Drie jaar in de brugklas is voor iedereen beter

Middenschool nieuwe stijl

Nederlandse leerlingen krijgen te weinig kans om op te klimmen, concludeert de OESO. Dat komt doordat het onderwijs de kinderen op jonge leeftijd over de hokjes vmbo, havo of vwo verdeelt. Maar het kan ook anders.

Leerlingen van de Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen tijdens de pauze. Kinderen van alle niveaus zitten er de eerste twee jaar bij elkaar. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Joris Ganzeboom (14) baalde ervan dat hij aan het einde van de basisschool een vmbo/t-advies kreeg. Natuurlijk, hij was niet zo sterk in rekenen en had soms moeite om zich te concentreren. Maar er moest toch meer in zitten, als hij zijn best deed?

Nu, drie jaar later, kijkt hij er met een glimlach op terug. Ja, zegt hij, op een andere middelbare school had hij volgend jaar waarschijnlijk vmbo-eindexamen gedaan. Op veel plekken kun je na de brugklas nog moeilijk wisselen van niveau.

Maar op de Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen (SSgN) verging het hem anders. Hier selecteren ze namelijk pas laat. Kinderen van vmbo/t tot vwo zitten de eerste twee jaar bij elkaar in gemengde klassen. Havo- en vwo-kinderen volgen ook in de derde klas nog dezelfde lessen, waarin ze stof krijgen aangeboden op hun eigen niveau.

'Opstroom'

Dat was een van de redenen dat Joris voor deze school koos. En hij profiteerde optimaal van de kansen die dit systeem hem bood. Hij leerde hier hoe hij zijn werk moest plannen, hij kreeg steeds meer zelfvertrouwen, hij knokte zich omhoog. Volgend jaar gaat hij - ondanks dat vmbo-advies - gewoon naar vwo-4.

Joris is niet de enige leerling op deze school die hoger reikt dan je op grond van het basisschooladvies zou verwachten. Conrector Theo Verhoeven (57) toont de statistieken. Kijk, zegt hij terwijl hij wijst naar een kleurig taartdiagram, 18 procent van de leerlingen die hier op school een diploma halen, kwam binnen met een advies dat écht lager was.

Dat zijn dus kinderen met een vmbo-advies die de school verlaten met een havo- of een vwo-diploma. Dat zijn leerlingen die een vwo-diploma halen hoewel ze begonnen met een havo-advies.

De SSgN scoort op dit punt - 'opstroom' in onderwijsjargon - aanzienlijk beter dan het landelijk gemiddelde, dat rond de 10 procent ligt. Qua 'afstroom' doet de school het even-eens goed: minder leerlingen dan gemiddeld halen een diploma dat lager is dan het basisschooladvies. En ook de vwo'ers gedijen goed in het systeem. Verhoeven: 'Wie met vwo-advies binnenkomt, haalt in de meeste gevallen ook een vwo-diploma. En in het vervolgonderwijs doen ze het ook goed, weten we van de universiteiten.'

Moderne variant van de middenschool

Biedt deze scholengemeenschap, die al een aantal jaar het predicaat 'excellent' draagt, daarmee de oplossing voor het probleem van de vroege selectie in het onderwijs? Is dit de manier om laatbloeiers de kans te geven zich nog op te werken?

Misschien wel. Misschien is dit zelfs de moderne variant van de middenschool uit de jaren zeventig, waar kinderen van verschillende niveaus ook veel langer bij elkaar zaten. Er wordt de laatste tijd weer met weemoed over dit schooltype gesproken, bijvoorbeeld door Alexander Rinnooy Kan en de MBO-raad.

Rector Marcel Janssen (56) wil er echter niets van weten. 'Dat zijn beelden uit het verleden', zegt hij. 'We moeten de blik op de toekomst richten en kijken wat goed is voor de leerling van nu en straks.'

In die toekomst zal het Nederlandse onderwijs een oplossing moeten verzinnen voor de problemen die te maken hebben met de vroege selectie. Kinderen worden hier in vergelijking met andere landen wel op erg jonge leeftijd gesorteerd.

Dat hoeft op zich niet problematisch te zijn, stelde de OESO deze week nog in een lijvig rapport over het Nederlandse onderwijs, als er maar een mechanisme is om de onvermijdelijke sorteerfouten te herstellen. Van kinderen van 12 is immers niet altijd goed in te schatten hoe ze zich zullen ontwikkelen, hoe goed de leerkracht van groep 8 een kind ook kent.

Misschien verandert een luie jongen in de tweede klas van de middelbare school in een harde werker. Misschien ontdekt een ongemotiveerd meisje op haar 14de dat ze dokter wil worden, waardoor ze opeens toch graag een vwo-diploma wil halen.

Star systeem

Maar dat mechanisme om sorteerfouten te herstellen hapert in Nederland, aldus de OESO. Het systeem is star, het is niet eenvoudig om over te stappen naar een ander niveau. Sterker nog: de muren tussen de onderwijstypen lijken steeds hoger te worden, nu het aantal gemengde brugklassen afneemt en brede scholengemeenschappen (met zowel vmbo, havo als vwo) schaars worden.

Het is allemaal in het nadeel van de kinderen die fout gesorteerd zijn. En vaak zijn dat kinderen van laagopgeleide ouders.

Wat zijn de gevolgen van de vroege selectie en het starre systeem? Dat wordt zichtbaar in een intrigerende grafiek in het OESO-rapport. Daaruit blijkt - niet verrassend - dat een gemiddelde vwo'er beter scoort op rekenen en lezen dan de gemiddelde havist en dat de havist het gemiddeld weer beter doet dan een vmbo'er. Maar tegelijkertijd toont de grafiek dat goede havisten niet onderdoen voor mindere vwo'ers en goede vmbo'ers even goed rekenen en lezen als mindere havisten.

De conclusie van de OESO: 'Een aanzienlijke hoeveelheid scholieren zit in een onderwijsprogramma dat niet noodzakelijkerwijs past bij hun cognitieve vaardigheden'. Het zou helpen als de muren tussen vmbo, havo en vwo verlaagd werden, stelt de organisatie, zodat leerlingen er makkelijker overheen kunnen springen.

Tekst gaat door onder de afbeelding.

Leerlingen op de Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Financiële prikkels

De OESO adviseert daarom onder meer om de curricula en leerdoelen van de verschillende onderwijstypen meer op elkaar af te stemmen. Nu moet een scholier die in het tweede leerjaar van vmbo-t naar havo wil overstappen flink wat achterstanden inhalen omdat de programma's zo van elkaar verschillen. Ook zou de overheid moeten overwegen brede scholen te stimuleren, stelt de OESO, bijvoorbeeld door financiële prikkels.

Bij de Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen lijken ze die maatregelen niet nodig te hebben. Daar begonnen ze al in de jaren tachtig met verlengde brugklassen. Kinderen krijgen twee jaar de tijd om te ontdekken op welk niveau ze eindexamen gaan doen. 'In die tijd krijgen ze kansen en mogen ze hun hoofd stoten', zegt rector Janssen. 'Dat hoort erbij, vind ik.'

En ja, dat roept ook vragen op, erkent hij. Ouders willen op open dagen vaak weten of dat eigenlijk wel kan, leerlingen van al die verschillende niveaus in één klas. Wordt het niet gauw te moeilijk voor die vmbo'er? Gaat die vwo'er zich niet stierlijk zitten vervelen?

Janssen heeft zijn antwoord klaar. Of ouders dat op de basisschool ook gevraagd hebben, wil hij dan weten. 'Want op de basisschool zitten kinderen die later naar het praktijkonderwijs zullen gaan in de klas met toekomstige gymnasiasten. De leraar biedt de lesstof daarom op verschillende niveaus aan.' Dat doen ze op de SSgN dus ook.

Werkwoordstijden

Wie een willekeurige les binnenloopt, kan zien hoe dat werkt. Zo geeft Matthijs van Damme (27) een les Engels aan een tweede klas met circa dertig leerlingen. Hij legt werkwoordstijden uit, op het bord staat: 'I was working'. 'Nu wil ik dat jullie de opdrachten vijf tot acht maken', zegt hij als zijn uitleg voorbij is in het Engels.

Alle leerlingen gaan aan de slag, ongeacht hun niveau. Dit is immers stof die kinderen van vmbo tot vwo moeten kennen. Na vijf minuten bespreekt Van Damme de opgaven klassikaal. Daarna is het tijd om te differentiëren.

'Nu gaan de A- en B-leerlingen verder met opdracht 23 uit het boek', zegt Van Damme. 'En ik wil dat de C-leerlingen iets bedenken wat ze in de meivakantie hebben meegemaakt. Daarover schrijven ze een tekst van minstens driehonderd woorden. En denk daarbij om de werkwoordstijden.' Een paar kinderen in de klas zuchten. Dan vraagt iemand: 'Dat is alleen voor het C-niveau, toch?'

Leerling met haar lesmateriaal op de Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Omdat het onderwijs in de eerste en tweede klas al in elke les op verschillende niveaus wordt aangeboden, is het op de SSgN eenvoudig om leerlingen een treetje te laten klimmen. Wie dus bij een vak goede cijfers haalt op A-niveau (vmbo-t), mag met toestemming van de docent proberen of hij het ook op B-niveau (havo) kan volgen. Wie op B-niveau goed scoort, klimt naar C (vwo).

Veel leerlingen van de SSgN maken gebruik van de mogelijkheid om vakken op verschillende niveaus te doen, zegt conrector Verhoeven. 'Haast iedereen die met een havo-advies binnenkomt, volgt in de eerste klas wel een vak op vmbo-niveau en een vak op vwo-niveau. In de tweede klas zijn er flink wat havo-leerlingen die de helft van de vakken op vwo-niveau volgen.'

Snelle groei

Zo krijgen de leerlingen de tijd om te ontdekken wat ze aankunnen. Pas halverwege de tweede klas begint het voorsorteren. Dan moet de leerling bedenken in welke richting hij eindexamen zal doen. Wordt het toch vwo? En welke vakken moet hij dan nog optrekken van B- naar C-niveau?

De schoolloopbaan van Joris Ganzeboom illustreert mooi wat er mogelijk is op de Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen. Hij begon met zijn vmbo-advies aanvankelijk bij alle vakken op A-niveau. Dat verging hem zo goed, dat hij na het eerste rapport besloot zijn beste vakken - de talen - voortaan op B-niveau te doen. Toen ook dat een succes bleek, stimuleerden zijn mentoren hem om ook zijn zwakkere vakken op B-niveau te doen, zodat hij naar de havo zou kunnen.

Het tweede jaar begon Joris daarom met alle vakken op B-niveau. Maar al snel kwam de gedachte: misschien zit het vwo er ook wel in. Hij overlegde met de mentoren, zijn ouders geloofden dat hij het kon. En dus besloot hij het te proberen. Eerst weer alleen de talen en vakken als geschiedenis en aardrijkskunde, later volgde de rest. 'Het pakte goed uit', zegt hij. 'Ik heb een hele snelle groei doorgemaakt. En ik heb er alles uitgehaald wat erin zat.'

Meerjarige brugklassen

Ex-middenschool in Bijlmer heeft ze ook

De Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen is niet de enige school met twee- tot meerjarige brugklassen, al is niet bekend hoe veel het er zijn, aldus het ministerie van Onderwijs. Een van de andere scholen is de Openbare Scholengemeenschap Bijlmer, ooit een van de drie eerste experimentele middenscholen. Daar zitten kinderen vanaf vmbo/basis tot vwo de eerste twee jaar bij elkaar. Wel geven ze in het tweede jaar bepaalde vakken, waaronder de talen, in niveaugroepen. Zo hoopt de school te voorkomen dat bijvoorbeeld een gesprek in het Frans tussen een vmbo'er en een vwo'er voor beiden frustrerend wordt. Obstakels om een scholengemeenschap op deze manier te organiseren zijn er nauwelijks, aldus een woordvoerder van het ministerie. 'Scholen hebben veel ruimte om het onderwijs vorm te geven zoals zij het goed vinden. Als ze maar zorgen dat de leerlingen aan het einde van de onderbouw voldoen aan de vastgestelde kerndoelen.'

De middenschool

En waarom die het niet haalde

Selecteren we leerlingen te vroeg? Hebben kinderen uit zwakke milieus minder kansen in het onderwijs? Ook aan het begin van de jaren zeventig maakte men zich al druk over die vragen. PvdA-minister Jos van Kemenade (Onderwijs) hakte de knoop door: er moest een middenschool komen. Vanaf 1976 begonnen drie scholen te experimenteren. Er was geen opdeling in mavo, havo en vwo. Iedereen werkte in zijn eigen tempo en op zijn eigen niveau. Een eindexamen had de middenschool niet. Leerlingen ontvingen op hun 15de of 16de een diploma met een eindprofiel, dat vermeldde wat ze hadden geleerd. Toch kwam de middenschool nooit verder dan de experimentele fase. Dat lijkt vooral te wijten aan de geur van sociaal-democratie die eromheen hing. Van Kemenade stak niet onder stoelen of banken dat hij met de middenschool het 'standenonderwijs' wilde doorbreken. De VVD vreesde dat kinderen 'geïndoctrineerd' zouden worden op de middenscholen. Ook waren de liberalen bang dat talentvolle kinderen niet gebaat zouden zijn bij gemengde klassen. Vanaf het begin van de jaren tachtig, toen CDA en VVD regeerden, bloedden de plannen voor de middenscholen dan ook dood.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.