Drastische vernieuwing

Vooral in het begin van de de twintigste eeuw gaven kunstenaars hun beweging met een manifest een stem. Het manifest markeert het begin van een verandering....

Het is door de jaren heen een klassieker geworden. De openingszin uit het Futuristisch Manifest van de Italiaanse dichter en jurist Filippo Tommaso Marinetti: 'Wij willen de liefde voor het gevaar verheerlijken, de houding van wilskracht en stoutmoedigheid'. Het vlammende geschrift, elf punten lang, werd op 20 februari 1909 op de voorpagina van het Franse dagblad Le Figaro afgedrukt. Het maakte een verpletterende indruk op de toenmalige kunstwereld. Vooral door de zinsnede van Marinetti waarin hij opriep de musea en bibliotheken 'met de grond gelijk' te maken, en het 'moralisme, het feminisme en alle opportunistische en utilitaire lafheden' te bestrijden.

Wat het met kunst te maken had en hoe Marinetti het allemaal wilde uitvoeren, bleef onduidelijk. Wél duidelijk was dat Marinetti's oproep tot een drastische vernieuwing een einde maakte aan het negentiende-eeuwse fin de siècle-sfeertje dat aan het begin van de twintigste-eeuw nog steeds bestond. Met zijn manifest gaf hij de avant-gardebeweging een meer dan duidelijke stem.

Nu hebben kunstenaars altijd wel aantekeningen gemaakt of brieven geschreven, waarin ze de uitgangspunten van hun kunstenaarschap duidelijk maakten. Van Gogh was er, getuige de hoeveelheid correspondentie aan zijn broer Theo, verslaafd aan. Verhelderend zijn ook de brieven van Cézanne. Zonder die berichten aan zijn vrienden en collega's zouden we niets van Cézannes theorieën hebben geweten.

Manifesten zijn wat anders. Geen poëtische beschouwingen of privégedachten, maar openbare intentieverklaringen, geschreven in de gebiedende wijs, voorzien van talloze uitroeptekens. Bedoeld om een groot publiek eens flink op de kast te jagen. En de vastgeroeste principes binnen de elite onderuit te halen.

Opvallend is dan ook de stijl waarin menig manifest is geschreven: streng, bloedserieus en zonder een spoortje relativering. Het liefst gevat in een puntsgewijze opsomming. Toon en vorm van de meeste manifesten zijn dan ook terug te voeren naar het ultieme manifest voor de Westerse wereld: de tien geboden van Mozes of, veel later maar niet minder strijdbaar, de vijfennegentig theologische stellingen die Maarten Luther op 31 oktober 1517 tegen de deuren van de Slotkerk in het Duitse Wittenberg spijkerde, als aanklacht tegen de katholieke kerk. Blauwdruk voor het manifest in de negentiende eeuw is zeker het Manifest der Kommunistischen Partei (1848) van het duo Karl Marx en Friedrich Engels, dat eindigde met de inmiddels achterhaalde voltreffer: 'Proletariërs aller landen, verenigt U!'.

Het manifest markeert het begin van een verandering. Een omwenteling die, voortkomend uit een persoonlijk motief, algemene waarden probeert uit te dragen. Vandaar dat in de negentiende eeuw de eerste belangrijke manifesten het licht zagen: het opkomende individualisme van de kunstenaar begon te botsen met de algemeen maatschappelijke ethiek.

In het geval van de negentiende-eeuwse Franse schilder Gustave Courbet bestond die onvrede uit een persoonlijke afrekening met de mores van de kunstwereld om hem heen. Frustratie was zijn belangrijkste drijfveer: Courbet werd in 1855 afgewezen voor de jaarlijkse Salon-tentoonstelling, omdat zijn naakten te lomp en zijn landschappen te rauw waren. Uit weerzin liet hij aan de Avenue Montaigne in Parijs zijn eigen expositiezaal bouwen, opgetrokken uit houten panelen en jute deuren, waarin hij veertig schilderijen en vier tekeningen liet zien. Boven de ingang spijkerde hij, als Luther vier eeuwen eerder, zijn leuze: 'Réalisme'. En in de begeleidende catalogus verscheen zijn 'realistisch' manifest, waarin hij zijn vernieuwende schilderkunst uitlegde. Belangrijkste stelling: 'Ik vind dat schilderen in essentie een kunst van concrete zaken is, en alleen kan bestaan uit de weergave van reële en bestaande dingen.' Een gedachte waarmee hij zich afzette tegen het schilderen van abstracte, imaginaire thema's ('Ik heb nog nooit een engel geschilderd, omdat ik er nog nooit een heb gezien').

Zes jaar later, in 1861, richtte Courbet, geheel tegen zijn eerdere voornemens, een eigen academie op. Ook dat ging gepaard met een kort manifest:

1. Doe niet wat ik doe.

2. Doe niet wat anderen doen.

3. Als je zou doen wat Rafaël ooit deed, zou je je eigen bestaan opgeven - zelfmoord.

4. Doe wat je ziet en voelt.

In de klassieke, negentiende-eeuwse academiepraktijk betekenden deze vier voorschriften een radicale breuk - met vooruitziende blik. Want, hoewel Courbet zijn academie in 1862 al weer moest sluiten, lijken zijn woorden in het huidige kunstonderwijs nog steeds van kracht.

Overigens waren de manifesten van Courbet meer dan alleen persoonlijke getinte beginsverklaringen over een nieuw soort kunst. Ze markeerden ook het begin van het manifesten schrijven zelf, afgaande op de hausse van statements die er met name in de twintigste eeuw zou volgen, binnen en buiten de kunstwereld. Denk aan het Bauhaus-Manifest van architect Walter Gropius (1919), het manifest The Future of Music: Credo van componist John Cage (1937) en het Dogma 95 Manifest dat Deense filmers als Thomas Vinterberg en Lars von Trier opstelden, als reactie op de gelikte filmwetten van Hollywood.

De schrijvende kunstenaar die publiekelijk een nieuwe koers uitzet, is een vertrouwd fenomeen. Sterker, sommige kunstenaars of kunststromingen zijn bekender, of op zijn minst even bekend, geworden door hun geschriften dan door het werk. Dat geldt zeker voor de Futuristen. In het meest gunstige geval zijn de schilderijen van Balla, Carra, Boccioni en Severini goede illustraties van wat zij, en hun voorman Marinetti, in talloze manifesten aan nieuwlichterij naar voren brachten.

Wrange bijkomstigheid: de loftrompet die ze bliezen voor de gemechaniseerde vooruitgang kwam door de opkomst van het fascisme in Italië in een kwalijk daglicht te staan. En is daar sindsdien ook niet meer uit verdwenen, hoe profetisch hun talloze huldebetuigingen aan het vliegtuig en de racewagen, aan het belang van moed en revolte ook waren.

Wat sinds de Futuristen ook bleef bestaan, was de felheid van de discussie. De Futuristen maakten zichzelf onsterfelijk (en voor sommigen ronduit belachelijk) door hun controversiële optredens voor volle zalen. Ze eindigden niet zelden met politieoptreden of een aftocht van de kunstenaars, bekogeld met 'aardappels, sinaasappels en bossen venkel', zoals de Italiaanse krant Corriere della Sera destijds schreef.

Een goed manifest was er een waarop fel werd gereageerd. Het liefst in de vorm van een tegen-manifest. In de twintigste eeuw buitelen ze dan ook over elkaar. Notoir voorbeeld: het surrealistische manifest La Cause est entendue (De zaak is beklonken) van André Breton, dat werd beantwoord door het manifest La Cause était entendue (De zaak was beklonken) waarmee Christian Dotrement en Constant Nieuwenhuys het surrealisme afwezen en in 1948 het begin van de Cobra-beweging lanceerden.

Het manifest als een publieke stellingname over wat er schort aan de bestaande kunst en hoe die moet veranderen - het zijn nog steeds vlammende teksten, hoe achterhaald ze soms ook overkomen. Want dat is het paradoxale ervan: de meeste manifesten prediken een vernieuwing die vastgelegd in leerstellingen voor de eeuwigheid zou moeten gelden. Zoiets komt een lange houdbaarheidsdatum niet ten goede, hoe bepalend ze destijds ook voor het verloop van de kunstgeschiedenis waren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden