Dorothé kijkt alsof ze een ons witte heroïne heeft gesnoven

Dagboek

Niets in het leven blijft mij bespaard. Ik heb mij achter een stapel boeken en kranten verschanst in patisserie O Bacalhau Doce als er een verkreukeld vrouwmens binnenstuift. 'Hallootjes', brult ze met een vet-Brabantse tongval. Ik doe alsof mijn neus bloedt en begin aandachtig het interview met de Amerikaanse literatuurcriticus Harold Bloom te lezen: 'Jahweh, Allah, Jezus, en Mohammed zijn literaire verzinsels. Het is obsceen om in hun naam mensen te vermoorden.'

'Hallootjes daar. Gij zijt toch den Tuur?'

De Poffertjesman had mij al gewaarschuwd: door het dorp waart ene Dorothé die wil dat ik haar leven notuleer. Hoffelijk als ik ben, bied ik een kopje koffie aan. 'Ik begreep dat jouw leven een roman is', zeg ik met uitgestreken smoel. 'Steek maar van wal, vrouwke.'

Ze bestelt een glaasje medronho en begint te ratelen. Met een schuin oog lees ik verder in El País. De stokoude meester Bloom vindt dat een literatuurcriticus minimaal aan de volgende eisen moet voldoen: een diepgewortelde kennis van de filologie, Hebreeuws, Grieks, Latijn, Occitaans, de andere Romaanse talen en natuurlijk de geschiedenis van het Engelse idioma. Kom daar maar eens om bij Carel Maria Peeters, de gesjeesde student Nederlands die sinds 1945 de literaire gesel is van het gegarandeerd advertentievrije Vrij Nederland.

Af en toe richt ik mij tot het schepsel: 'Aha, dus toen ben je gescheiden. Drama! Ben je nog actief geweest als commercieel sekswerkster, dat doet het ook altijd goed in een boek.'

Ik doe net of ik van alles noteer, maar maak gewoon een lijstje van Blooms favorieten: Paul Valéry, Georg Trakl, Giuseppe Ungaretti en Roberto Bolaño. Met hen kan ik straks mooi dwepen op internet. Wat zal ik eigenlijk met de Kerst gaan doen? Ik kan natuurlijk naar de spectaculaire kerstgalavariétéshow van de Nederlandse Club Algarve, maar daar voel ik me niet meer zo op mijn gemak sinds het echec van mijn lezing over coprografie en catharsis in het werk van de Rotterdamse schrijver A. Moonen. De zaal rolde spontaan leeg en zelfs de hoofdsponsor van de avond, incontinentieslipmogul Tena, was woest op mij. 'Poepoe', verzuchtte ik, 'ik ben ook maar de brenger van de grote boodschap hoor.'

Na een uurtje ben ik er wel klaar mee. 'Lieverd, ik vind het allemaal fantastisch. Voor 5 duizend eurootjes ben ik je man. Prix d'ami!'

Dorothé kijkt alsof ze een ons witte heroïne heeft gesnoven. Ze kan natuurlijk ook haar RIAGG-dossier online zetten. Dat kost nakkes nada.

Beeld Gabriël Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.