Column

Dorpswindmolen draait voor de gemeenschap

Er is geen plek meer voor windmolens met gemeenschapszin.

De kerktoren van Tzum is de hoogste in de wijde omgeving. Beeld Wendy van der Waal
De kerktoren van Tzum is de hoogste in de wijde omgeving.Beeld Wendy van der Waal

Dit is het land van de namen: rechtsaf naar Schettens en Longerhouw, verder door naar Pingjum, Arum of Wons. Daar wil je altijd blijven: Wommels, Hitzum. Kieviten vechten met kraaien. Kom je vanzelf over smalle weggetjes van betonplaat uit in Lollum. Maar daar is het niet. Het is in Tzum. Tsjom, schrijven ze zelf, en zo spreken ze het ook uit. Dorp onder een toren, beetje scheef op een terp - als je Friesland vanaf de zijkant bekijkt, is het een spijkerbed van kerktorens die naar boven prikken, zo recht vanuit dat platte, en die van Tzum is de hoogste. In de oudste polder van het land. Met die blauwe stolp eroverheen.

Als je Friesland beter bekijkt, hebben de windmolens het overgenomen. Ze wieken vandaag in noordoost vijf, aanweziger dan de kerken. Van sommige zijn de voeten geschilderd in steeds lichtere tinten groen, een vorm van camouflage, maar dat helpt niet. Zo'n molen kan alleen maar aandacht trekken. Als je onder die van Tzum gaat staan, hoor je de grutto's niet meer. Het is een mechanisch geluid, de wrijving van de wieken en de wind. Maar niemand heeft last van de molen van Tzum, want die is van de Tzummers.

De molen heeft een bestuur, en dat zit deels bij Govert Geldof thuis om tafel. Piet Smedinga. Aart Dijkstra - het land en de namen. Twintig jaar geleden ging er een consultant rond door de dorpen, en die kwam ook in Tzum terecht. Jullie moeten een windmolen, zei de consultant, die Peter Timmer heette, en ze kochten er een. Een molen van het dorp, een dorpsmolen, gebouwd op een hypotheek van vijfhonderdduizend gulden en ondergebracht bij de Stichting Mast. De hypotheek is terugbetaald. Bij windkracht zeven maakt de molen voor een tientje stroom per uur. Van de winst doen ze leuke dingen.

Bij kracht zeven maakt de molen voor een tientje per uur stroom. Beeld Wendy van der Waal
Bij kracht zeven maakt de molen voor een tientje per uur stroom.Beeld Wendy van der Waal

Aart overhandigt een lijst met wat de molen Tzum heeft gebracht. Vijfduizend euro voor 'een nieuw hekwerk om het hertenkamp'. 750 euro voor 'een nieuw speeltoestel'. 500 euro 'jubileumgift voetbalvereniging'. 454 euro 'bijzondere gift begrafenisvereniging voor kleding'. Tienduizend euro 'renteloze lening tennisclub'. Alles bij elkaar tweeënhalve ton. Het dorpshuis, zegt Aart, staat er pico bello bij.

In Friesland noemen ze dat 'mienskip', zegt Govert: een woord mooier en ouder dan het Haagse 'participatiesamenleving'. Mienskip zit in de zeeklei hier. Maar Aart heeft het ook over de 'total cost of ownership', want eerlijk gezegd is de dorpsmolen op. Nog draait-ie quitte, maar als er een wiek afbreekt of iets anders, is het afgelopen.

En dan begint het rekenen.

Het maken van stroom met een nieuwe molen kost acht cent per kilowattuur. Ze krijgen nu vier komma één cent van de Nuon. Dat was ooit elf. De rijkssubsidie is weggevallen. Een nieuwe molen bouwen kan niet meer uit, als het al mag van de provincie. Want belangrijker: de mensen, en dus de politici, zijn uitgekeken op solitaire molens, die iets te snel het land veroverden, en vaak alleen maar om het geld. De windmolen heeft een slechte naam gekregen. Ze krijgen enkel nog subsidie als ze in parken bij elkaar staan, liefst uit zicht, liefst op zee.

Piet zegt: dat nekt ons. Wat nu? Er zijn ineens zoveel tegenkrachten. Govert zegt: wij waren de pioniers, in 1994, maar we vallen nu overal buiten, met ons dorpsmolentje. Nu zijn de beleggers aan de beurt met het grote geld. Die willen groot investeren en snel terugverdienen, alles voor de zwarte cijfers. Om dorpsbelangen malen ze niet. Hij komt weleens op het ministerie van Economische Zaken; daar gaat het enkel over investeringsplannen en doelstellingen. Niet over een nieuw hek voor het hertenkamp, of over de begrafenisvereniging.

Misschien dat ze gaan investeren in een windmolenparkje bij Franeker, samen met de mensen van de dorpsmolen van Hitzum, want die is ook aan het eind van zijn Latijn.

Zo zitten ze aan tafel. Soms zeggen ze even niks. Het is niet zo'n blabla hier in Tzum, zegt Govert, die een tijd uit Friesland is weggeweest. We schreeuwen het niet van de daken, zegt Piet: dat speelt ook wel mee, die bescheidenheid.

Door het raam van Goverts verbouwde koetshuis kun je helemaal naar Franeker kijken; op de wiekende molens na ligt het landschap stil, het gras plat gewaaid door de wind.

Molenbestuurders Piet en Aart bij Govert thuis aan tafel. Beeld Wendy van der Waal
Molenbestuurders Piet en Aart bij Govert thuis aan tafel.Beeld Wendy van der Waal
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden