Drenthe

Het hunebed: eerste venster in de nieuwe canon. Een kans voor open doel; op naar Drenthe. Daar liggen er een stuk of zestig....

Waarschijnlijk wel.

Maar vergeten.

Vanuit het westen van Nederland gerekend zijn de hunebedden bij de Havelterberg, in de zuidwesthoek van Drenthe, iets voorbij Meppel, het dichtstbij. De meeste andere liggen in de buurt van Emmen, en ten noorden daarvan – dan moet je echt de rimboe in. Het is mooi daar, dat staat buiten kijf, maar mooi is het ook bij Havelte en een hunebed is een hunebed: een grafheuvel van keien.

Goed.

Iets ten noorden van Meppel raakte ik de weg kwijt. Helemaal niet erg, want de zon scheen, sterker: het was een schitterende dag. Zo kwam ik in Nijeveen, Kolderveense Bovenboer, De Klosse en Nijeveense Bovenboer. Schitterende nederzettingen, ik kan niet anders zeggen. En overal handel langs de weg: pompoenen, verse eieren, handgemaakte bezems, uien, winterpenen.

Van Nijeveen nam ik een smal weggetje richting Havelterberg en dat voerde langs het gehucht Veendijk. Zo’n beetje het eerste huis daar heette Spoorzicht, en verdomd als het niet waar was: het spoor liep er zo’n beetje door de tuin. Een intercity naar Leeuwarden daverde voorbij, de was op het erf flapperde boos op.

Iets buiten Veendijk trof ik in een bocht onder een paar eikenbomen een picknickbank aan. Er stond een gedenksteen naast, type hunebed-kei, waaraan een glimmend bordje was bevestigd. Ik stapte uit en kon het volgende noteren: ‘Dit rustpunt is geplaatst ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen, afdeling Veendijk.’

Ik nam plaats aan de picknicktafel en wachtte tot er een eikel op mijn hoofd was gevallen. Dat duurde niet lang. Daarna viel er een naast mij op de weg, en hij spatte open. Dat gaf een mooi, klein geluidje. Om mij heen waren weilanden, er liepen koeien in rond. Aan de horizon lag een snelweg. Ik moest voortmaken, anders kwam ik te laat voor de hunebedden – aan de andere kant: die lagen er al duizenden jaren en zouden er volgende week ook nog wel liggen. Het was gewoon te goed op dit rustpunt van de plattelandsvrouwen. Er passeerde een autootje van de posterijen, gevolgd door een busje van een zorginstelling. Ergens hinnikte een paard.

Op naar de hunebedden.

Twintig minuten later stond ik dan oog in oog met de D53, een achttien meter lang gevaarte van reusachtige keien waar kort voor ik arriveerde een buslading kinderen op los was gelaten. Ik dacht aan Van Giffen, de man die in 1918 dit hunebed (en alle andere) in kaart had gebracht en had onderzocht. In zijn tijd waren er geen blonde kinderen in rode jasjes. Er waren niet eens bomen in Drenthe: alle zestig hunebedden die Van Giffen onderzocht en ook fotografeerde, bevonden zich in een ruw, kaal, onherbergzaam en schraal land van zand en heide, onvergelijkbaar met hoe Drenthe nu is.

Ik draaide me om naar hunebed D54, aan de overkant van het fietspad. Daar genoot een ouder echtpaar van boterhammen uit een plastic trommel. Hun fietsen stonden keurig op de standaard, iets verderop. Het leek me dat de vrouw van het stel best wel eens deel zou kunnen hebben uitgemaakt van de afdeling Veendijk van de Nederlandse Plattelandsvrouwen, maar ik durfde het niet te vragen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden