Dreigen, flirten en dwarsliggen

Achter de deadlines, rapportages en resoluties in de Veiligheidsraad gaan simpele principes schuil. Een primatoloog, een polemoloog en een speltheoreticus over de dreigende oorlog en de strijd in New York....

De primatoloog

Ook chimpansees voeren oorlog, daarover geen misverstand, zegt emeritus-hoogleraar prof. dr. Jan van Hooff, apendeskundige. 'Sterker, juist hun mannenbroederschappen die ook ons mensen toch zo bekend voorkomt, zouden wel eens de belangrijkste voorwaarde voor hun hang naar stammenkrijg kunnen zijn. Wat dat betreft hebben mijn collega-primatologen soms iets te veel de neiging om de zaak mooier voor te stellen dan ze is.'

Een bioloog blijft een bioloog. En dus kan oud-hoogleraar Van Hooff, de man achter baanbrekende gedragsstudies in de chimpansee-kolonie in Burgers Dierenpark, uitermate geboeid voor zijn televisie zitten en kijken naar de schermutselingen in en rond de Veiligheidsraad. Naar het dreigen, het imponeren, de coalitievorming, het geflirt.

Veel ervan lijkt sprekend op wat je in groepen chimpansees ziet gebeuren. 'Het spel van samenwerken en confrontatie in New York komt me geregeld buitengewoon bekend voor.'

Dat wil zeggen: een machtige leider (Amerika) die de andere leden van de groep moet meekrijgen in wat hij wil door coalities te vormen en gunsten te verlenen. En individuen in de groep die voortdurend nagaan in hoeverre hun opstelling ze voordeel oplevert.

Soms is daarbij dwarsliggen lucratiever dan meegaan. Omdat, zegt Van Hooff, het er steeds om gaat zoveel mogelijk eigen invloed tot gelding te brengen. Waarbij het andere uiterste de opstelling is waarbij de stabiliteit van de groep als geheel in gevaar wordt gebracht.'

Zelfs de veto-stem is geen zuiver menselijke aangelegenheid, vertelt Van Hooff. Ook bavianen kennen dat.

Bij bavianen vormen de vrouwtjes een geboortegroep en zijn de mannen immigranten, die zich in de bloei van hun leven binnenvechten. Van Hooff: 'Waarbij zo'n sterk mannetje het nadeel heeft dat hij alleen staat tegenover een de al aanwezige zwakkere mannen die coalities kunnen aangaan.'

Eén van Van Hooffs promovendi zag tijdens veldonderzoek ooit hoe een drietal zwakke mannen - de nummers 5, 6 en 7 in de pikorde van de groep - samen de top-baviaan van paren met een vruchtbaar vrouwtje afhield door hem op het moment-suprême te sarren. Waarna nummer 5 er steevast met het vrouwtje vandoor ging. Dat bleek een kwestie van relatieve macht. Baviaan 6 en 7 waren samen te zwak, nummer 5 was voor elk succesvol bondgenootschap nodig.

Van Hooff: 'In feite had nummer-5 een vetostem. Hij bepaalde of een succesvolle coalitie tot stand kwam. Je kunt het vergelijken met de verkoper van de enige linkerschoen op een markt vol losse rechterschoenen. Zijn prijs bepaalt de prijs van het enige complete paar schoenen dat op de markt te koop is.'

Van Hooff: 'Elk dier, of het nou een simpele worm is of een hoog-ontwikkelde chimpansee, streeft naar optimaal voordeel. Zonder cynisch te zijn geldt dat ook in de Veiligheidsraad. Het complicerende is in dit geval dat de Amerikanen denken het ook wel alleen af te kunnen, zo sterk zijn ze.

Zo'n geweldige asymmetrie zien we niet vaak bij sociale dieren als primaten, zegt Van Hooff. 'In meer egalitaire groepen zoals bij chimps zijn het juist de minkukels, de jonge apen die altijd als laatste aan tafel mogen voor de laatste kruimels, die voortdurend afwegen of ze niet maar beter alleen verder kunnen gaan. Het eeuwige dilemma van een grotere kans op genoeg voedsel, maar tegelijk ook om in je eentje het grote boze luipaard tegen te komen.'

Ook al herkent hij als bioloog veel, Van Hooff waagt zich liever niet aan bespiegelingen over hoe zijn chimpansees in Burgers de huidige Irak-crisis zouden oplossen. 'Mensen zijn in dat opzicht echt teveel eigenaardige apen. Onze mentale vermogens stellen ons in staat om grote en complexe situaties te overzien. Maar ook om grotere en complexere problemen te creëren dan een chimpansee ooit zal meemaken.'

De polemoloog

Dr. Hans van der Dennen is aan de Rijksuniversiteit Groningen de enig overgebleven oud-medewerker van het roemruchte Polemologisch Instituut - de vakgroep 'wetenschap van oorlog en vrede' aan de juridische faculteit, die in 1993 na felle interne strubbelingen werd opgeheven. Al meer dan dertig jaar houdt hij zich bezig met de vraag waarom mensen oorlog voeren.

Heeft hij al een antwoord? 'Nee. Nou ja, gedeeltelijk.'

In 1995 promoveerde Van der Dunnen op een achthonderd pagina's tellend boekwerk, getiteld The Origin of War. Over zijn evolutionaire visie op het ontstaan van oorlogen.

Volgens de polemoloog zijn oorlogen - gedefinieerd als georganiseerd groepsgeweld tegen de eigen soort met het doel te doden - uniek voor de mens, de chimpansee en de bonobo. Alle andere soorten proberen alleen de ander met dreigen angst aan te jagen.

Het grote onderliggende verschil is dat bij mens, chimp en bonobo mannetjes de vaste kern van groepen vormen, terwijl dat bij andere soorten vrouwtjes zijn. Omdat mannetjes meerdere vrouwen kunnen bevruchten, is mogelijk de behoefte ontstaan andere groepen te veroveren, oppert Van der Dunnen in zijn boek. Oorlog voeren werd zo een optie in het gedragsreportoire, die evolutionair voordeel kan opleveren.

Zoiets verklaart natuurlijk nog niet waarom president Bush, weliswaar het alfa-mannetje van de wereld, Saddam Hussein op de korrel heeft genomen. Hier gaat het om de vraag waarom moderne staten oorlog voeren met elkaar. Daarover zijn door de jaren heen vele wetenschappelijke theorieën ontworpen, zegt Van der Dunnen.

Een van de belangrijkste is nog altijd de marxistische theorie van het materialisme. 'Hierin draaien oorlogen altijd om materiële belangen, zoals schaarse grondstoffen.'

Ongeveer even invloedrijk is de neo-realistische school: 'Die zegt dat staten vooral naar macht en veiligheid streven, om zo voor hun belangen op te kunnen komen. Deze theorie laat daarom ook ruimte voor territoriumdrift, imperiumvorming, eer en glorie, en geo-strategische overwegingen.'

In beide theorieën maken staten een economische afweging tussen kosten en baten, hoewel die in het realisme moeilijker te definiëren zijn. Dat wordt expliciet gemaakt in een derde theorie, die van het 'verwachte nut'. 'Die is een soort tussenvorm tussen materialisme en realisme.'

Een vierde opvatting is psychologischer, en concentreert zich op de perceptie van machtsverhoudingen: 'In deze theorie, die ik bij gebrek aan een naam ''diadische machtstheorie heb genoemd'' ontstaat een oorlog als twee staten het oneens zijn over hun relatieve sterkte.' Beide voelen zich met andere woorden superieur aan de ander, terwijl dat feitelijk niet kan.

Van der Dunnen kan nog een hele reeks andere theorieën opnoemen. De een stelt dat staten altijd streven naar gebiedsuitbreiding, de ander wijt oorlogen aan de bevolkingsgroei, en volgens een derde ontstaan oorlogen omdat staten de oorlogsbereidheid van de ander overdrijven. Een vierde stelt dat een land dat zich de underdog voelt, gefrustreerd kan raken en oorlog gaat voeren met de topdog. Verwant daaraan is de theorie van de 'machtsovergang', waarin een opkomend land de hegemonie van een supermacht betwist.

Maar welke theorie is het beste toepasbaar op het conflict tussen de VS en Irak? Eigenlijk geen van alle, concludeert Van der Dunnen. 'Alle theorieën zijn variaties op een thema waarin macht en economie, en soms psychologie centraal staan.' Ze verwijzen terug naar de wens om te overleven en bloedverwanten te bevoordelen, en dus ook naar de angst om vrijheid te verliezen.

Dat gaat nu allemaal niet op, aldus de polemoloog. Er spelen wel materiële oliebelangen en de angst voor terrorisme, maar er is meer.

De macht van de VS is volgens de wetenschapper onvergelijkbaar groot, groter nog dan die van het oude Rome. Dat heeft geleid tot de ongekende militaire doctrine van de ''preventieve oorlog'', die overal ter wereld gevoerd mag worden. 'En die wordt vervolgens gecombineerd met een Pax Americana-ideologie van westerse democratie en kapitalisme, die doordrenkt is van morele superioriteit.'

Daarmee gaat de huidige situatie 'alle theorie voorbij', aldus Van der Dunnen. 'Ideologie wordt sowieso vaak beschouwd als ''bovenbouw'', afgeleide van andere belangen. Dat is hier niet meer het geval.' Er is weer jaren werk.

De speltheoreticus

Hoogleraar experimentele economie prof.dr. Arthur Schram van de Universiteit van Amsterdam draait zijn hand niet om voor oorlog. Desnoods begint hij er zelf een, gewoon in het laboratorium van zijn instituut CREED aan de Roetersstraat in de hoofdstad. Met een groep studenten, een handvol spelregels, en een zak geld.

Daar, op de vijfde verdieping van een hoog universiteitsgebouw, worden geregeld groepen vrijwilligers onderworpen aan rollenspelen waarin belangenconflicten worden nagespeeld, van politieke onderhandelingen tot veilingen van bijvoorbeeld radiofrequenties. Speltheorie is waar het hier om draait: de wiskundige discipline waarin gezocht wordt naar optimale strategieën in belangenconflicten.

Schram bracht het idee voor een dergelijk lab begin jaren negentig mee uit de Verenigde Staten, het land waar in de jaren vijftig de speltheorie door Koude Oorlog-strategen werd uitgevonden. En nog altijd zijn de belangrijkste speltheoretici in militaire kring te vinden, weet Schram. 'We gebruiken in principe dezelfde wiskundige inzichten en methodes, ze analyseren alleen dingen die je in de literatuur nooit terugziet.'

De huidige zinderende opmaat voor een oorlog in Irak is voor Schram bepaald geen onbekend terrein. Een paar jaar geleden deed hij, samen met een Israëlische collega, in zijn lab een experiment om na te gaan of een veelgehoorde uitspraak uit de politicologie hout snijdt: oorlogen tussen twee democratieën bestaan niet.

Schram: 'Historisch zijn er misschien een of twee uitzonderingen op die vuistregel. Maar onduidelijk is, hoe dat dan precies werkt, waarom oorlogen vrijwel altijd gaan tussen een dictator enerzijds en democratieën anderzijds.'

Het spel was chicken, een klassieker uit de speltheorie. Twee kijvende partijen willen daarin geen van beide als eerste de ander zijn zin geven, maar ondertussen snellen beide ook de ondergang tegemoet. Wanneer incasseert wie als eerste zijn verlies? Uit de experimenten bleek dat alleenheersers langer op ramkoers bleven dan groepen die democratisch beslisten wanneer het genoeg was geweest.

Schram: 'De stand-off met Irak is heel aardig met chicken te beschrijven, denk ik. Twee partijen drijven de zaak op de spits en de vraag is wie wanneer eieren voor zijn geld kiest, Bush of Saddam en voor of nadat de aanval is begonnen.'

Alles, zegt Schram, hangt daarbij af van de vraag hoe partijen de verschillende uitkomsten van een spelsituatie waarderen. 'Daarin schuilt de werkelijke kunst van het bedrijven de speltheorie. De wiskunde is vaak niet zo heel moeilijk, het gaat erom de werkelijkheid vereenvoudigd maar realistisch in je model te vangen.'

Ook in geval van Irak is dat niet triviaal. Wat, bijvoorbeeld, is in Amerikaanse ogen eigenlijk een betere uitkomst, een dode Saddam of een afgetreden Saddam? Is een vermeden oorlog beter dan een gewonnen oorlog? Schram: 'Dat zijn verschillen die telkens heel andere strategieën vragen van beide partijen. Terwijl ze elkaars waarderingen waarschijnlijk niet eens goed kunnen inschatten.'

Het probleem om de weerbarstige werkelijkheid te vangen in wiskundige formules is zo mogelijk nog groter als het gaat om de machinaties in de Veiligheidsraad, vermoedt Schram. Daarvan is zelfs het type spel op voorhand onduidelijk. Is het getouwtrek over de aanpak van outcast Irak aan die tafel in New York in principe een coöperatief spel, waarin de partijen kunnen winnen, maar waar iedereen het over inzet en regels eens is?

Of speelt de Veiligheidsraad een non-coöperatief spel, waar hooguit een niet optimale patstelling kan worden gevonden, die iedereen een beetje zijn zin geeft, maar geen van allen speelruimte om er nog meer uit te slepen? Dat laatste heet een Nash-evenwicht, naar de tragische Nobelprijswinnaar John Nash, bekend geworden dankzij de film A Beautiful Mind met Russell Crowe.

Voor de vuist weg is zoiets buitengewoon lastig in te schatten, en laat staan dat zich simpele speltheoretische oplossingen opdringen. 'Ik zie ze in elk geval niet', zegt Schram. 'Al moet ik meteen ook bekennen dat ik een dreigende oorlog maar moeilijk met een koel mathematisch oog kan bekijken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden