Dorpsleven langs een plutoniumriool

Tot ver in de jaren vijftig loosde het nucleaire Majak-complex in de Oeral radioactief afval rechtstreeks in het riviertje de Tetsja....

DE SOLDATEN bij de supergeheime plutoniumfabriek Majak in de Oeral dachten dat de Derde Wereldoorlog begonnen was toen de ruiten van hun kazerne door een zware ontploffing uit de sponningen werden geblazen. Het was zondag 29 september 1957, half vijf in de middag, maar het werd op slag nacht. Boven het complex steeg een zwarte zuil stof op waar een vreemde oranje-rode glans doorheen schemerde.

Sommige soldaten grepen al naar hun wapens om de aanval af te slaan, maar hun commandant betwijfelde of de kapitalistische vijand in aantocht was. Hij vermoedde dat het om een kernexplosie ging en gaf zijn mannen het bevel onmiddellijk terug te keren naar de kazerne, alle ramen dicht te timmeren en de vloeren onder water te zetten, tegen het radioactieve stof.

Terwijl de soldaten zich tegen het onzichtbare gevaar probeerden in te dekken, bleven de toeschouwers bij de voetbalwedstrijd in het Chimik-stadion in de gesloten stad Tsjeljabinsk-65, een paar kilometer verderop, rustig zitten. In de verte zagen ze een oranje wolk opstijgen, maar vrijwel niemand schonk er aandacht aan. Er werden in die tijd zoveel proeven genomen.

Maar deze ontploffing bleek geen geplande kernproef. Het was een explosie in een opslagplaats voor nucleair afval die een regen van radioactieve neerslag over een enorm gebied verspreidde. Maar liefst twintig miljoen curie aan radioactieve stoffen werd de lucht in geslingerd, bijna de helft van de hoeveelheid die bij het ongeluk in de kerncentrale van Tsjernobyl vrijkwam.

Het grootste deel kwam neer op het terrein van het nucleaire complex, de rest waaide in noordoostelijke richting weg en liet een spoor van radioactieve besmetting achter. In totaal raakte een gebied van 23 duizend vierkante kilometer besmet, waarin bijna 300 duizend mensen woonden.

Het ongeluk werd jarenlang verzwegen door de Sovjet-autoriteiten. De Amerikaanse inlichtingendienst CIA wist dat er tussen Tsjeljabinsk en Jekaterinenburg een kernongeluk was gebeurd, maar de wereld kreeg er pas eind jaren zeventig lucht van, toen de geëmigreerde dissidente bioloog Zjores Medvedev een geruchtmakende studie over de kernramp in de Oeral publiceerde.

Maria Komina uit het dorp Brodokalmak, dat onder de rook van Tsjeljabinsk-65 ligt, kan zich nog herinneren dat er destijds geruchten gingen over een kernongeluk. Niemand wist er echter het fijne van. Eind 1957 verschenen er soldaten die het riviertje dat midden door het dorp loopt, begonnen af te zetten met prikkeldraad. De dorpelingen die vlakbij de Tetsja woonden, kregen de opdracht hun huizen onmiddellijk te ontruimen.

Komina had geluk, vindt ze. Hoewel haar huis maar zo'n vijftig meter van het riviertje staat, mocht zij blijven. Ze raakte alleen een stuk van haar moestuin kwijt, doordat de prikkeldraadversperring dwars over haar erf kwam te lopen. 'We kregen te horen dat we geen water meer uit de rivier mochten halen en niet meer mochten vissen, maar wat er precies aan de hand was, werd ons niet verteld', zegt ze. Opvallend was wel dat de plaatselijke partijbonzen met stille trom uit het dorp verhuisden. Kennelijk wisten zij er meer van.

De dorpelingen gingen er vanuit dat het iets met het kernongeluk waarover gefluisterd werd, te maken had. Pas veel later kregen ze te horen dat hun riviertje jarenlang gebruikt was als riool voor het radioactieve afval van het Majak-complex.

'De eerste jaren dat de plutoniumfabriek werkte, draaide alles erom zo snel mogelijk een aantal atoombommen te produceren. Wat er met het nucleaire afval moest gebeuren, daar dacht men toen niet aan. Het merendeel werd domweg in de Tetsja geloosd', zegt Vladimir Matvejev, een vertegenwoordiger van het Russische ministerie voor Noodtoestanden in Tsjeljabinsk.

In augustus 1949, precies drie jaar nadat begonnen was met de bouw van de eerste kernreactor had het team van de kerngeleerde Koertsjatov de eerste socialistische kernbom klaar, nog net voor de zeventigste verjaardag van Stalin. Daarna werd in hoog tempo nog een viertal kernreactoren in gebruik genomen op het Majak-complex.

Al het radioactieve afval werd in het riviertje gestort: licht-radioactief materiaal, maar ook gevaarlijke stoffen, zoals strontium-90, cesium-137 en volgens sommigen zelfs kleine hoeveelheden hoog-radioactief en giftig plutonium. Bij elkaar verdween 76 miljoen kubieke meter vloeibaar afval met een totale activiteit van 2,7 miljoen curie in de Tetsja.

De lozingen werden in 1953 gestaakt, maar ruim veertig jaar later zijn de oevers van de rivier nog steeds zo vervuild dat de dorpen langs de Tetsja volgens Matvejev eigenlijk zouden moeten worden ontruimd. Op sommige plaatsen is de radioactiviteit zo'n dertig maal meer dan maximaal toelaatbaar wordt geacht.

In de jaren zestig hebben de plaatselijke autoriteiten een aantal kleine dorpjes langs de Tetsja ontruimd, maar de inwoners van de grotere dorpen werden niet geëvacueerd. 'Niet omdat het gevaar daar minder was, maar gewoon omdat er geen geld voor was', aldus Matvejev.

De autoriteiten hebben nog steeds plannen om Brodokalmak, Moesljoemovo en de andere dorpen langs de rivier te ontruimen, maar het is hetzelfde probleem: er is geen geld voor de bouw van nieuwe dorpen elders.

De dorpelingen zelf vinden de evacuatieplannen maar onzin. 'We wonen hier al zo lang bij de rivier', zegt de 77-jarige Komina. 'Waarom zouden we nu nog weggaan?' Een andere inwoner vindt dat de autoriteiten in plaats van de dorpelingen te evacueren hun schadeloos zouden moeten stellen met een flinke uitkering en gratis medische voorzieningen, zoals de inwoners van het dorp Moesljoemovo. 'Die hebben wel geld gekregen, louter en alleen omdat Jeltsin daar een keer op bezoek is geweest en toen van alles beloofd heeft', stelt hij jaloers vast.

LANGS DE OEVERS van de rivier staan her en der nog borden met de waarschuwing 'Stralingsgevaar', maar de prikkeldraadversperringen zijn inmiddels verdwenen. Van de borden trekken de dorpelingen zich maar weinig aan. Het vee graast tot aan de rivier, er wordt gezwommen en even voorbij de brug staan zelfs twee mannen tot aan hun middel in het water te vissen met een lang net.

Eten ze de vissen ook op? 'Ja, waarom niet?', wil een van hen weten. 'We eten de graten niet', voegt hij er ter geruststelling aan toe. Grijnzend vertelt hij dat hij zijn vangst uit de Tetsja ook vaak op de markt in Tsjeljabinsk verkoopt. 'Dat mag officieel niet, maar wie komt erachter. Bovendien, het is gevaarlijker voor die vissen dan voor ons. De mensen zijn hier veel zieker.'

Michail Degtarjov, de burgemeester van Brodokalmak, schudt misprijzend het hoofd als hij het hoort. Zelf zou hij voor geen goud zijn teen in het water van de Tetsja steken, maar wat doe je eraan? 'Vroeger patrouilleerde de politie om er op toe te zien dat niemand bij het water kwam. Maar wie trekt zich er nu wat van aan, als ik zeg dat het niet mag?'

Hij heeft er ook wel begrip voor dat de dorpelingen hun angst verloren hebben. 'Het is een psychologisch probleem. Ze weten dat het gevaarlijk is, maar je merkt er niets van en alles ziet er volkomen normaal uit. Het is heel moeilijk om bang te blijven voor iets dat je niet kunt zien.'

Alles wijst erop dat de bijna vijfduizend inwoners van Brodokalmak bij het riviertje zullen blijven wonen. Er wordt juist - door Armeense gastarbeiders; die drinken nauwelijks - een nieuw ziekenhuis gebouwd met vijftig bedden. Het ziekenhuis is bijna af, maar het wachten is nog op het ventilatiesysteem, dat meer heeft gekost dan het hele gebouw. 'En dan te bedenken dat je nu al weet dat die ventilatie na twee weken kapot is en het nooit meer zal doen', verzucht burgemeester Degtarjov.

Toch is hij blij met het nieuwe ziekenhuis. 'Er zijn hier veel mensen die aan chronische ziekten lijden die door de straling worden veroorzaakt', zegt hij. Volgens Degtarjov ligt het aantal gevallen van kanker en leukemie zeker twee keer zo hoog als in de rest van Rusland. Negentig procent van de kinderen in het dorp lijdt volgens hem aan verminderde weerstand. 'Het gevolg is dat de kinderen hier opvallend veel ziek zijn', zegt hij.

Maar volgens hoofdarts Valeri Fomin van het Onderzoekscentrum voor radiologische geneeskunde in Tsjeljabinsk vallen de gevolgen van de radioactieve besmetting mee. Het instituut, waar burgers worden behandeld die, zoals het vroeger heette, aan 'speciale ziekten' lijden, ligt verscholen achter wat onschuldige gebouwen. Vijf jaar geleden was het nog een geheime instelling.

'Anders dan in Tsjernobyl is er geen sprake van acute stralingsziekten, maar van een chronisch stralingssyndroom', zegt Fomin. 'Theoretisch zou er na veertig jaar een duidelijke stijging van het aantal gevallen van kanker en leukemie te constateren moeten zijn, maar in de praktijk is dat niet zo. Het cijfer ligt niet noemenswaardig hoger dan in andere gebieden in Rusland', zegt hij. Maar hij erkent dat 'moeilijk te voorspellen is welk effect het op de komende generaties zal hebben.'

VOLGENS DE ARTS Galimova uit Moesljoemovo ligt het aantal patiënten met bloedziekten en kanker in haar dorp wel duidelijk hoger dan normaal, maar goochelen de autoriteiten met de cijfers om de werkelijkheid te verhullen. Ze wijst erop dat mensen, die jarenlang in het gebied hebben gewoond, maar later verhuisd zijn, niet worden meegerekend in de statistieken.

Bovendien hebben veel artsen volgens haar moeite de diagnose 'stralingsziekte' te stellen. Als een patiënt met duidelijke stralingssymptomen aan een longontsteking sterft, wordt hij onder die rubriek in de statistieken opgenomen en niet als stralingsslachtoffer.

De autoriteiten hebben tal van projecten ontwikkeld om het riviertje 'schoon' te maken, onder meer door de ergst vervuilde plaatsen af te graven of af te dekken met beton. Maar de meeste projecten zijn nog niet eens begonnen, omdat het geld ontbreekt. De afgelopen drie jaar heeft Moskou slechts zo'n vijftien procent van de toegezegde gelden overgemaakt.

Volgens Edoeard Gismatoellin van de milieu-organisatie Greenpeace heeft de schoonmaakoperatie echter weinig zin, zolang Majak nog steeds radioactief afval in de meertjes rond het complex loost. Van daaruit sijpelt het radioactief besmette water door in de Tetsja.

Majak produceert nu geen plutonium meer voor de aanmaak van kernwapens, maar wordt alleen nog gebruikt voor het verwerken van nucleair afval uit Russische kerncentrales en kernonderzeeërs. Toch krijgt het complex er ieder jaar zo'n honderd miljoen curie aan radioactief afval bij.

Het grootste gevaar vormt het meertje Karatsjaj, waarin tientallen jaren radioactief afval werd geloosd. Het meertje, dat op geen enkele kaart te vinden is, wordt nu afgedekt met een laag betonblokken om te voorkomen dat het radioactieve water eruit klotst, zoals in 1967 bij een zware storm gebeurde.

Maar volgens Gosatomnadzor, de regeringsinstantie die toezicht moet houden op de veiligheid in de nucleaire installaties, zijn er al honderden kubieke meters radioactief afval weggelekt in de grond rond het meertje. Als er niet snel maatregelen worden genomen, zo waarschuwde Gosatomnadzor-chef Visjnevski onlangs, dreigt een 'ramp die nog ergere gevolgen kan hebben dan de kernramp in Tsjernobyl'. Volgens hem bestaat het gevaar dat de stoffen in de Tetsja terecht zullen komen en van daaruit een ruim duizend kilometer lange strook langs de Irtysj en de Ob tot aan de Witte IJszee zullen besmetten.

Bert Lanting

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden