Drie jongeheren en een boerenzoon

Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen. Het woord van Wittgenstein lijkt bij uitstek van toepassing op de kabinetsinformatie....

Misschien dat journalisten daarom aan het psychologiseren zijn geslagen over de drie gereformeerde jongeheren die onder leiding van een katholieke Zeeuwse boerenzoon aan een regeerakkoord sleutelen. Die biografische details doen er plotseling toe. Evenals de dynamiek die zich in de afzondering van ‘de hei’ meester zou maken van de gebutste strijders. ’s Avonds een pilsje aan de bar, ‘chemie’ laten ontstaan, pijnpunten wegmasseren.

Het is de taal van de sensitivitytraining. Intussen zeker dertig jaar oud, al jaren gesneden koek in de zachte sector die ons bedrijfsleven in veel opzichten is, en ten lange leste ook doorgedrongen tot politiek Den Haag. Of moet ik de bestuurskamer van de BV Nederland zeggen?

Tot nu toe bleef de politiek grotendeels gevrijwaard van psychobabbel. Politiek ging, benadrukken insiders, altijd over belangen en beleid, was zakelijk, geen arena waarin persoonlijke hoedanigheden een overheersende rol speelden. Plezierige persoonlijke relaties zijn mooi meegenomen, maar niet essentieel. De politiek is ‘objectiever’ dan dat.

Probeer je Drees op ‘de hei’ voor te stellen in vrijetijdskleding, samen met Romme, ook in trui en slobberbroek. Pilsje, de benen op tafel. Mij lukt het niet – zelfs op het strand hield Drees zijn pak aan. Of recenter: Kok, Bolkestein en Van Mierlo, opgesloten in een conferentieoord, de gevoeligheden oefenend om Paars mogelijk te maken. Al even ondenkbaar.

Misschien is het ook allemaal maar toeschrijving, dat gedoe over persoonlijke verhoudingen, en wordt er ook nu nog altijd zakelijk onderhandeld. Wie krijgt wat waarvoor? Daar gaat het in de politiek om, niet of je het goed met elkaar kunt vinden.

Maar mogelijk is er sinds kort werkelijk iets veranderd. We leven tenslotte in een tijd van personalisering van de politiek. Het logische complement daarvan zou heel goed het psychologiseren van de politiek kunnen zijn.

Die personalisering is trouwens helemaal niet zo nieuw. Historicus Henk te Velde heeft er herhaaldelijk op gewezen. Moderne politieke partijen, ontstaan in de tweede helft van de 19de eeuw, zijn van meet af aan belichaamd door de persoon van hun leider. Thorbecke, Kuyper (‘Abraham de Geweldige’), Colijn, Romme, Drees, en recenter Den Uyl, Wiegel, Van Mierlo, Kok, Bolkestein. Allemaal partijleiders die stonden voor beeld en inhoud van hun stroming of partij. Zo’n lijstje suggereert zelfs dat succesvol politiek leiderschap altijd gepersonaliseerd is geweest.

Ook de communicatiewetenschapper Liesbet van Zoonen relativeert, in een bijdrage aan het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2006: De waan van de dag, de nieuwigheid van ‘personenpolitiek’. Zij stelt ook vast dat personalisering kiezers niet van inhoudelijke politieke oordelen afhoudt of de politieke partijen bedreigt. Het valt dus reuze mee met het kwaad dat sombere waarnemers ontwaren in het personaliseren van het politiek bedrijf. Is personalisering niet van vandaag of gisteren, psychologisering is wel betrekkelijk nieuw. Natuurlijk is vaker psychologie van de koude grond losgelaten op politici (Freud zelf bezondigde zich er al aan). In sommige landen is het genre uitgegroeid tot een hele industrie.

Maar serieuze Nederlandse politieke biografen zijn terughoudender. Drees-biograaf en fameus politicoloog Hans Daalder laat het wel uit zijn hoofd om dat glibberige pad te betreden en behandelt Drees als publiek persoon. Journalistieke profielschrijvers en interviewers aarzelen minder om bijvoorbeeld in de jeugd van politici te wroeten en daar motieven en hebbelijkheden uit te peuren.

Een uitzonderlijk exemplaar als Pim Fortuyn, zelf ook niet wars van zielsuitstortingen, lag voor en na zijn dood pontificaal op de nationale divan. Personalisering en psychologisering gingen bij hem hand in hand. Het persoonlijke was politiek, publieke en privépersoon vloeiden samen – zoals voorspeld door de Amerikaanse socioloog David Riesman, die de beginselvaste, ingetogen persoonlijkheid, zeg maar à la Drees, verdrongen zag door een soepel, extravert, op anderen gericht menstype.

Een andere Amerikaanse socioloog, Richard Sennett, signaleert zelfs het compleet verdwijnen van de publieke persoonlijkheid: opgegaan in de ochtendnevel van het nieuwe tijdperk van psychologisering, subjectivisme, theatrale zelfexpressie en vertoon van emotie.

Zulke ontwikkelingen liggen ook hier voor de hand. Ideologieën verliezen aan betekenis en werfkracht, de kerk is gemarginaliseerd, collectiviteiten verkommeren. We leiden een geïndividualiseerd bestaan en vatten onszelf steeds meer in psychologische termen op. We zijn geen katholieken of socialisten meer, maar ‘open’ of ‘impulsief’. Of anders wel ‘bedachtzaam’, ‘temperamentvol’, desnoods ‘neurotisch’. Dat psychologisch zelfbeeld is diep ons publieke bestaan binnengedrongen.

Begin vorige eeuw vereeuwigde de Duitse fotograaf August Sander mensen nog als representanten van hun stand, klasse of beroepsgroep: zelfbewuste, bovenpersoonlijke, publieke typen. Bij een hedendaagse fotografe als Rineke Dijkstra overheerst een naakte, psychologiserende blik.

De drie gereformeerde jongemannen en de katholieke boerenzoon in het Catshuis hebben een Sanderiaans patina. Zij belichamen, al personaliserend, hun partij, maar geven weinig tot niets prijs van hun privéleven. Het zijn, bijna ouderwets, publieke persoonlijkheden. Laten ze vooral een pilsje drinken in de tuinzaal, maar ver blijven van psychobabbel. Politiek gaat over andere zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden