interviews

Drie docenten over die ene leerling in coronatijd: ‘En toen bleek Diego dus spoorloos’

Nu na de basisscholen ook de middelbare scholen maandag weer volledig open mogen, vroegen we drie docenten naar die ene leerling die in de coronatijd zo veel indruk maakte dat ze anders naar hun vak zijn gaan kijken.

Céline Rensen: ‘Ik werd boos. Hoe kon Louise er zo bij zitten?’ Beeld Linelle Deunk
Céline Rensen: ‘Ik werd boos. Hoe kon Louise er zo bij zitten?’Beeld Linelle Deunk

Rollende ogen

Céline Rensen (38), docent bedrijfseconomie bij het St. Bonifatiuscollege in Utrecht

‘Nooit écht boos worden op een leerling. Dat adviseerde mijn vader me ooit, mijn vader die zelf ook voor de klas stond. En hij had gelijk, want als je boos wordt, maak je gebruik van je machtspositie om je punt te maken. Dan heb je eigenlijk al verloren.

‘Toch overkwam het me een paar maanden geleden. Het was de eerste maandag na de herfstvakantie, het zevende uur. Ik zag de leerlingen van havo-5 voor het eerst sinds ze hun eerste schoolexamens hadden gemaakt. Die had ik in de vakantie nagekeken en de meesten stonden er niet goed voor. Het was duidelijk dat de lockdown van vorig schooljaar zijn sporen had nagelaten.

‘Maar er was hoop. Ik zou ze vanaf dat moment een stoomcursus bedrijfseconomie geven en dan zou het allemaal goed komen. Ze hadden immers nog twee periodes voor de boeg.

‘Het begon goed. Iedereen was stil tijdens mijn uitleg. Maar toen wilde ik controleren of ze de nieuwe stof begrepen hadden. Ik stelde drie leerlingen dezelfde vraag. Geen van hen wist het antwoord. Terwijl ze dat zo konden aflezen van het bord.

‘Nog een vraag. Voor Louise, een sociaal en gevoelig meisje, dat altijd precies in de gaten heeft wat er speelt in de groep. Ze rolde met haar ogen. Of misschien zat ze te zuchten. In ieder geval had zo’n houding van: waarom vraag je dit aan mij?

‘Ik werd boos. Hoe kon ze er zo bij zitten? Het was toch duidelijk dat ze aan de bak moesten? Dit was hun examenjaar. Misschien zou er nog een nieuwe lockdown volgen. Ik gaf Louise de volle laag. Als het zo moest, zei ik, kon ze beter vertrekken. En ze vertrok.

‘Die avond vertelde ik thuis over het voorval. De tranen liepen over mijn wangen. En al snel begreep ik dat onze aanpak niet goed was. We hielden als docenten te weinig rekening met de bijzondere omstandigheden. Dit was zo’n ander jaar dan andere jaren.

‘Normaal komen ze uit 4-havo, waar veel van hen flink hebben geploeterd. Een moeizaam begin. En vervolgens een laatste periode waar ze de boel redden. Dan komen ze in het examenjaar met het gevoel dat ze dat verdiend hebben. Nu was dat niet zo. We gaven leerlingen het voordeel van de twijfel, sommigen gingen over waar ze misschien hadden moeten blijven zitten. Dat verandert de sfeer in een groep.

‘En dan gingen de examenklassen bij ons ook altijd op reis. Naar Londen, naar Rome. Ook dat is belangrijk voor de groepsvorming. Maar dit jaar ging het niet door. Daardoor bleven het allemaal losse individuen, die na een paar maanden thuisonderwijs met hun ziel onder de arm liepen. En dan wilden wij dat ze op school goed met de les meededen?

‘Nee, dat ging niet. We moesten eerst stilstaan bij de situatie, erkennen dat het moeilijk voor ze was, ze het vertrouwen geven dat ze het heus konden. Ik bedacht een plan, stapte naar de schoolleiding. Regel maar, zei de rector. En dat deed ik. We lieten alle leerlingen op school komen en schotelden ze inspirerende workshops voor. Er waren motiverende sprekers over motivatie, succes en geluk, we serveerden taart en deelden mondkapjes uit met daarop de tekst ‘Class of 2021’.

‘Dat werkte. Die ochtend gaf de leerlingen het gevoel dat ze ertoe deden, er ontstond een groepsgevoel, iets wat normaal door de eindexamenreis ontstaat. Natuurlijk, die ene ochtend was niet voldoende, maar het was een beginpunt om met ze in gesprek te gaan. Hoe ging het met ze? Wat hadden ze nodig?

‘Daar kwamen mooie initiatieven uit voort. Zo gingen examenkandidaten in voorgaande jaren vaak naar de universiteitsbibliotheek in het centrum van Utrecht, waar ze leerden voor hun examens en samen koffie dronken. Nu was de bibliotheek dicht. Daarom hebben we de mediatheek voor ze opengesteld. En die koffie mochten ze dan in de lerarenkamer komen halen.

‘Ook vroegen de leerlingen op een gegeven moment waarom ze geen examentrui hadden. Tja, die was altijd verbonden aan de eindexamenreizen. Daar moesten we dus ook iets op verzinnen. Ik heb ze die trui dus bij mijn vak bedrijfseconomie laten ontwerpen en verkopen. Laatst zijn er tweehonderd truien geleverd. Prachtig, toch?

‘Met Louise gaat het trouwens prima. Ik weet zeker dat ze haar examen gaat halen, zonder herkansingen en zonder dat ze een vak hoeft weg te strepen, wat dit jaar bij uitzondering mag. Ze heeft vertrouwen. En ze wil laten zien wat ze waard is. Het vuur is terug.’

‘En toen bleek Diego spoorloos. Het adres waar hij zou zijn, bleek van een friettent.’ Beeld Linelle Deunk
‘En toen bleek Diego spoorloos. Het adres waar hij zou zijn, bleek van een friettent.’Beeld Linelle Deunk

Friettent

Een basisschooldocent (64) uit Noord-Brabant, die anoniem wil blijven om de privacy van de leerling te beschermen

‘We waren er druk mee, het was chaotisch, hectisch. De scholen waren vanwege corona net voor de eerste keer gesloten en we probeerden met het hele team het afstandsonderwijs op de rails te krijgen. We maakten pakketjes met spullen: boeken, schriften, werkbladen. En die kwamen de leerlingen in de loop van die eerste week van de lockdown bij ons ophalen. Eén pakketje bleef achter. Dat van Diego.

‘Diego zat dat jaar voor het eerst bij ons op school – in groep 5. Een vrolijke jongen, hij maakte snel contact, had meteen vriendjes. Met leren had hij het lastig. Het kwam hem niet aanwaaien. En hij had de neiging te zeggen dat het werk te moeilijk voor hem was. Diego was onzeker.

‘Dat juist zijn pakketje bleef liggen, kwam voor ons niet als een verrassing. We maakten ons al zorgen over hem. Een paar weken eerder was zijn moeder na schooltijd mijn klas binnengelopen. Ze had warrige verhalen verkondigd. Dat ze thuis de lambrisering van de muur had getrokken. Dat er draden door de tuin liepen waarmee ze in de gaten gehouden werd. Ik maakte me zorgen om haar, en om Diego. Ze waren thuis maar met z’n tweeën.

‘Omdat ze eerder ook al in verwarde toestand bij collega’s en bij de directie was binnengewandeld, waarschuwde de school de gemeente. Daar hebben ze een team dat in zulke gevallen kan ingrijpen bij gezinnen. Vlak daarna gingen de scholen dicht.

‘En toen bleek Diego dus spoorloos. We konden zijn moeder niet bereiken. Ik was bezorgd. Hoe was het met hem? En met zijn moeder? Pas na twee weken kreeg de intern begeleider contact met een tante, die vertelde dat Diego bij zijn opa verbleef, in een grote stad 100 kilometer verderop. Zijn moeder was opgenomen.

‘Ik probeerde via die tante met Diego in contact te komen, want ik wilde dat hij de lessen zou volgen. Tante reageerde niet. Ik bleef het proberen. Na een paar dagen volgde toch een antwoord. Het ging goed met Diego, schreef ze. Hij zat bij opa. En nee, die beschikte niet over een laptop. Wel had hij een telefoon.

‘Wat moesten we? We wilden dat hij met de onlinelessen mee zou doen. Maar was dat haalbaar? Moesten we een laptop bezorgen? We hadden geen idee. In ieder geval moesten we boeken en schriften bij hem zien te krijgen. Ik besloot ze mee te geven aan mijn dochter, die bij me op bezoek was en toevallig in dezelfde stad woont als opa. Omdat ik dacht dat Diego zich wel eenzaam zou voelen, deed ik er ook wat foto’s van klasgenoten bij.

‘Het opgegeven adres bleek niet van opa te zijn, hoorde ik al gauw van mijn dochter. Ze stonden voor een friettent, waaruit opa tevoorschijn kwam. Nadat hij een foto van Diego liet zien, hebben ze hem die spullen gegeven.

‘Niet lang daarna sprak ik Diego voor het eerst zelf. Hij vond het wel raar om zijn juf aan de telefoon te hebben. In de klas was hij altijd heel spraakzaam, nu antwoordde hij alleen met ja of nee. Later heb ik ook opa geregeld gesproken. Ik probeerde ze uit te leggen welk schoolwerk Diego kon doen.

‘Of dat goed ging? Ik betwijfel het. Hij heeft nooit de lessen via Teams gevolgd. En hij leverde geen werk in, zoals de andere kinderen uit de klas. Ook kon opa niets met de antwoordbladen die we andere ouders stuurden. Diego zal een flinke achterstand hebben opgelopen.

‘Dat vind ik heel erg voor hem, maar ik neem het mezelf niet kwalijk. Deze geschiedenis heeft me doen inzien dat er omstandigheden zijn waarin het niet lukt alle leerlingen erbij te houden. Soms ontglipt er eentje, zelfs als je enorm je best doet. Daar moet je dan in berusten, het is niet anders.

‘Diego kwam nooit meer terug bij ons. Na de lockdown hebben ze hem aangemeld bij een school in de stad van zijn opa. We hebben zijn dossier doorgestuurd, maar geen afscheid kunnen nemen. Ik hoop maar dat het goed met hem gaat.’

Diego heet in werkelijkheid anders.

Ahmet Dikbaş: ‘In het hoofd van Dilan was het een achtbaan, maar toen kwam corona.’ Beeld Linelle Deunk
Ahmet Dikbaş: ‘In het hoofd van Dilan was het een achtbaan, maar toen kwam corona.’Beeld Linelle Deunk

Uit de achtbaan

Ahmet Dikbaş, docent maatschappijleer bij Albeda in Rotterdam

‘Als ze al aanwezig was, en dat was meestal niet het geval, dan zat alleen haar lichaam in de klas. Haar geest was ergens anders. Ze lette nooit op. Stelde je haar een vraag, dan kwam er geen antwoord. ‘Ik weet het niet’, mompelde ze dan.

‘Dilan was aardig, netjes, beleefd. Maar het zag er niet goed uit voor haar. Er was sprake van meervoudige problematiek, zoals we dat noemen. Haar thuissituatie was niet optimaal, ze had last van woedeaanvallen en daarbovenop een aantal diagnoses uit DSM-5, het handboek van psychiatrische stoornissen.

‘Omdat ze zelden in de lessen verscheen, vrijwel nooit haar huiswerk maakte en nooit kwam opdagen bij toetsen, hadden we al een verbeterplan met haar gemaakt. Daarin spraken we af dat ze op tijd zou komen en zou meedoen met de lessen. Dat ging een tijdje goed, maar daarna viel ze terug. Als het zo doorging, zou ze haar mbo-opleiding zorg en welzijn niet mogen voortzetten.

‘En toen kwam corona. Het afstandsonderwijs begon rommelig bij ons. De meeste docenten hadden er nauwelijks ervaring mee, we moesten alles opnieuw uitvinden. We wisten dat het voor studenten als Dilan ook lastig zou worden. Zou ze het aankunnen? Zou ze zich kunnen motiveren voor de onlinelessen? We vreesden het ergste, zeker toen we haar die eerste dagen niet te pakken kregen.

‘Na een maand hadden we het afstandsonderwijs op de rails. We gingen met een weekplanning werken – een overzicht van alle vakken, het huiswerk en de bijbehorende deadlines. Voor Dilan bleek dit wonderbaarlijk goed te werken. Ze verscheen in de lessen. En omdat de studenten bij mij in de les verplicht de camera moesten aanzetten, kon ik zien dat ze meedeed. Ook zag ik tot mijn verbazing dat ze telkens haar opdrachten inleverde, zonder dat wij haar achter de broek hoefden te zitten. Haar werk was niet altijd meteen goed, maar ze liet zien dat ze haar studie serieus nam.

‘Tijdens een mentorgesprek complimenteerde ik haar. En ik vroeg hoe het kwam dat het nu zo goed ging. Ze kon nu zelf haar tijd indelen, zei ze. Dat werkte uitstekend voor haar. Keek ze eerst tien minuten naar een serie op Netflix en daarna zette ze zich aan haar huiswerk. Die vrijheid vond ze heerlijk.

‘Wat ook hielp: ze kreeg niet zo veel prikkels. Op school, tussen al haar medestudenten en met die steeds veranderende roosters, kon ze zich moeilijk concentreren. Het was een achtbaan in haar hoofd, zei ze. Dat ging thuis beter. Ze had alleen haar laptop en haar boeken nodig. Ze kon daar rustig werken, met haar oortjes in. Het ziet ernaar uit dat ze binnenkort haar diploma op het niveau mbo-2 haalt.

‘Dit heeft me aan het denken gezet. Natuurlijk is de coronatijd voor de meeste studenten lastig geweest. Zij hebben baat bij fysieke lessen, ze missen het contact met medestudenten. Wij zagen studenten van de radar verdwijnen. Ik weet dat sommigen tijdens de onlinelessen een bijbaantje hadden. Dan kwamen ze alleen even inloggen, zodat we ze niet absent zouden melden. Maar er waren ook jongeren als Dilan, die juist floreerden door het afstandsonderwijs. Dat inzicht heeft corona ons gebracht.

‘De vraag is nu wat we met die kennis doen. Straks is iedereen weer gevaccineerd en mogen alle studenten weer komen. Zelf vind ik dat heerlijk. In mijn lessen burgerschap draait het om persoonlijke gesprekken. Online is dat een drama. Ik mis de interactie, en ik wil weer met studenten de stad in.

‘Maar voor Dilan wordt dat wennen. Stel dat ze door wil met een opleiding op niveau 3 of 4. Moet ze dan na de zomer weer vier of vijf dagen naar school? Ik vermoed dat ze dat niet trekt. Ik hoop daarom dat we in de toekomst meer maatwerk kunnen bieden. Dat we voor studenten als Dilan een programma kunnen opzetten dat ze gedeeltelijk vanuit huis kunnen volgen. We moeten zulke jongeren, die niet zes of zeven uur in een klaslokaal kunnen zitten, een alternatief bieden. Doen we dat niet, dan houden we de kansenongelijkheid in stand.’

Dilan heet in werkelijkheid anders.

Die ene leerling: elke maandag in de krant

De Volkskrant publiceert elke maandag in katern V een verhaal over die ene leerling door wie een docent anders naar zijn of haar vak is gaan kijken. Alle afleveringen zijn hier te vinden. Zelf zo’n verhaal? Mail een samenvatting naar r.kuiper@volkskrant.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden