Douane-unie biedt Rusland meer kans tot zakendoen

Tot grote koppen in de kranten heeft het niet geleid, maar toch: Europa is een douane-unie rijker...

Arnout Brouwers

Deze week ondertekenden de leiders van Rusland, Kazachstan en Wit-Rusland de zogeheten Douane Code, de tweede stap op weg naar een Gezamenlijke Economische Ruimte die in 2012 bereikt moet zijn. Met de huidige stap worden veel (maar niet alle) ex- en importtarieven van de drie landen met elkaar in lijn gebracht.

Over de afschaffing van interne exporttarieven verschillen Rusland en Wit-Rusland nog met elkaar van mening: Volgens Moskou (dat voortdurend met Minsk in de clinch ligt over de prijs van het gas dat het levert en over de exporttarieven op de olie die Minsk importeert) gebeurt dat pas als de douane-unie volledig af is, volgens Minsk zou het per direct moeten. Maar het feit dat de tegensputterende president Loekasjenko maandag toch zijn handtekening onder het document zette, wijst uit dat hij niet zoveel te kiezen heeft.

De creatie van een douane-unie past in het pragmatische buitenlands beleid dat de Russische president Dmitri Medvedev voor ogen staat. Vorig jaar kondigde hij al aan dat het beleid in dienst moet staan van het verhogen van de levensstandaard in Rusland – zacht gezegd een novum in de buitenlandspolitieke traditie van het land.

Uiteindelijk mikt Medvedev op een gezamenlijke markt met beide buurlanden, en wellicht met andere mogelijk geïnteresseerde landen, zoals Tadzjikistan en Kirgizië. Oekraïne past vooralsnog voor aansluiting. Wat Medvedev betreft, hoort daar uiteindelijk ook een gezamenlijke munt bij – zeg, de roebel. Dat zou weer de ambitie schragen om van de roebel een van ’s werelds reservemunteenheden te maken en Moskou om te toveren in een mondiaal financieel centrum.

Zoals met de meeste van zijn ambities, loopt Medvedev daarmee jaren, decennia wellicht, op de werkelijkheid vooruit, als het ooit al zover komt. Maar de richting die hij uit wil, is wel interessant. ‘Na de oorlog in Georgië [in augustus 2008, red.]’, zegt waarnemer Dmitri Trenin daarover, ‘dacht iedereen dat Rusland zich beijverde om land te graaien en buren binnen te vallen, maar in werkelijkheid zijn ze geïnteresseerd in zaken doen.’

Natuurlijk is Rusland het anker van de nieuwe douane-unie – en is het project ook een manier om zijn politieke en economische invloed in zijn ‘achtertuin’ te doen gelden. Maar ze getuigt ook van de diepe overtuiging van Ruslands leiders dat de economische concurrentieslag tussen landen en werelddelen veel bepalender is voor de toekomst van het land dan de politieke.

Medvedev vertegenwoordigt de verlichte vleugel van deze aanpak, Poetin de mercantilistische. Medvedevs bezoeken aan Silicon Valley, zijn enthousiasme voor de bouw van een ‘replica’ daarvan in het Moskouse Skolkovo (wat overigens lijnrecht ingaat tegen de geest van Silicon Valley), zijn nadruk op pragmatisme en zijn persoonlijke rol in de verbetering van de relaties met de VS zijn er voorbeelden van. Poetin is meer de reizende staatskoopman, wiens miljardendeals die hij in het buitenland sluit bijna altijd ten goede komen aan de grote staatsbedrijven waar de regerende kaste zich aan verrijkt.

De douaneunie bedient beide facties – zij stelt Medvedev in staat te dromen van de heruitvinding van Rusland, terwijl het Russische bedrijven positioneert om te profiteren van de onontkoombare liberalisering van de Wit-Russische economie.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden