Drie keer ging het mis bij Sven Kramer, nu wil hij drie keer goud - is die druk wel verstandig?

Drie keer goud in Pyeongchang, met minder neemt Sven Kramer (31) de komende weken geen genoegen. Hij legt andermaal de lat hoog voor zichzelf, na drie opeenvolgende Olympische Spelen waar hij om uiteenlopende redenen de heilige graal in het gedroomde veelvoud miste. Maar is het, gelet op die voorgeschiedenis, wel verstandig van hem om zichzelf weer zo onder druk te zetten?

Sven Kramer zit er verslagen bij nadat hij tijdens de ploegenachtervolging op een blokje is gestapt in Turijn, 2006.Beeld Klaas Jan van der Weij

Twee sportpsychologen laten hun licht schijnen over het gevaar van de allerhoogste ambities en de manier waarop je ermee moet omgaan. Nico van Yperen is hoogleraar sportpsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, hij bezet er sinds eind 2017 de nieuwe leerstoel Sport & Performance Psychology. Hij houdt een blog bij, SportScience.blog.

Rico Schuijers begeleidde eind jaren negentig de nationale selectie, met onder anderen Gianni Romme, Martin Hersman en Jeroen Straathof. Hij was twee jaar als prestatiemanager verbonden aan NOC*NSF. Hij heeft een eigen bureau, waarin hij naast sporters ook onder anderen politieagenten en luchtverkeersleiders begeleidt.

Dit is geen stof voor Kramer zelf. Hij kan buiten de adviezen van mental coaches, hij heeft er volgens hem nooit wat aan gehad. Vorig jaar zei hij in gesprek met enkele journalisten: 'Ik heb ze allemaal voorbij zien komen: al die sportpsychologen, die psychiaters en noem maar op. Ik heb met ze gewerkt, met ze gepraat. Maar geloof mij, je gaat er niet harder van schaatsen. Als mensen er baat bij hebben moeten ze dat zeker blijven doen, maar voor mij hoeft het niet.'

Het doel

Was topsprinter Dafne Schippers in 2016 het bewijs dat de droom van goud je in de weg kan zitten? Ze smeet na het zilver op de 200 meter in Rio de Janeiro woest met haar spikes. Er waren analisten die zagen dat ze in de race verkrampte. Was ze onderweg overvallen door de gedachte dat ze het misschien toch niet ging halen? Haar fameuze eindschot was in elk geval minder scherp dan gebruikelijk. De noodzakelijke ontspanning raakte ze kwijt. Ze kwam kennelijk niet meer toe aan de opdracht van de coach: doen wat je moet doen.

Tel daarbij op dat de sportgeschiedenis leert dat het temperen van de ambities ook goed kan goed uitpakken. Herhaaldelijk is gebleken dat atleten die bijvoorbeeld na een blessure met weinig verwachtingen terugkeerden, toch topprestaties neerzetten. Ze gedijden in de luwte, ze profiteerden van een rustig gemoed.

Maar de deskundigen zijn het erover eens: atleten van het kaliber Kramer en Schippers kunnen niet anders dan geen geheim maken van hun ultieme eerzucht. Zijn status van de allerbeste schaatser ter wereld verplicht Kramer ertoe. Als hij het zelf niet zou etaleren, is er de buitenwereld die de verwachtingen tot het maximum opschroeft.

Rico Schuijers: 'Wat zou hij anders moeten zeggen? Ik ga voor een medaille? Dat zou gek zijn, ongeloofwaardig ook. Het is voor hem ook een realistisch doel. Voor de mindere goden heeft zoiets geen enkele zin. Kramer wil de kroon op zijn werk zetten. Nee, het levert hem geen extra druk op. Die is er toch wel.'

Hij doet het niet alleen om het publiek ter wille te zijn, hij zal er zelf ook inspiratie uit putten. Nico van Yperen: 'Het zal hem alleen maar stimuleren. Als het kloteweer is en er staat een trainingsrit van 150 kilometer op de fiets op het programma, zouden wij zeggen: laat maar zitten. Hij kleedt zich om en gaat rijden, in het besef dat anders het goud in gevaar komt. Het zal ook in zijn hoofd zitten als hij straks in de laatste ronde tegen Jorrit Bergsma of Ted-Jan Bloemen rijdt. Van zo'n doel gaat een energetische werking uit.'

In de mentale begeleiding van topsporters wordt een onderscheid gemaakt in soorten mikpunten. Bovenaan staan de resultaatdoelen. Voor een beginnende prof kan dat winst in de eerstvolgende wedstrijd zijn of een toernooizege, voor de allerbesten is dat alleen maar olympisch goud of een wereldtitel. Maar het is een doel waarop ze zelf relatief weinig invloed hebben. Een ander kan op het moment suprême beter zijn. Spijtig natuurlijk, maar dat is nu eenmaal topsport.

Verder naar onderen op de ladder vol intenties staan de ijkpunten die de atleten wel onder controle kunnen hebben, zogeheten proces- en prestatiedoelen. Die dienen als voorbereiding voor de toetreding tot het walhalla, straks. Ze kunnen trainen op de perfecte start, een betere versnelling uit de bochten, het rijden van drie ronden in 28 seconden. Een podiumplek op een minder prestigieus toernooi of het halen van een persoonlijk record geldt als een voorbeeld van een prestatiedoel.

Schuijers: 'Ook al word je met een persoonlijk record vijfde, dan nog kun je er heel tevreden mee zijn.' Hij signaleert tegelijkertijd een trend: de sporter die het proces gebruikt om zich wat in te dekken. 'Er zijn er tegenwoordig veel hoor, die aankondigen dat ze gewoon een goede wedstrijd willen rijden. Dan kun je meteen de bal verwachten. Hoe zit dat dan? Je wilt toch winnen?'

Nico van Yperen
Rico Schuijers

Voor Kramer gelden andere wetmatigheden. Van Yperen: 'Bij hem zijn prestatiedoel en resultaatdoel eigenlijk hetzelfde. De best mogelijke tijd rijden is in zijn geval hetzelfde als goud halen. Reken maar dat hij het hele scenario al voor ogen heeft. Hij zal in Pyeongchang rijden op een bepaalde richttijd, afhankelijk van de omstandigheden en de resultaten van de concurrentie. Hij weet precies: die tijd moet ik halen en dan ben ik kampioen. Knappe jongen die er dan nog onderdoor komt.'

Hij herinnert zich de strategie van schaatser Jochem Uytdehaage op de Spelen in Salt Lake City, in 2002. Waar de meeste atleten tijdens een training de wedstrijd proberen na te bootsen, deed hij het naar eigen zeggen andersom: hij schaatste alsof hij aan het trainen was en deed wat hem te doen stond. Het werd twee keer goud, op de 5 en de 10 kilometer.

Van Yperen: 'De essentie is het uitvoeren van de taak en je af te sluiten van interne factoren - gedachten, pijntjes, angsten - en externe zaken als het weer, het humeur van de coach, de ruzie met je partner, noem maar op. Dat is heel makkelijk gezegd, ja. Maar doe het maar eens. Het vereist veel oefening.'

De druk

Op 15 februari, 's middags ergens tussen 12 en 2 uur Nederlandse tijd, breken voor Kramer de kleine dertien minuten van de waarheid aan op het ijs van de Gangneung Oval. Dit is zijn kans op het wegstrepen van het schrijnende hiaat op zijn erelijst. Het is nu of nooit. Hij zal er niet vanuit gaan dat er nog een gelegenheid komt. Dan zit je al in 2022. Hoe voorkomt hij dat het hem ineens naar de keel vliegt?

Hij haalt er dus zelfs zijn schouders over op, hij weet zelf wat hem te doen staat. Ongenadig hard rijden, zo simpel is het. Maar de sportpsychologie reikt de atleet een heel instrumentarium aan om een ongezonde druk op de prestatie te beteugelen, zodat voorkomen kan worden dat de spieren te strak staan of iemand zijn hoofd verliest.

Allereerst: een beetje spanning kan geen kwaad. De adrenaline stroomt door het lijf, de hartslag vliegt omhoog - geen zorgen, het lichaam is zich aan het voorbereiden op een topprestatie. Vlak voor de wedstrijd kunnen atleten de opwinding naar believen stimuleren of verminderen met hun ademhaling. Kijk naar de gewichtheffer die zichzelf volpompt met lucht voordat hij de halters grijpt. Het gaat niet alleen om zuurstof, het pept hem ook mentaal op. Wie, verzekeren de experts, even meer adem uitstoot dan inhaleert zal naast een fysieke ontlading ook rust in de geest ervaren.

Veel uit het wapenarsenaal kan zowel in de aanloop naar als tijdens de wedstrijd worden aangesproken. Er kan een beroep worden gedaan op verbeeldingskracht - visualiseren in het vocabulaire van het vak. Stel je maar voor hoe je straks gaat starten, hoe je eenmaal onderweg in de bocht gaat versnellen, hoe je straks naar je tegenstander kruipt. Schuijers: 'Je kunt het allemaal in het hoofd oefenen. Het is bewezen dat je daarmee het neurale netwerk net zo goed prikkelt als in werkelijkheid.'

Focussen is nog zo'n vertrouwd begrip in de sportwereld. Waar richt je je aandacht op? Volgens Schuijers is tijdens de race afwisseling van belang. 'Je moet kunnen schakelen tussen kijken en voelen. Kijk uit de bocht om te bepalen waar je naar toe gaat, je moet je ogen achterna, dan volgt het lichaam vanzelf. Probeer op het rechte eind het fijne gevoel te pakken. Schaatsers zeggen vaak dat ze het aan hun tenen merken, dat ze daarmee registreren hoe ze de schaats neerzetten, of het motorisch klopt.'

Dan zijn ze er nog niet. Je kunt te veel bezig zijn met de techniek - zit de knie in de juiste hoek, ligt de arm goed? Een ander richt zich op de aanmoedigingen van het publiek of klampt zich vast aan de coach, met diens rondenbordjes en aanwijzingen. Schuijers: 'De ervaring leert dat je onder stress te veel gaat concentreren op zaken waarop je van nature al het meest bent georiënteerd. Wie meer op details let, zal vooral checken of zijn techniek nog in orde is. Dat kan tot verkramping leiden. Zo'n persoon is beter af door maar eens te kijken wat er op de tribune gebeurt. Andersom werkt het precies hetzelfde. Wie meer op het publiek let, kan zich beter maar eens richten op de vinger die op de juiste afstand langs de neus gaat.'

Gedachten dat het verdorie toch niet gaat lukken, dat de vorm er toch niet is, dat je niet zo goed bent als iedereen denkt, vormen een bekende kwelgeest in het brein van de topsporter. Accepteren, zeggen Schuijers en Van Yperen, is al een mooi begin. Verzet je niet tegen de gedachte dat het inderdaad de race van je leven is. Het is nu eenmaal zo. Daar word je kalmer van.

Je kunt er zelfs een draai aangeven. Schuijers: 'Degene die bijvoorbeeld de beslissende penalty moet nemen, denkt al snel: o jé, als ik hem maar niet mis. Hij kan zichzelf ook voorhouden: wat nou, ik ga die bal eens goed raken.' Van Yperen: 'Het helpt ook als je jezelf complimenten geeft.' Afleiding is een optie. Wie gedachten in mineur voelt opkomen, kan ze ontlopen door eens goed op de ademhaling te letten of je te realiseren hoe mooi dit moment is. Dat scheelt een tijdje tobben en inzakkende rondentijden.

Schuijers: 'Als ik nu schaatser was, zou ik vooral denken: joepie, ik mag! Ik mag naar de Spelen! Wat ik alle schaatsers gun, is sinterklaasspanning. Je weet niet wat er gaat gebeuren, maar wat er gaat gebeuren is leuk. Wat ik ze niet gun is tandartsspanning. Dan weet je ook niet wat er gaat gebeuren, maar als er iets gaat gebeuren, is het niet leuk.'

De teleurstelling

Schuijers: 'Daar kun je je niet tegen wapenen. Daar moet je gewoon doorheen. Het leven gaat verder.'

Van Yperen: 'Het hangt er vanaf hoe je verliest. Als Kramer in Zuid-Korea een wereldrecord rijdt en iemand anders klopt hem toch, dan kan hij alleen maar applaudisseren. Dan heeft hij zichzelf niks te verwijten. Maar als je het gevoel hebt dat je ergens iets hebt laten liggen, dat je niet geconcentreerd genoeg was, dat je geforceerd hebt gereden, dan is verwerking een stuk lastiger. Dan neem je jezelf iets kwalijk. Analyseer dat. Kijk alleen naar waar je controle over had en wat je er in het vervolg aan kunt doen.'

Zou het Kramer helpen, als hij onmiddellijk verklaart dat hij het over vier jaar weer gaat proberen? Van Yperen: 'Ik zou even de tijd nemen. Is het realistisch te denken dat het nog beter kan? Niets is onmogelijk. Kijk naar Roger Federer, die vindt zichzelf ook opnieuw uit op zijn 36-ste met een nieuwe tactiek en een ander racket. Maar je moet de overtuiging hebben dat er nog iets in zit. Anders kun je het beter laten.'

2006, Turijn - halve finale ploegachtervolging

NOS-commentator Herbert Dijkstra en analist Martin

Hersman: 'Oh, nee, nee, nee, nee.'

Dijkstra: 'Wat een drama, oh wat een drama (..)

Hersman: 'We zagen het niet in beeld, maar de bocht hiervoor maakte Kramer al een paar missertjes. Sorry, zegt hij. Ja, sorry. Waar kwam het nou door?'

Dijkstra: 'Het heeft op deze manier veel weg van shorttrack.'

Hersman: 'Op een blokje, lijkt het. Ja, op een blokje.

Dijkstra: 'En dan is er een massale valpartij. Kramer gaat. Verheijen gaat mee. Wennemars blijft op de been.'

Hersman: 'Man, man, man.'

De psychologen Schuijers en Van Yperen:

Schuijers: 'Als je op een blokje gaat staan, is dat meestal een concentratiefout. Het kan zijn dat hij te voorzichtig was of juist te veel risico nam.'

Van Yperen: 'Hij was hier nog een jonge, veelbelovende atleet. Dan kan er van alles gebeuren. Je kunt de race van je leven rijden, maar ook zwaar teleurstellen. Het incident met het blokje kan ertoe hebben geleid dat hij te veel het idee had dat het nu moest gebeuren.'

2010, vancouver - 10.000 meter

NOS-commentator Herbert Dijkstra en analist Martin Hersman

Hersman: 'Ho, wat deed hij daar nou? Wat deed hij daar nou? Er gaat iets mis. Ze rijden beiden in dezelfde baan. Hij rijdt in de verkeerde de baan.'

Dijkstra: 'Nee toch?'

Hersman: 'Hij rijdt in de verkeerde baan. (Herhaling in beeld) Hier gaat hij naar buiten.'

Dijkstra: 'Nee, hij stapt over. (...) Ze rijden in dezelfde baan.'

Hersman: 'Ja.'

Dijkstra: 'Ja.'

Hersman: 'De scheidsrechters komen er al aan.'

De psychologen Schuijers en Van Yperen:

Schuijers: 'Het zat 'm niet in Kramer, het was de coach, Gerard Kemkers. Die had gemist dat Kramer al heel vroeg na de bocht had gewisseld. Hij werpt tussendoor een blik op zijn blaadje, kijkt op, denkt dat hij verkeerd zit en roept: andere baan!'

Van Yperen: 'Kramer reed geweldig, hij was veruit de snelste. Hij zat in een flow, maar ineens hoort hij wat van buitenaf, een vertrouwde stem. Daar reageerde hij impulsief op, alsof hij wakker schrok. Dat wil je niet, maar het gebeurt toch.'

Geen goud op de 10 kilometer voor kramer na een fatale wissel.Beeld Klaas Jan van der Weij

2014, Sotsji - 10.000 meter

NOS-commentator Herbert Dijkstra en analist Martin Hersman

Hersman: 'Dit was de laatste 30.0 van Jorrit Bergsma. Die ging vanaf nu alleen maar 29-ers rijden. Nu verliest Kramer heel veel.'

Dijkstra: 'Aaargh. Nou wordt het spannend. Nou wordt het spannend. (...) Daar komt de lijn. Daar komt Bergsma. Sensationeel wat we hier zien. Bergsma is er voorbij. Kramer moet het hoofd buigen. 30.86.'

Hersman: 'Nee hoor.'

Dijkstra: Kramer weet het. Hij kon niet harder. Hij heeft gestreden, hij heeft zijn best gedaan. Wat een 10 kilometer Hoe spannend. Kramer gaat naar het zilver, niet naar het goud. Dus geen drie gouden medailles.'

De psychologen Schuijers en Van Yperen:

Schuijers: 'Ik dacht toen: hij wil het zo graag dat het in zijn nadeel werkt. Dan begin je vaak te snel. Er zit meer spanning in je spieren, dan raak je sneller opgebrand.'

Van Yperen: 'Ik vind het moeilijk te beoordelen of je kon zien dat het niet liep. Bergsma had een superdag, misschien was Kramer net wat minder. Als beiden in topvorm waren, zou Kramer hebben gewonnen.'

Kramer feliciteert Jorrit Bergsma met de winst op de 10 kilometer.Beeld Klaas Jan van der Weij
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden