Dribbelende oudjes

Het ouder wordende lichaam krijgt steeds meer aandacht in dans en bewegingskunst. Uit interesse naar de interactie tussen een oud en een jong lichaam....

Zelfs het televisieprogramma Netwerk besteedde er aandacht aan. Terwijl zo’n actualiteitenrubriek niet snel een dansvoorstelling tot onderwerp kiest. Laat staan de auditie voor een dansvoorstelling. Maar nu het Arnhemse gezelschap Introdans 65 dames van boven de 70 jaar liet strijden voor zes vacatures (‘Vitale dames gezocht’) in de choreografie Jong geleerd, oud gedanst waren de camera’s daarbij. Die zoemden vooral in op verhitte gezichten en breekbare ledematen die vol overgave in een (iets te hoge) lift werden gegooid. De val van een van de dames kwam in beeld, evenals een voormalig balletdanseres van 70 jaar die opzichtig haar been stond te rekken aan een barre.

Volgens choreograaf Adriaan Luteijn waren de televisiemakers vooral op zoek naar kekke beelden van krasse dametjes die zich lieten (ver)leiden door vier jonge mannelijke dansers van Introdans. Om de artistieke inhoud van zijn project ging het ze niet, zei hij vorig jaar tijdens een bijeenkomst over dans en senioren, georganiseerd door het Landelijk Centrum voor Amateurdans.

Luteijn onderzocht in zijn choreografie de interactie tussen een oud en een jong lichaam. Hoe voelt het om als tachtigjarige een innig duet te dansen met een gespierde danser? Hoe reageren professionals bij het opvangen van breekbare botten? De vrouwen bleken ongegeneerd te flirten, als in een tweede puberteit. Het partnerdansen werkte voor hen erotiserend, het contact kreeg ondanks het leeftijdsverschil een seksuele connotatie. Bij de vier betrokken jongens van Introdans riep het project juist herinneringen op aan de relatie met hun (groot)moeder. Tegenover de jachtlust van de bronstige bejaarden, straalden de jonge dansers eerder vertedering uit. (Ter bevordering van de onderlinge competitie liet Luteijn in de voorstelling zés vrouwen strijden om vier jongens, zodat er altijd twee overschoten.)

Luteijns project uit 2004 staat niet op zichzelf. De laatste tijd wordt de een na de andere voorstelling gemaakt met oudere dansers en bewegingskunstenaars in de hoofdrol. Pina Bausch toonde in het Holland Festival 2004 een herneming van haar beroemde relatiestuk Kontakthof uit 1978, nu niet gedanst door twintigers maar door een sterk verouderde cast: gepensioneerde amateurs van 65 jaar en ouder. In deze Kontakthof proberen mensen met stramme benen en trage gedachten toch rondjes te rennen met de ander op hun rug. Ze smijten met stoelen, zingen een liedje over eenzaamheid of grijnzen hun tanden bloot. Vijfentwintig dilettanten die maar moeilijk willen berusten in het venijn van de ouderdom en de teloorgang van de jeugdige onschuld.

De jonge mimemaakster Sanne van Rijn (ZT Hollandia) verplaatste Het Zwanenmeer naar een verzorgingstehuis: tien hoogbejaarde bewoners drentelen en schuifelen over de vloer in patronen afkomstig uit de beroemde choreografie voor het corps de ballet van lieftallige zwaantjes. Een oude prins knielt bij een gerimpeld prinsesjes in een rolstoel, een ander verbeeldt een stervende zwaan door in een stoel haar niet verlamde lichaamshelft opzij te laten zakken en weer een ander tikt het ritme van de bekende balletmuziek mee op haar rollator.

Komend najaar toont de ervaren mimemaakster Karina Holla in de voorstelling Falten het resultaat van haar onderzoek naar ‘de schoonheid, zeggingskracht en kwetsbaarheid van het ouder wordende lichaam’. Drie hardcore mimers, Frits Vogels, Wim Meuwissen en Ide van Heiningen, gooien hun vlezige bovenarmen, hun verzakte buikspieren, hun grijze en kale hoofden en hun dunner wordende benen in de strijd om de jonge energieke Andrea Beugger te vangen in hun web van mannelijke aanwezigheid. Of wat daarvan nog rest.

Het diepgewortelde verdringingsmechanisme dat in ieder van ons huist – oud zijn altijd de anderen, niet wijzelf – hebben deze drie mannen volstrekt laten varen. Ze etaleren de minst flatteuze eigenschappen van hun gerimpelde lichaam. En achter die huidplooien vermoed je op z’n minst een getormenteerd leven.

Dat is het fraaie van het op toneel laten zien van de naakte intimiteit van de ouderdom: het lijf toont zich als een getuigschrift van iemands persoonlijke geschiedenis. Of zoals Pina Bausch ooit zei: de manier waarop iemand loopt of zijn nek draagt, vertelt van alles over de dingen die hem zijn overkomen. Hoe iemand beweegt, verraadt wat iemand beweegt.

Daarin zit ook het grote verschil tussen oudere acteurs die in een theatervoorstelling een rol spelen en oudere dansers of mimers die op het podium zichzelf zijn. Bij toneel denk je sneller aan familierelaties – opa, vader, grootmoeder – bij dans vooral aan fysieke relaties.

Het is dan ook niet vreemd dat bijna iedere choreograaf of mimemaker die het oudere lichaam dansant inzet, de neiging heeft daar een jong lijf tegenover te zetten. Zoals bij Jong geleerd, oud gedanst van Luteijn, bij Holla’s Falten maar ook bij Grond van Boukje Schweigman, een van de jongste mimetalenten, en bij Excessive Second Body Smile, het debuut van André Gingras afgelopen seizoen bij Het Nederlands Dans Theater. Tegenover de uitgelaten energie van de jonge honden van NDT I plaatste hij de geestelijke rijping van de ruim zestigjarige danser Egon Madsen. En Schweigman ging in een laag omwoelde turf op zoek naar de lichamelijke lotsverbondenheid tussen haar en dansicoon Jaap Flier. Zij geboren in 1974, hij in 1934.

Het (fysieke) contrast tussen jeugd en ouderdom bewerkstelligt in een dansvoorstelling sneller een emotioneel effect omdat het refereert aan grote thema’s als dood en liefde. Het toont het verschil tussen vitaliteit en vergankelijkheid, tussen sensualiteit en versterving, onbezonnenheid en berusting, strakke perfectie en gerimpelde imperfectie.

Feit is dat oudere mensen gemakkelijker naar hun eigen eind durven te kijken, terwijl de dood voor jonge mensen nog vooral iets is dat bij anderen hoort. Dat maakt de lichamelijke aanwezigheid van een oudere danser op het toneel authentieker: zie hier mijn fysieke aftakeling, dit ben ik, voor zolang het nog duurt. Daar komt bij dat bewegers op leeftijd, zeker amateurs, meestal nog maar één ding tegelijk kunnen en dat maakt de choreografie die ze uitvoeren heel zuiver.

Toch zit er in de emotioneel geladen aanwezigheid van een ouder lichaam op het podium ook een valkuil. Het kan leiden tot gemakzuchtig sentimentalisme. Trouw-critica Eva van Schaik keerde zich daarom vorig jaar fel tegen dit gedans met ‘kwieke en kwakkelende ouderen die zich met hun verveling geen raad weten’. Van Schaik noemt het ‘bejaardendressuur’ en ‘aapjes kijken’: kijk nou toch hoe aandoenlijk die oudjes nog dribbelen op aangepast tempo, als betoverende zwanen of ten dode gedoemde prinsen. Daarmee verwees ze naar bovengenoemde voorstellingen: Kontakthof, Het Zwanenmeer en Jong geleerd, oud gedanst. Deze producties leunen volgens haar te veel op het feit dat artiesten net als ieder mens gewoon oud worden. Daar is niks speciaals aan. Ze verbaast zich over de jongeren onder de toeschouwers die razend enthousiast reageerden, zij vonden de ouden van dagen in Kontakthof juist sexy en leerden bij Het Zwanenmeer en Jong geleerd, oud gedanst iets over hun (groot)ouders dat ze misschien nog niet wisten, namelijk dat wie gebutst is door het leven toch voor vol kan worden aangezien.

Waar Van Schaik wel enthousiast over is, zijn dansers die de gangbare leeftijdsdiscriminatie in de balletsector – bij 39 jaar eindigt een danscontract – aan hun laars lappen en op het podium laten zien dat ze oud willen worden in hun beroep dat werkt als levenselixer. Dit zijn professionals zoals Sabine Kupferberg, Gérard Lemaitre, Giaconda Barbutto en Gary Chryst van het Nederlands Dans Theater III (de afdeling voor dansers boven de 40 jaar) die in professioneel gemaakte choreografieën door collega’s als Hans van Manen, Shusaku Takeuchi en Mats Ek laten zien dat dans door oudere dansers theatraal en bewegingstechnisch van een hoog niveau kan zijn. Maar ook danskunstenaars als (wijlen) Hans Snoek, Toer van Schayk, Ton Lutgerink en Karin Schnabel toonden in Itzik Galili’s Through Nana’s Eyes (1998) aan dat dans niet meer per definitie het terrein is waar de jeugd het voor het zeggen heeft.

Zij hebben een belangrijk voordeel boven ongetrainde seniordansers: ze kunnen de fysieke eisen van een voorstelling ook op hoge leeftijd nog goed aan. De amateurs uit Kontakthof hadden allemaal een middagslaapje nodig voorafgaand aan de voorstelling, anders hielden ze het niet vol. De vrouwen uit Jong geleerd, oud gedanst tekenden met Introdans een risicocontract waarin ze het gezelschap niet verantwoordelijk achten voor ouderdomseffecten. Een verslechterend geheugen helpt niet bij het instuderen van passen, de spiermassa van een tachtigjarige is sowieso nog maar 60 procent van die van een dertigjarige, om nog maar te zwijgen over versleten knieën en de achteruitgang van het gehoor.

Dat laatste wordt overigens creatief opgelost: een choreografe uit het amateurdanscircuit liet een tachtigjarige die nog graag eens wilde tappen gewoon een solo dansen zonder muziek, zodat ze nooit hoorbaar uit het ritme zou dansen.

Elke samenleving krijgt Het Zwanenmeer dat ze verdient, schreef Selma Jeanne Cohen dertig jaar geleden. Anno 2005 is dat dus een ballet van ouden van dagen. Natuurlijk, omdat onze samenleving vergrijst en ‘oud’ in is, getuige de vele senioren in reclamecampagnes en mediaprogramma’s. Maar ook omdat we in onze maatschappij, waarin een strak getrokken lichaam bijna overal als bereikbaar én gelukzalig wordt gepropageerd, juist behoefte hebben aan de metafysische schoonheid van dansende ouderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden