Drama in leuke drie-minuten-liedjes

ROCK-'N-ROLL bestaat vijftig jaar. Hoeveel bandjes zou dat hebben opgeleverd? Tienduizenden. Minstens. Al die navolgers van Elvis en de Everly Brothers, de Beatles en de Stones, de Sex Pistols en The Clash, Nirvana en Oasis....

Fred de Vries

Enkele honderden daarvan zijn werkelijk iets gaan betekenen. Die vormen de canon van de popmuziek. Voor de overigen rest in het beste geval cultstatus. Veel waarschijnlijker: de vergetelheid.

Maar de eeuwigheid lonkt. Ieder vergeten bandje vindt dat het uniek en ondergewaardeerd was. Ieder onbekend gebleven bandje hoopt heimelijk op het Vincent van Gogh-effect.

Neem de nihilistische Amerikaanse punkgroep Flipper. Die zou de geschiedenis zijn ingegaan als het gezelschap met drie bassisten die aan een overdosis heroïne zijn overleden, een verdwenen gitarist en een zanger die na een auto-ongeluk in een rolstoel belandde. Ultieme losers.

Totdat Nirvana hoog opgaf van Flipper en Kurt Cobain met een eigengemaakt Flipper T-shirt op foto's verscheen. Toen werd Flipper plots gebombardeerd tot de godfathers van de grunge. Platen werden heruitgebracht. En inmiddels werkt zowel de drummer als de zanger aan een boek over Flipper.

Want een boek maakt echt onsterfelijk. Daarin kun je al die sappige anekdotes, de ellende, de ruzies, de drugs, de femmes fatales, je wrok, je boodschap aan de wereld kwijt.

Nederlandse popmusici schrijven weinig en er wordt ook nauwelijks over hen geschreven. Dat is merkwaardig. Want hoewel hun lotgevallen in geen verhouding staan tot die van Flipper, moet er ruim voldoende stof voorhanden zijn.

Golden Earring, Cuby & The Blizzards, de Bintangs, The Outsiders, ze hebben op zijn zachtst gezegd een bewogen leven achter de rug. En de hele generatie punkbands die zich eind jaren zeventig manifesteerde, vertoont dezelfde losers-tragiek als Flipper. De maoïstische Rondo's, Soviet Sex met Peter Klashorst als basbeest, de junkiepunk van de Rotterdamse Kotx. Het is desalniettemin stil gebleven.

Gelukkig hebben we de Tröckener Kecks als literair fenomeen. Vorig jaar publiceerde zanger Rick de Leeuw zijn roman De Laatste Held, gebaseerd op zijn gefnuikte voetbalcarrière.

En onlangs verscheen De Kameleons van ex-drummer Leo Kenter, over de lotgevallen van een Nederlandstalige punkpopband, compleet met een cd-single.

In De Kameleons herkennen we meteen de Tröckener Kecks. Zo dicht zijn fictie en werkelijkheid met elkaar verweven dat Kenter soms helemaal vergeet dat hij over De Kameleons en niet over de Tröckener Kecks schrijft.

Bijvoorbeeld als de band voor een optreden in Engeland is. Ze zitten in een busje, op weg naar Leeds voor het X-mas On Earth Festival en luisteren naar de radio. Deejay John Peel kondigt een Nederlandse groep aan: 'The name is quite unpronounceable, but the music is familiar.'

Onuitspreekbaar? Kameleons? Tröckener Kecks zul je bedoelen.

Dergelijk geknoei met fictie en werkelijkheid maakt De Kameleons interessant. Want als die grens zo flinterdun is dat zelfs de auteur fouten maakt, dan mogen we de roman automatisch als een boek over de Tröckener Kecks lezen.

Ex-gitarist Rob de Weerd (Roek in het boek) blijkt de pispaal van de band te zijn geweest. Eerst is hij een nep-punk die na een optreden zijn met studs beslagen riem netjes afdroogt en opbergt. Daarna wordt hij het cliché van een rockgitarist die zijn status gebruikt om meisjes te versieren.

Zanger Rick de Leeuw (Richard) is eerst de grote kameraad van drummer Leo Kenter (Luc). Samen dromen zij ervan om Nederland plat te spelen en de hitparades te bestoken met 'echte muziek'. Geen concessies aan de commercie, trouw aan de punkidealen, daar gaat het om.

Maar Richard/Rick ontpopt zich allengs tot een arrogante, egoïstische, op roem beluste muzikant, die alle oude principes moeiteloos aan de kant schuift als dat in zijn kraam te pas komt. Uiteindelijk leidt dat tot de breuk in de band en stapt Luc/Leo op.

Zonder die spiegeling naar de werkelijkheid is De Kameleons minder interessant. Er blijft dan een vlot geschreven jongensboek over, waarin iedereen die weleens in een bandje heeft gezeten zich zal herkennen. Het gedoe met oefenruimtes en instrumenten, optredens die niet doorgaan, leven op patat en bier, meisjes, de euforie van het uitbrengen van je eigen plaat, weer meisjes, en uiteindelijk de keuze tussen de zaken serieus aanpakken of ophouden.

Kenter heeft het opgeschreven alsof hij een lp heeft willen maken. De hoofdstuknummering is afgebeeld als liedjes op een plaatkant. Dat idee levert soms fraaie miniatuurtjes op, zoals de trots van Luc als hij ziet dat op de hoes van de eerste single staat: Luc Reiziger: Drums. En niet Drums: Luc Reiziger. 'Dat drukte uit dat je meester was over je instrument.'

Het nadeel van die aanpak is dat de roman blijft steken in een verzameling leuke drie-minuten-liedjes. Het drama krijgt weinig volume. Ook al omspant het verhaal twaalf jaar, het ontstijgt nauwelijks het geruzie over muziek en roem. Meisjes worden geen vrouwen. Het conflict tussen Luc en zijn vader blijft een simpel generatieconflict. De tijdgeest is onzichtbaar. Het bandje blijft een bandje.

Om in muziektermen te spreken: het boek mist dub: echo en diepte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden