Drama via een omweg

Als de World Press Photo 2008 iets toont, is het dat de foto’s die het minst ‘direct’ op het drama gericht zijn, het sterkst aangrijpen....

Merlijn Schoonenboom

Over de winnende foto van de World Press Photo 2008 is veel gezegd. Opvallend veel zelfs. Alsof het niet over een gewone foto gaat, maar over niets minder dan een symbool.

En in zeker zin is hij dat ook geworden. De foto die Tim Hetherington nam van een uitgeputte soldaat voor zijn bunker in Afghanistan, is geen ‘foto als klassiek schilderij’, maar een wat onscherp beeld. Het focust niet op strijd, maar op de uitputting van een jonge, tengere man. Het roept een gevoel op alsof je erbij bent, alsof het zweet in je ogen druppelt en de angst om je heen hangt.

Eigenlijk ging het bij de bekendmaking van de prijs al niet meer om de soldaat. De foto drukte opeens niets minder uit dan het Westen in de knoop met zichzelf. Het gaat om ‘de uitputting van een man, en de uitputting van een natie’, zei voorzitter Gary Knight van de World Press Photo-jury.

In de discussies die op de bekroning volgde, groeide het beeld daarbij ook nog eens uit tot een symbool van hoe de fotojournalistiek op zoek is naar verandering. Vooral bij het conservatieve World Press Photo zelf.

World Press Photo – dinsdag opent de tentoonstelling van de prijswinnaars van alle categorieën van dit jaar – is immers synoniem geworden met een ‘esthetische’, theatrale aanpak. Mooie sferen in exotische gruweloorden, dramatisch opgeheven handen, liefst ook met lijdende kinderen. De close-up van een Afrikaanse vrouw met een verschrompeld kinderhandje voor haar mond – door Finbarr O’Reilly, de winnaar in 2006 – is hier het meest recente voorbeeld van.

Het is een aanpak die maar al te makkelijk kan doorschieten naar nare kitsch. Misschien dat de juryvoorzitter zich daarom in het voorwoord van het World Press Photo-boek dit jaar kritisch over de vele ‘voorspelbare’ inzendingen uitlaat. De jury, schrijft hij, is deze keer vooral op zoek gegaan naar ‘de beste foto’ en minder naar de ernst van de gebeurtenis.

Dat mag enigszins bizar klinken bij nieuwsfotografie, die zich per definitie op ‘het grote leed’ stort. Maar Knight heeft wel gelijk. Leed is nieuws, maar op een foto is leed alleen niet genoeg. Fotografen willen raken, maar hoe doe je dat? Alleen gruwelijk geweld fotograferen, werkt nu eenmaal niet vanzelf in een krant of op tv. Zeker niet in een tijd waarin beelden van geweld via tv en internet overal aanwezig zijn, en de kijker zich er murw van af keert.

Dus moet je iets anders bedenken wil je dat een foto in het geheugen blijft hangen. Het is niet zonder reden dat de treffendste nieuwsfoto op de tentoonstelling van World Press 2008, volledig onscherp is, zonder dat er enig omlijnd mens op te zien is. John More, eerste in de categorie ‘hard nieuws’, fotografeerde de aanslag op Benazir Bhutto, alsof hij zelf heen en weer werd geschud op het moment van de knal. Dit is niet meer ‘gewoon’ onscherp zoals bij Hetherington – het hele beeld beweegt. Het maakt niet uit of deze ervaren Getty-fotograaf dat expres of per ongeluk heeft gedaan. Het heeft een functie; de gebeurtenis komt zeer dichtbij, angstaanjagend en heftig.

De vorm is anders, maar de motieven zijn dat niet. De vroegere jurykeuze voor de gladde, esthetische fotografie kwam in feite voort uit hetzelfde verlangen naar aangrijpendheid. Ook die jury’s dachten het publiek, dat zich op een veilige afstand bevond van de heftigste gebeurtenissen, te kunnen raken.

Te zien aan de storm van kritiek op dergelijke beelden de laatste jaren, zitten weinigen daarop nog te wachten. Er is zelfs al geopperd dat een dergelijke vorm van fotograferen ook niet meer past bij de veranderde politieke situatie. De wereld wordt er veel te zwart-wit in voorgesteld: ver weg zijn de mensen zielig, en wij kijken ernaar vanuit onze luie stoel.

Foto’s worden volgens die opvatting effectiever als ze tonen dat de globale conflicten een stuk minder overzichtelijk zijn, en ook niet meer zo ver weg. Op de foto van de aanslag op Bhutto lijkt het alsof het vlakbij gebeurde – wel zo passend gezien de invloed ervan op het Westen.

Het is overigens niet zo dat dergelijke overwegingen allemaal heel direct zijn terug te zien in de tentoonstelling van World Press. Zeker, er is in de selectie van 2008 een aantal foto’s gewijd aan de discutabele aanpak bij de War on Terror. Twee winnaars, Balazs Gardi en wederom Tim Hetherington, fotografeerden een gewond kind van de Korengalen, in het dorp Yaka China in Afghanistan. Het kind werd gewond door een Amerikaanse luchtaanval, en dat was voor de Korengalen de reden om zich tegen de Amerikanen te keren. Daarbij kent de lichting van 2008 maar liefst drie foto’s van uitgeputte Amerikaanse soldaten. Behalve door Hetherington, door Mike Kamber en Balazs Gardi.

Het is echter verkeerd te veronderstellen dat deze kritische positie op Amerikaanse oorlogen nieuw is in een World Press Photo-tentoonstelling. De Vietnam-oorlog leverde de eerste legendarische beelden van uitgeputte soldaten, die het allemaal ook niet meer leken te weten. Ook de winnaar van 1991 toonde een huilende soldaat in de eerste Irakoorlog, zittend naast de bodybag waarin zijn vriend ligt.

Het ‘actuele’ zit ’m in de vorm, meer dan in de onderwerpskeuze. Hetheringtons foto is net even anders dan de andere twee ‘uitgeputte soldaten’. Juist door de wat onduidelijke sfeer krijgt hij de urgentie en beklemming die past bij de huidige tijd.

Als de World Press Photo 2008 daarmee iets toont, is het dat de foto’s die het minst ‘direct’ op het grote drama gericht zijn, het sterkst aangrijpen. Door net even op een zijdelingse actie te focussen, door net de onverwachte invalshoek te kiezen.

Het werkt in de overige categorieën precies zo, al hoeft een beeld daar heus niet ‘onscherp’ voor te zijn. Een sterk voorbeeld zijn de kleurige, armoedige hutjes in een donker bos, gefotografeerd door Jean Revillard. Het lijkt wel een jungle, maar het zijn gewoon de bossen rond Calais. Na de sluiting van het vluchtelingencentrum hebben vluchtelingen uit Afghanistan en Irak hier hun heil gezocht.

Er zijn geen mensen op te zien, maar het maakt de situatie er juist treffend door. Zeer typerend is ook een vrouw in boerka op de markt in Kabul, gefotografeerd door Benjamin Lowy. Het is de enige World Press-foto waarbij je zelfs even kan glimlachen. Ze is volledig bedekt, maar ze staat er in een gracieuze pose, geheel volgens de antieke beeldhouwkunst met het been vooruit, door de zon uitgelicht.

De fotograaf richt de camera op een moreel beladen onderwerp – de volledig gesluierde vrouw – maar toont haar wel uiterst bevallig. De moraliteit ligt er niet dik bovenop. Het drama komt via een zijpad.

Onscherpte en diffuse momenten; het zijn elementen die de artistieke en documentaire fotografie, en de filmwereld al veel langer weten te gebruiken om de impact groter te maken. Ook kun je je niet aan de indruk onttrekken dat cruciale amateurbeelden van de afgelopen jaren – Abu Ghraib, de executie van Saddam Hussein – hun sporen hebben achtergelaten: onscherp en korrelig verleent voor de hedendaagse kijker een rauwe spanning aan een beeld.

Het is niet moeilijk te zien dat World Press Photo op deze manier zoekt naar vernieuwing. Zoals de esthetici bij de World Press Photo van de jaren negentig paste, zo past ‘onscherpte’ bij het nu. Als dat maar niet het nieuwe cliché wordt.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden