om die bijdrage verplicht te laten uitgeven aan binnenschoolse cultuureducatie, waaronder de muzieklessen vallen. 'Dat moet ook gaan gelden voor de andere subsidiestromen die vanuit de stadsdelen en de verschillende cultuurfondsen komen. Als die worden gelijkgeschakeld, en het accent wordt verlegd naar muziekles op school, dan gaat het lukken.'


Amsterdam heeft Den Haag dus nodig in zijn ambities. Wethouder Gehrels en staatssecretaris van OCW Halbe Zijlstra (VVD), lijken op één lijn te zitten. De staatssecretaris vroeg in oktober vorig jaar om een adviesrapport van de Raad voor Cultuur en de Raad voor Onderwijs. Daarin werpt hij de vraag op hoe culturele instellingen kunnen bijdragen aan verbetering van het cultuuronderwijs en welke eisen er aan de kwaliteit moeten worden gesteld. Precies de zaken waarop de gemeente Amsterdam nu inzet. Gehrels: 'Wij zijn een voorloper in Nederland. Ik ben er van overtuigd dat als Zijlstra ziet hoe wij de muziekles terugbrengen op de basisscholen, alle basisscholen in Nederland weer muziek gaan maken.'


Op de Joop Westerweelschool vraagt de muziekleraar wie het liedje Uit Artis is een beer ontsnapt al kent. De kleuters die durven, mogen naar voren komen. Dieske Jansen beziet het met een glimlach. 'Ze leren nu al voor een groep te staan, dat hoeven we ze in groep 6 niet meer te leren.'


Het invoeren van muzieklessen voor alle Amsterdamse basisschoolleerlingen is een onderdeel van het basispakket Kunst- en Cultuureducatie. Dit pakket, dat de gemeente Amsterdam de afgelopen jaren heeft ontwikkeld, herbergt drie vakken die structureel deel moeten uitmaken van de lesweek van basisscholen. Naast één uur muziekles, krijgen ook de vakken beeldende kunst en cultureel erfgoed een vaste plek in het basisonderwijs. Die worden vanaf 2016 ingevoerd, maar zullen op een vergelijkbare manier worden ingepast. Ook deze worden straks verzorgd door vakdocenten in samenwerking met de betreffende Amsterdamse culturele instellingen. Het aantal lesuren dat Nederlandse basisscholen besteden aan cultuureducatie ligt volgens de cijfers van onderzoeksbureau Sardes/Oberon op tien uur per week in groep 2, en ruim vijf uur per week in groep 7. Maar over de vraag of dit de daadwerkelijke tijdsbesteding is, en hoe deze uren dan worden ingevuld, is veel onduidelijkheid. Volgens Herbert de Bruijne, voorzitter van de koepelorganisatie van Amsterdamse basisscholen, is het cultuuronderwijs op de scholen zeer beperkt. 'De aandacht ligt bij de cognitieve vaardigheden, veel basisscholen doen zelfs helemaal niets aan cultuuronderwijs.'


Kader: Nog twee kunstvakken

Een lesmethode waar de Amsterdamse basisscholen voor kunnen kiezen, is Het Leerorkest. Wekelijks wordt dan groepsgewijs op een instrument geoefend. Orkestpartijen worden ingestudeerd en kinderen maken deel uit van een echt orkest dat onder leiding staat van een professionele dirigent. Elk jaar start er een orkest met nieuwe leerlingen, de anderen stromen door naar het tweede-, derde-, of vierdejaarsorkest. Het Leerorkest bestaat over de hele wereld.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.