DORP VAN KIPPEN, VARKENS EN DODE DUITSERS

In hoog tempo is Nederland op weg een land te worden zonder boeren, een 'ontboerde natie'. Sietse van der Hoek schetst die ontwikkeling in een reeks reportages....

Dit is wat je noemt intensieve veehouderij, onmiskenbaar de geur ervan, vooral aan de weg die door tegenstanders van de bio-industrie Ammonia Avenue genoemd wordt. Daar vind je behalve de Duitse oorlogsbegraafplaats, de grootste buiten Duitsland, alleen maar schuren vol varkens en kippen. Hier moet Robert Long zijn vergelijking met concentratiekampen hebben opgedaan.

Een driesprong van wegen, een driehoekig plein en daaraan de kerk, gewijd aan de heilige Oda, en café Roelanzia met een overhuifd terras. Op het plein een door de Rabobank geschonken beeldengroep van een boer met aan zijn voeten een koe, een kip en een varken. Boerenbond, Porkhof, veewagens, een hoog silocomplex met meng- en krachtvoer. Ysselsteyn heeft weinig menselijke geschiedenis, het bestaat nog maar sinds 1921, en nog steeds leiden er weinig wegen heen.

Tussen Deurne en Venray voert de weg langs akkers waaraan je nog kunt afzien dat het heidegrond is geweest. Naar het zuiden liggen de moerassen rond de veenkoloniën Helenaveen en Griendtsveen in Bra bants-Limburgs grensgebied. Samen de Peel. Reizend van noord naar zuid ga je van het licht de donkerte in van vochtige bossen met vaarten en hoogveen.

Donker bos begint al aan de Timmermansweg bij het Deutscher Sol da tenfriedhof. 31.598 kleine grijze kruizen in het gelid op een golvende, rechthoekige vlakte van 27 hectare: de meesten zijn in de buurt gesneuveld tussen 6 juni en 25 september in het oorlogsjaar 1944. Bij Ysselsteyn zie je hoe groot een getal in de realiteit kan zijn. 25 duizend bezoekers per jaar, de helft van hen is scholier.

Tot twintig jaar terug is hier woeste grond ontgonnen ten behoeve van de landbouw. Sinds 1980 zijn alle Peel-restanten beschermd natuurgebied, de Groote Peel is tot nationaal park verklaard. Aan de randen daarvan ontstond bio-industrie. De weinige natuurgebieden, vaak met de grootste natuurwaarden, grenzen aan nog net wel ontgonnen terreinen. Arme gronden van nature, die niet bijzonder geschikt zijn voor traditionele landbouw. Technologie en economie maakten vormen van veehouderij mogelijk zonder dat er veel land voor nodig was, bio-industrie. En dat gingen ze, gestimuleerd door de overheid, doen op de schrale gronden van Noord-Brabant, Limburg, Gelderland, Overijssel en Utrecht: schuren en barakken bouwen en die volstouwen met kalveren, varkens, kippen.

De zanger Robert Long, ambassadeur voor Varkens in Nood, vergeleek de varkensindustrie met de holocaust, met de varkensfokker in de rol van concentratiekampbewaker. Een vergelijking die zo gek nog niet is, betoogde prof. dr. F. R. Ankersmit, hoogleraar theoretische geschiedenis, in het decembernummer van het Historisch Nieuwsblad. Hij verwijst naar het boek Modernity and the holocaust van Zygmunt Bauman uit 1989.

De drie 'modernistische' mechanismen die Bauman daarin aanvoert ter verklaring van de massamoord op de joden, tref je volgens Ankersmit in 'onze bio-industriële concentratiekampen' precies zo aan: 'Het moderne idee van de maakbare samenleving, van een samenleving die volledig voorziet in de behoeften van de mensen, maakte het idee van een bio-industrie denkbaar en zelfs wenselijk. De moderne technologie maakte de bio-industrie mogelijk. Door de bio-industrie (net als de concentratiekampen) en de ellende daarvan aan het oog te onttrekken werd wat Bauman aanduidde als de "sociale productie van onverschilligheid" gegarandeerd.'

De combinatie varken en jood is in zo'n beetje alle opzichten een ongemakkelijke. Of het nou hieraan ligt of aan de algemeenheid en het weinig specifieke van de door Ankersmit (met dank aan Bauman) opgeworpen verklaring voor die andere 'modernistische massamoord', feit is dat de provocerende stelling weinig reactie heeft opgeroepen. Trouwens, het stormpje rond Robert Longs uitspraak is na het door de boerenorganisatie verloren kort geding ook verbazend snel gaan liggen.

Maar onontkoombaar is het beeld voor wie in Ysselsteyn kijkt. De varkensschuren hebben de vorm van de barakken in Auschwitz en Treblinka, het landschap is het Poolse landschap uit de film Shoah van Claude Lanzmann.

Nog zo'n sinistere parallel: de electrocutiewagen waarmee vier jaar geleden bij het uitbreken van de varkenspest geëxperimenteerd is. Zo'n wagen stond toen ook op het erf van Lianne en Rens Huijben in Odiliapeel, 6 februari 1997. Al hun varkens gingen die dag, een voor een, achter elkaar die wagen in om een stroomstoot te krijgen die hun zenuwstelsel lamlegde. Het was het tweede bedrijf waar in Nederland pest geconstateerd werd.

De varkens waggelden, hadden rode traanogen, vocht druppelde over hun snuiten, de biggen hadden het ijskoud. Ze werden, zoals dat versluierend heet, geruimd. Alle varkensbedrijven in Odiliapeel werden geruimd. Odiliapeel is net zo'n dorp vol varkens als Ysselsteyn. Het ligt noordelijker, onder Uden, het is er lichter, de stallen zijn minder groot.

Lianne en Rens Huijben hebben de stallen weer vol vijfhonderd vermeerderingszeugen en 250 slachtvarkens. En het gaat ze hartstikke goed, juicht Lianne. 'De prijzen zijn heel hoog. Dat we dat mogen meemaken, had ik vijf jaar geleden niet kunnen dromen. We houden er dik geld aan over.'

Als de varkensprijzen nog even zo goed blijven, kunnen ze dit jaar de extra schuld van een half miljoen gulden aflossen. Terwijl nota bene de bank, de Rabobank, tijdens die pestperiode had geadviseerd om ermee te stoppen. 'Als we toen de kont niet tegen de krib hadden gegooid', zegt Lianne', 'had op advies van de bank nu half Odiliapeel leeggestaan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden