Draadjes spannen als een spin

Geef de moed niet op, was de titel van de succesvolle debuutbundel van Toyo Shibata, toen 98 jaar. Nu is de Japanse 100 jaar. Tijd voor een tweede bundel.

Als ik mijn oren spits/ kan ik horen hoe/ de koelkast bromt/ en de wind aan de deur klopt. Welkom in het universum van de Japanse dichteres Toyo Shibata (1911). Het is er stil. En klein. Stemmen van mensen dringen niet meer zo goed door. Behalve misschien die van de verpleegsters die zorgen voor de was en het eten en die de 100-jarige dichteres voorzichtig in bad doen.

Er zijn paarden op tv, er is uitzicht op de lucht, maar er zijn vooral veel herinneringen. Aan een moeder, een man, een krekel die op een zwaar moment moed insprak.

Er is een zoon, Kenichi, die soms langskomt en over wie ze schrijft 'jij bent het die bloemen voor me liet bloeien'. We zien hem op een van de foto's achter in haar laatste bundel Honderd jaar. Een man van eind 60 naast zijn piepkleine, breekbaar ogende moeder, wier hoofd verscholen gaat onder de grote wollen muts die ze op alle publiciteitsfoto's draagt.

Het was Kenichi die zijn moeder aanspoorde te gaan dichten, toen ze vanwege rugklachten op haar 92ste moest stoppen met klassieke Japanse dans en een nieuwe hobby zocht. Op haar 98ste debuteerde ze met de bundel Geef de moed niet op. Er werden alleen al in Japan anderhalf miljoen exemplaren van verkocht.

En nu is er haar tweede bundel: Honderd jaar. Die laat zich lezen als het dagboek van iemand die weet dat er nog maar weinig tijd over is. Korte, heldere zinnen, nergens een woord te veel.

In het eerste deel gedichten, in het tweede verhaaltjes over mensen die ze wil behoeden voor de vergetelheid. Haar moeder, haar man. Ze blikt terug, bedankt en legt de lezer uit hoe ze te werk gaat als schrijver. 'Ik zorg ervoor nooit moeilijke uitdrukkingen te gebruiken en in vriendelijke bewoordingen te schrijven. Dat is best moeilijk. Maar dat het moeilijk is, maakt het ook plezierig.'

Wat er overblijft na zoveel leven? In Shibata's geval vooral dankbaarheid en een scherp oog voor kleine dingen die de dagen aangenamer maken. Een windebloem bijvoorbeeld. Of het rood van de avond.

En subtiele humor. Als er iets gezegd wordt wat haar niet bevalt, beschrijft ze droogjes hoe ze doet alsof ze het niet hoort. Met een uitgestreken gezicht.

Honderd jaar telt 26 gedichten. 'Het spijt me dat de oogst zo mager is', verontschuldigt Shibata zich in het nawoord. Het dichten gaat met de jaren langzamer. Maar hoe langzaam ook, blijven schrijven is voor haar noodzakelijk, om de eenzaamheid te overwinnen die haar zo nu en dan overvalt, bijvoorbeeld in het gedicht 'Avondschemer':

'De laatste hap/ van het avondmaal/ dat de hulp klaarzette/ en ik doe de knip op de deur/

Op dat moment hoor ik/ hoe bij mijn buren/ het hele gezin/ vrolijk lacht.'

Schrijven is het enige dat ze nog kan zonder hulp van anderen. Door middel van haar gedichten houdt ze contact met buiten.

'Maar zelf/ kan ik woorden weven/ kan ik draadjes knopen/ aan andermans hart.'

Als een oude spin spant Shibata draadjes tussen zichzelf en de wereld, om niet langzaam te verdwijnen in de stilte van haar huis.

Veel gedichten eindigen met bemoedigende kreten: 'Vooruit, kop op',

'Ja, ook jij kunt dat', of: 'volhouden maar'.

Je ziet het haar tegen zichzelf mompelen, met een van haar grof gebreide mutsen op, terwijl ze voor het raam zit te wachten op bezoek van haar zoon.

Shibata's nuchtere optimisme is onweerstaanbaar. Het zit niet alleen in de gedichten. Ook in de potloodtekeningen die verspreid staan door de bundel. Een tak. Een lamp. Mooi en simpel.

In het tweede deel staat tussen de familieportretten een foto van de luifel van haar huis. Onlangs liet ik de luifel van mijn huis opknappen, staat er onder. Het stemde me een stuk vrolijker.

Ja, ze is 100, en het leven is er niet makkelijker op geworden, maar misschien, schrijft ze, 'wacht me nog/ een fonkelnieuwe kleur'.

In juni wordt ze 101. Als Shibata's nieuwe bundel iets leert over ouder worden, is het dat je tegelijkertijd bejaard en fris kunt zijn. Misschien zelfs dat de blik van een eeuweling juist zo vitaal is omdat die registreert wat er overblijft als je alle afleiding weglaat.

In het titelgedicht schrijft ze: 'Laat ik rennen/ met mijn borst vooruit/ over de eindstreep van mijn eeuw.'

Wat zou ik graag op haar verjaardag willen zijn, en taart eten onder die opgeknapte luifel.

Toyo Shibata: Honderd jaar.

Uit het Japans vertaald door Luk van Haute.

Lebowski; 70 pagina's; € 17,90.

ISBN 978 90 4881 270 7.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden