Drie keer gelijk tegen Italianen, hoopgevend

Grappig, hoe José Mourinho deze week een opmerking van Martin Jol na Real Madrid – Ajax nuanceerde. Jol had het over mannen tegen jongens, waarna Mourinho zei dat het jongens tegen jongens was. Want Özil, Khedira en Marcelo, om drie Madrilenen te noemen, dat zijn net zo goed jongens als Anita, De Jong of Van der Wiel. Begin twintigers. Jongemannen.

Wat Jol ook een beetje bedoelde is dat de ene vroege twintiger veel verder is dan de andere, in kwalitatieve, fysieke of mentale zin. Ajax was ontgroend in Bernabeu. Zoveel weerstand als Özil en Khedira al opdeden in de Bundesliga, zo weinig zijn De Jong en Anita werkelijk getest. En misschien zijn de Duitsers van Real ook gewoon betere voetballers. Misschien? Zeker.

Ondanks de afgang van Ajax in Madrid, waar Real 35 schoten had tegen Ajax 8, was het eigenlijk best een leuke en leerzame Europese week, die aftrap van de groepsfase in de Champions League en Europa League. Zo speelden drie Nederlandse clubs gelijk tegen Italianen. Toch opmerkelijk. Hoelang vonden we de Italiaanse competitie niet per definitie beter dan de Nederlandse?

PSV, derde in Nederland vorig seizoen, was veel beter dan Sampdoria, de nummer vier uit de Serie A van de laatste jaargang. Dat bleek alleen niet uit de uitslag, zoals PSV zijn overwicht vorig seizoen niet uitdrukte tegen HSV en te vroeg werd uitgeschakeld. Afellay, die weer forse stappen zet in zijn loopbaan, voetbalde wervelend. Schitterend om te kijken naar die combinatie van snelheid en techniek.

Utrecht (zevende in de reguliere competitie), met snel beter wordende aanvallers als Mertens en Van Wolfswinkel, had kunnen winnen bij Napoli, dat de laatste Serie A als zesde besloot.

Kampioen Twente kreeg terecht lof toegezwaaid voor het gedurfde spel tegen Inter, winnaar van de Italiaanse titel en de Champions League. Natuurlijk is Inter over een seizoen genomen een beter elftal, maar op deze nu al historische dinsdag in Enschede was het gewoon 2-2.

Dan won AZ van het helemaal niet zo zwakke Sheriff en verloor Ajax dus kansloos. Al met al doet Nederland het dit seizoen aardig, ook op de UEFA-coëfficiëntenlijst, die bepaalt hoeveel clubs mogen meedoen in Europa.

Kun je conclusies trekken na één week? Nee. Je kunt wel proberen, voorzichtig, ontwikkelingen te ontwaren. Zo kost het de vaste topclubs in de Champions doorgaans steeds minder moeite om groepsduels te winnen. Arsenal – Braga 6-0, Barcelona – Panathinaikos 5-1, Zilina – Chelsea 1-4. De échte top verwijdert zich door de bank genomen steeds verder van de rest. Een paar clubs uit Engeland en een paar uit Spanje, eentje uit Italië en eentje uit Duitsland, eentje uit Frankrijk misschien, dat is de absolute top van het clubvoetbal.

Daaronder wordt de concurrentie steeds breder en woedt een gevecht om het predicaat beste van de rest. Kijk naar het versnipperde Oost-Europa, dat tal van tegenstanders op de been kan brengen die het menig club moeilijk maken. Overal lopen vrijwel onbekende Brazilianen of Afrikanen die behoorlijk voetballen. In die hele brede subtop is het knokken geblazen. De vorm van de dag en geluk zijn dan vaak bepalend.

Dat vraagt om scherpte, telkens weer. En daarom was het best een fijne week voor Nederland. FC Twente, Utrecht, PSV toch ook wel, ze waren scherp en geconcentreerd, en ze voetbalden nog goed ook. Het gaat helemaal niet zo goed met het Nederlandse clubvoetbal en een Europa Cup zullen `we’ vermoedelijk niet winnen voorlopig, maar het gaat ook weer niet zo heel erg slecht als we soms denken.

Er valt best nog wat te genieten. Gelukkig.

Willem Vissers

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden