Douane en jury frustreren polshoogspringers

Stuntelende juryleden, ploeterende tegenstanders en een onwillige douanier hebben de wedstrijd om de Nederlandse titel polsstokhoogspringen flink ontregeld. Kampioen Rens Blom slaagt er na afloop slechts met moeite in een glimlach op het gezicht te tonen....

Dat Blom kampioen van Nederland zou worden, staat voor hem bij voorbaat al vast. Voor eigen publiek had hij bovendien graag laten zien waartoe hij werkelijk in staat moet worden geacht. En dat zijn sprongen die boven het Nederlands record (5.76) van naaste concurrent Chris Tamminga uitkomen.

Dat hij daarin uiteindelijk faalt heeft in de eerste plaats een mentale oorzaak, maar ook de gebrekkige organisatie van het complexe onderdeel ligt daaraan ten grondslag. Als de lat zaterdagmiddag eindelijk op 5.40 meter wordt gelegd, een redelijke aanvangshoogte voor toppers als Blom en Tamminga, is de wedstrijd al uren aan de gang.

Het deelnemersveld is dan gereduceerd tot vier, terwijl van dat viertal Blom, Tamminga en de Duitse gastspringer Richard Spiegelberg, nog niet één keer in actie zijn gekomen.

Werkeloos hebben zij in de tussentijd moeten toezien hoe de tegenstanders zich vanaf een aanvangshoogte van 4.20 tergend langzaam richting de vijf meter begeven. Niet eens zozeer het geploeter van de rest van het deelnemersveld is de toppers een doorn in het oog, maar zeker het gepruts van de onervaren juryleden.

'Volgend jaar kom ik een week eerder en dan gaan we oefenen', zegt Blom. 'Dan maak ik dertig sprongen en dan mogen zij de lat er telkens opleggen. Het kan toch niet zo zijn dat er hier mensen rondlopen die dit werk voor de allereerste keer doen en niet eens de kracht hebben om die lat er met z'n tweeën op te leggen. Dat doe ik zelfs in mijn eentje.'

Het publiek reageert met een enthousiast applaus op het vermakelijke geklungel tussen de palen, maar Tamminga, wegens een enkeloperatie nog niet in topvorm, valt zijn concurrent bij. 'Op deze manier jagen ze ons weg uit Nederland. Er is voor ons niets aan om hier te springen. we gaan veel liever naar het buitenland. Wij trainen ons te barsten om ons te blijven ontwikkelen, maar de organisatie kan dat niet bijbenen. Die zou ook veel beter getraind moeten zijn.'

Ondanks het lange wachten lijken Blom en Tamminga toch nog snel in de wedstrijd te komen. Beiden vliegen in de tweede poging over 5.40, en 5.60 wordt zelfs in één keer gehaald. Blom: 'Vervolgens ging ik ook nog soepel over 5.70, maar daarna moest ik opnieuw zo verschrikkelijk lang wachten. Dat haalde me volledig uit mijn ritme.'

Blom, begin dit jaar derde bij de WK indoor en net als Tamminga reeds geplaatst voor de WK in Parijs, weet dat hij klaar is voor een sprong over 5.80. In Lausanne zat hij daar al heel dichtbij, maar op het moment dat hij begon te juichen stootte hij de lat er alsnog af. 'Stom, achteraf. Heel stom, dat doe ik dus ook nooit meer', zei Blom.

Weinig bleef de Limburger de afgelopen week bespaard. De sprong over 5.80 zou met een nieuwe, zwaardere polsstok moeten worden gemaakt, maar het duurde tot woensdag voor hij die in het Amerikaanse Reno gefabriceerde en speciaal op zijn wensen afgestemde stokken op het vliegveld kon afhalen.

De afhandelingen met de douane namen vervolgens ruim 3,5 uur in beslag. 'De douaniers weigerden om medewerking te verlenen. Ze wilden niks uitleggen, niet vertellen wat ik precies moest doen om die stokken mee te krijgen. Ik werd van boven naar beneden gestuurd en toen ik eindelijk alle formulieren had ingevuld wilden ze me in eerste instantie slechts één van die vier stokken meegeven.'

Voor zijn allerlaatste poging op 5.80 staat hij zaterdag uiteindelijk dan toch met de zwaarste variant in zijn handen. Onwennigheid met het nieuwe en nog stugge materiaal staat een goede sprong evenwel in de weg. De teleurstelling over de gemiste recordpoging verdringt de blijdschap over de Nederlandse titel. Blom: 'Ik weet dat ik de beste ben. Dat klinkt misschien arrogant, maar zo is het wel. Dus euforisch kan ik hierover niet zijn.'

Korte tijd later berust hij in het lot. 'Eigenlijk mag ik niet klagen, 5.70 meter begint voor mij een standaardhoogte te worden. In de aanloop naar de WK heb ik nog wedstrijden zat om te oefenen. Tegen die tijd heb ik echt wel een keer over 5.80 gesprongen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden