Dramatische strijd en kerende kansen

In vervolg op de rubriek van vorige week, waarin de partij Krajenbrink-Wiering uit het open toernooi van Amersfoort 1990 behandeld werd, opnieuw een partij waarin Marco Wiering (Hiltex) de zwarte stukken hanteert....

Ook in dit duel blijkt de wederzijdse linker vleugelopsluiting garant te staan voor een ingewikkelde maar boeiende strijd.

Salomé-Wiering

(halve finales NK 1991)

1.32-28 19-23 2.28x19 14x23 3.37-32 10-14 4.41-37 14-19 5.34-29 23x34 6.39x30 5-10 7.44-39 10-14 8.40-34 17-21 9.32-28

Dit is een wezenlijke afwijking van Krajenbrink-Wiering, waarin wit 32-28 achterwege liet. Maar hoewel de tekstzet het verlies van 2 tempi met zich meebrengt, zal Salomé paradoxaal genoeg met een gunstiger stelling uit de opening te voorschijn komen!

9...21-26 10.45-40 11-17 11.50-45 7-11 12.30-25 1-7 13.34-30 17-22 14.28x17 11x22 15.39-34 7-11 16.34-29 16-21 17.47-41! 21-27

Ook al blijken de uit de wederzijdse opsluiting voortvloeiende complicaties weinig bevredigend voor zwart - 17...21-27 is natuurlijk wèl de logische consequentie van het voorafgaande openingsspel.

18.30-24! 19x30 19.35x24!

Waar ik deze manoeuvre in de rubriek van vorige week met een vraagteken opsierde, is onder de gegeven omstandigheden een uitroepteken op zijn plaats. Weliswaar zijn er veel overeenkomsten, zoals dat Salomé's positie volmaakt identiek is aan die van Krajenbrink, of dat Wiering hier net zo min als tegen Krajenbrink 19...13-19? 20.24x13 8x19 mag spelen wegens 21.29-24! 19x30 22.25x34 en altijd 23.33-28! Maar het enige verschil (tegen Krajenbrink stond schijf 12 nog op veld 1) zal ondubbelzinnig in Salomé's voordeel blijken te werken.

19...2-7

Zie diagram

Zwart stelt de positionele dreiging 20...18-23! aan de orde. Maar wit is hem net vóór:

20.33-28! 22x33 21.31x22 18x27 22.37-31 26x37 23.41x21

Hier komt het cruciale verschil met de partij van vorige week aan het licht: waar Krajenbrink na 18...1-7! (in plaats van het door Wiering gespeelde 18...11-17) onvoldoende tijd zou hebben gehad voor het schijnoffer 19.33-28? 22x33 20.31x22 18x27 vanwege de dreiging 13-19! en 33x24 +, kan Salomé het zich wèl permitteren een zwarte schijf op veld 33 toe te laten. Die zal spoedig worden uitgewisseld tegen het eigen stuk op 21, waarna wit vanzelfsprekend uitstekend spel heeft!

23...13-18

Kennelijk voelt Wiering weinig voor meteen 23...11-16 24.49-44 16x27 25.43-39, waarop hij nauwelijks beter had gehad dan de 3x3 ruil 25...13-18, 26...27-31 en 27...18-22.

Met de tekstzet probeert zwart tot 24...18-23 25.29x18 20x29 te komen. Maar die bevrijdende manoeuvre is uitsluitend mogelijk wanneer wit foutief 24.21-16 of 24.40-35 zou spelen. Daarom was ook 23...12-18(!) het overwegen waard. Bijvoorbeeld 24.49-44 (op 24.40-35 doet hij eerst 24...33-39! en daarna pas 25...18-23) 24...18-23(!) 25.29x18 20x29 met vooralsnog houdbaar spel voor zwart na 26.43-39 (26.21-17 11x22 27.18x27 29-34) 26...13x22 27.39x17 11x22.

Overigens hoede zwart zich in de stand na 23...12-18 24.49-44 voor de misschien niet diepe, maar wèl buitengewoon verrassende damzet 24...11-16? 25.40-35!! 16x27 26.38-32!! 27x40 27.29x38! 20x29 28.45x1 +. Diezelfde verraderlijke wending had - theoretisch gesproken - met verwisselde kleuren in Krajenbrink-Wiering kunnen opdoemen wanneer de zwartspeler na 18...11-17 (zie opnieuw de diagramstand met 12 op 1) 19.49-44 niet 19...18-23(!) enz. maar 19...17-21(?) zou hebben gedaan. Men zie: 20.43-39? (veel beter is 20.33-28! annex 22.43-39) 20...18-23! 21.29x18 20x29 22.33x24 2-7!!? 23.39-33? 13-19!! +.

24.49-44!

Schakelt 24...18-23?? uit (26.43-39 +) en bereidt datzelfde (25.)43-39 voor.

24...18-22

Consequent gespeeld: nog steeds weigert zwart in 24...11-16 25.43-39 (of desgewenst eerst 25.21-17) 25...16x27 26.39x28 te berusten.

Door de velden 13 en 18 te ontruimen, maakt Wiering de weg vrij voor 25...8-13! en 26...13-19! enz. Maar Salomé is op zijn post:

25.43-39! 11-17

Voor het overigens wel erg ongewone 25...22-28? had zwart domweg geen tijd: 26.21-16! 8-13 27.38-32! 28x37 28.39x28! met schijfwinst voor wit.

26.39x28 22x33 27.48-43!

Op zijn beurt mocht wit geen seconde vermorsen, want op 27.21-16(?) 8-13 28.48-43? had zwart met 28...13-19! 29.24x13 9x18! winnend voordeel gekregen.

27...17x26 28.43-39! 9-13 29.39x28

Het bizarre intermezzo met enerzijds dat diep in de vijandelijke stelling gepenetreerde zwarte stuk op 33 en anderzijds die constant 'hangende' witte schijf op 21, is achter de rug. Als we de balans opmaken van de gebeurtenissen die vanuit de diagramstand hebben plaatsgevonden, dan zie we dat wit zich links bevrijd heeft maar dat de opsluiting van de zwarte linker vleugel nog steeds intact is. Bovendien controleert wit het centrumveld 28, zodat er geen andere conclusie mogelijk lijkt dan dat Salomé (veruit) de beste papieren heeft.

Maar de veelbewogen partij is nog lang niet afgelopen...

29...13-18 30.28-23 8-13 31.44-39 6-11 32.40-34 11-17 33.45-40 7-11 34.40-35 17-21? 35.42-37?

Beiden overzien dat wit 35.23-19!! 14x23 36.25x14 kon spelen: 36...4-9(?) (het beste is 36...23-28 37.14-10 28-33 gevolgd door 38...13-19, 39...21-27 en 40...26x48 met een nog altijd zeer slecht eindspel) 37.34-30!! (de pointe), 38.24-20 en 39.30x6 +.

35...14-19 36.25x14 19x10 37.39-33 10-14 38.34-30 12-17 39.23x12 17x8 40.30-25 3-9 41.33-28 21-27 42.28-23 11-16 43.38-33 8-12

Nu kan wit de partij beslissen met de even thematische als spectaculaire rondslag 44.23-19!, 45.36-31, 46.46-41, 47.37-31!!, 48.25x3 en 49.3x8 +. Maar ook na 43...16-21 44.46-41! had zwart verloren gestaan, ongeacht of wit na het gedwongen 44...4-10 met 45.37-32 27x38 46.33x42 had vervolgd dan wel met het fraaie offer 45.23-18!! 13x22 46.29-23!! In dit laatste geval wordt een zet met de schijven 8 of 9 steeds met de combinatie 47.23-19!, 48.36-31, 49.37-31!, 50.25x5 en 51.5x42 + beantwoord, terwijl het tegenoffer 46...27-32 47.37x17 21x12 faalt op 48.36-31! en 49.35-30 met dam op 2!

44.37-32?

Maar Salomé, die ongetwijfeld met tijdnood te kampen heeft, ziet het niet. De tekstzet vormt de inleiding tot een dramatische slotfase, waarin de kansen volkomen zullen keren.

44...27x38 45.33x42 16-21?

Veel sterker is 45...15-20! 46.24x15 13-19. Die dreiging kan wit nu onschadelijk maken met 46.35-30!, bijvoorbeeld 46...15-20 47.24x15 13-19 48.36-31!! en 49.25-20! =.

46.42-37? 21-27?

Zie de vorige aantekening.

47.36-31(!) 27x36 48.46-41 36x47 49.37-31?

Dit blijkt teveel van het goede. Na onmiddellijk 49.23-19!, 50.35-30!, 51.25x3 en 52.3x17 was het wèl remise geworden.

49...26x37 50.23-19 14x34 51.35-30 47x20 52.25x3 34x25 53.3x48

Eindspelen van een enkele dam tegen vier vijandelijke schijven die nog (zeer) ver van de promotielijn verwijderd zijn, zijn vaak nog wel te redden. Salomé heeft echter de 'pech' dat we hier met een uitzonderingssituatie te maken hebben, èn dat Wiering steeds de enige juiste zet blijft spelen!

53...13-18!

Alleen zo!

54.48-39 18-23!

Idem.

55.39-33 25-30! 56.33-39 30-35 57.39-44 15-20!

Wit geeft het op.

Een onverwachte ontknoping!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden