Doping in het schaatsen

Dopingcontroleur KNSB: ‘Ik had er geen moer mee te maken’

Frans Pellikaan geldt als een pionier op het gebied van dopingcontroles. Het is zijn koffertje dat na het EK schaatsen in 1985 zoek raakt. Hij wordt er door de internationale schaatsbond voor op de vingers getikt. ‘Dat ik voortaan op mijn rotzooi moest letten.’

Frans Pellikaan Beeld Harry Cock / de Volkskrant

‘Het was de directeur van de schaatsbond KNSB die me belde’, zegt dopingcontroleur Frans Pellikaan. ‘Hij vertelde dat het koffertje weg was. Het was net gebeurd. Ik herinner me dat ik verbaasd was. Ik dacht: hoe is het mogelijk? Die avond hebben we het nog helemaal niet over een verdachte gehad. Maar hij was nog meer in paniek dan ik op dat moment.’

Pellikaan (86) haalt het koffertje uit zijn schuur waarmee het allemaal begon. Het is een kopie van het koffertje met urinestalen dat op zondag 12 januari 1985 na het EK schaatsen wordt ontvreemd uit het dopinglab van het Radboud Ziekenhuis in Nijmegen. Een zwaar, houten kistje, verzegeld met een stempel van de KNSB. In het koffertje zaten de urinestalen van twee Oost-Duitse schaatsers en die van Yvonne van Gennip en Ria Visser, die dat weekend onverwacht succesvol waren op het buitenijs in Groningen.

Voor het eerst praat dokter Pellikaan, de arts die dertig jaar lang de dopingcontroles in het internationale schaatsen verrichte, openlijk over het verdwijnen van zijn koffertje. Hij was de man die het kistje ontwierp en gebruikte, een pionier op het gebied van de dopingcontroles. Maar toen na het EK het koffertje zoekraakte, tikte de internationale schaatsunie hem op de vingers.

Het mysterie van het dopingkoffertje ontrafeld

Twee topschaatsers verbazen iedereen met hun prestaties. De volgende dag zijn de urinemonsters van Yvonne van Gennip en Ria Visser verdwenen. Waar was het koffertje waar ze in werden bewaard? 33 jaar lang wilde niemand er over praten. Tot nu.

Wat betekende het voor u dat het koffertje werd gestolen?

‘Niks. Ik heb het koffertje die avond meegegeven aan Jan Kleine, bestuursvoorzitter bij de KNSB. Hij heeft het keurig afgegeven en de portier van het dopinglaboratorium in het Radboud heeft getekend voor ontvangst.’

Toch werd de schuld bij u neergelegd.

‘Ik had er geen moer mee te maken. Maar ik kreeg inderdaad een koud briefje van de internationale schaatsbond ISU. Dat ik voortaan op mijn rotzooi moest letten. Ik was verontwaardigd. Wat had ik daarmee te maken? Strikt genomen was het lab verantwoordelijk, omdat zíj het koffertje hadden afgegeven.’

Had u na dat telefoontje een idee wie het koffertje had gestolen en waarom?

‘Kijk, wanneer ontvreemd je wat? Als er wat mis mee is. Over de dader hoefde ik niet zo lang na te denken. Mijn boerenverstand zei me dat er maar één was die echt van de hoed en de rand wist. En dat was dokter Pluijmers (ploegarts van de KNSB, red.). Maar zeker wist ik dat niet natuurlijk.’

Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Kunt u zich de dopingcontrole van dat weekend nog herinneren?

‘Ik zie de schaatsers nog zitten op dat bankje in de kleedkamer. Ze waren aan het wachten op de dopingcontrole, met bondsarts Pluijmers ernaast, en ze zaten dicht tegen elkaar aan. Het zag er klef uit. Ze zaten er terneergeslagen bij, als natgeregende tortelduifjes op het dak. Ik had geen idee waarom. Welke conclusie je daaruit moet trekken, dat weet ik niet. Klaar.’

De Friese dokter Frans Pellikaan was jarenlang een begrip onder schaatsers. Van 1976 tot 2007 verzorgde hij vrijwel alle dopingcontroles in Nederland. Hij zag alle schaatsers aan zich voorbij trekken, van Rintje Ritsma tot Sven Kramer, van Yvonne van Gennip tot Ireen Wüst. ‘Van Wüst kreeg ik nog een kaartje’, zegt hij. ‘Omdat u altijd zo goed de dopingcontrole verzorgt, schreef ze me.’

Wanneer heeft u het koffertje ontworpen?

‘Meteen toen ik begon. Want er was helemaal niks. Ja, een papier met een paar regeltjes erop. Nu is er een heel boekwerk met procedures van de internationale schaatsbond, maar toen rotzooide iedereen maar wat aan – in de goede zin van het woord dan. Dus ik moest me maar redden. Ik ben samen met de lokale timmerman aan de slag gegaan. Het geheim van dit koffertje is dat het verlijmd én getimmerd is. Je kunt alleen bij de flesjes door het koffertje te verwoesten of door het zegel te verbreken.’

U testte alleen urine. Hoe ging u te werk?

‘Ik regelde altijd een chaperonne voor de schaatsers die getest moesten worden. Binnen een uur na de wedstrijd moesten ze zijn getest. Die chaperonnes gingen ook met de vrouwelijke schaatsers mee naar binnen in het toilet, om te kijken of ze zelf plasten. Bij de mannen keek ik meestal zelf. Nooit problemen mee gehad.

‘De flesjes sloot ik af met rode lak. Eerst verzegelde ik ze met mijn eigen zegelring, maar die ging naar de filistijnen. Na een paar jaar heb ik een apart stempel laten maken door de KNSB.’

Wanneer betrapte u de eerste schaatser?

‘Ik was pas twee, drie jaar bezig toen ik een positieve uitslag had van een marathonschaatser bij de veteranen. Hij had testosteron gebruikt. Een man van 54. KNSB-bestuurder Jan Charisius is na een wedstrijd op hem afgestapt. Hij zei: ‘Je weet wel waarom we bij je zijn, hè? Je was positief.’ Ja, zei die man. ‘Niet weer doen, hè?’, zei Charisius tegen hem in het Fries. En dat was het.’

Wat vond u daarvan?

‘Wat kon mij het schelen of die man voor het gerecht moest komen? Dat bepaalde het bestuur. Het zou mij verder worst zijn. Ik heb die man daarna nooit meer gecontroleerd. Welnee, joh. Die was zich doodgeschrokken.’

Hoeveel schaatsers hebt u in totaal positief getest?

‘Een stuk of vier, vijf. Maar het heeft nooit geleid tot een veroordeling. In de zaak rond Jos Pronk, die zei dat hij een paar flesjes hoestdrank van Natterman op had, verloor de KNSB op procedurefouten. In een andere zaak ging het om een dame. Zij werd betrapt met groeihormoon, maar ze beweerde dat ze een stuk vlees had gegeten van de plek waar een koe was geïnjecteerd. Dan weet je het wel: dat viel niet hard te maken.

‘De laatste die ik positief testte, was een schaatser die daarvoor in de kernploeg had gezeten. Hij was overgestapt naar de marathon omdat hij het in de lange baan niet redde. Die zaak is uiteindelijk nagerekend door professor Van Rossum, het hoofd van het dopinglaboratorium in Nijmegen. Hij zei: dit is zo’n lage waarde dat je er niet aan moet beginnen, want als hij in beroep gaat heb je geen poot om op te staan. Van de KNSB moest ik toen met de schaatser gaan praten. Bij een hotel langs de rijksweg sprak ik met hem af. Ik zei: ‘Moet je eens luisteren, jong, dit was kantje boord. Je hebt mazzel gehad, maar denk erom. De KNSB vond dat ik hem daarna meteen weer moest controleren. Dat heb ik natuurlijk niet gedaan. Toe nou. Dat was eind jaren tachtig. Daarna heb ik geen positieve gevallen meer gehad.’

Video: Hoe urinestalen Yvonne van Gennip en Ria Visser verdwenen

Zat u weleens te hopen op een positieve test?

‘Nee.’

Echt niet?

‘Als het lab niks vindt, wie ben ik dan om daarop te hopen? Voor mij was het vooral belangrijk dat de procedures correct verliepen. Want zodra iemand positief wordt bevonden, is dat het eerste waar ze naar kijken: heeft de arts het protocol gevolgd? Ik moest het goed doen. De rest interesseerde me niet.’

Had u nooit vermoedens?

‘Doping houdt echt niet op bij de ijsbaan. Echt niet. Je kunt me nog meer vertellen. Maar ze moeten het wel vínden natuurlijk. En je controleert er maar zo weinig. Ik vond het wel belangrijk om out of competition te controleren. Daar werd al langer om gevraagd, maar de bond had te weinig geld. Pas toen dokter Karsten uit Haarlem in 1992 op tv had gezegd dat schaatsers uit de kernploeg doping hadden gebruikt, zei de directeur tegen me: jij gaat out of competition controles doen. Ik zei: nou, prima.

‘Ik ging overal heen. Texel, Inzell, Davos. Meestal was ik ’s ochtends voor 7 uur al aanwezig. Zodra de jongens en meisjes beneden waren, moesten ze bij mij plassen – klaar. Ik kondigde nooit aan dat ik kwam. Na twee jaar reserveerde ik bij het hotel al niet meer onder mijn eigen naam. Ik besprak altijd onder ‘Van der Laan’, want het ging als een lopend vuurtje dat ik er was natuurlijk. Ik heb nooit problemen gehad. Mensen vonden het prachtig dat ik er was.

‘Eén keer kwam ik ’s ochtends aan bij een trainingskamp op de Veluwe. Toen ik coach Peter Mueller om half acht uit bed haalde, zei hij: hi doc, u heeft pech, dit was de laatste dag van hun training. De helft was al weg. Maar dat is de enige keer dat ik schaatsers ben misgelopen. Nou, toen zat ik daar om acht uur met Mueller aan de poffertjes.’

Probeerden schaatsers u weleens te beïnvloeden?

‘Ik had niet de indruk. Bovendien was ik daar compleet ongevoelig voor. Eén keer probeerde iemand me wat te flikken, na de marathon in Heerenveen. Die man kon niet plassen, dus ik zei: ga maar even een rondje lopen. Toen hij terugkwam had hij ineens een flesje bij zich. Ik zei: nou moet je opletten. Ik loop naar de wasbak en giet het zo leeg. Het was 2 uur ’s nachts voordat hij en ik de deur uitliepen.’

Waarschuwde u schaatsers weleens?

‘Eén keer. In het begin kreeg ik altijd de waarden door van het lab, dus ik zag al snel dat Geir Karlstad uit Noorwegen met zijn testosteron steeds bijna tegen de 6 aanzat. Na twee jaar zei ik tegen hem: Geir, ik weet niet of jij wel of niet gebruikt, maar jij moet hier even naar laten kijken. Want je hoeft maar iets omhoog en dan zit je over die 6. En dan heb je een probleem. Het jaar daarop kwam Geir met een rapport aanzetten. A4-tjes van het ziekenhuis dat hem uitvoerig had getest op testosteron. Daar kwam uit dat hij altíjd zo hoog zat, dat dit lichaamseigen was.’

Dat geloofde u?

‘Wie ben ik om dat niet te geloven? Dit was een onderzoek van het ziekenhuis. Een paar weken later werd ik ineens gebeld door een journalist van het AD: of ik wist dat Karlstad een vrijbrief had voor het gebruik van doping? Ik schok. Nee, natuurlijk niet, zei ik.’

Vond u dat de beste manier? Om hem te waarschuwen?

‘Ik zou niet weten waarom niet. Ik had er geen moeite mee om die jongen eventueel tegen zichzelf in bescherming te nemen. En ik zou zeggen: als je werkelijk gebruikt, dan schiet je er ook een keer doorheen.’

Waarom bent u gestopt met de controles?

‘De KNSB heeft het jaren volgehouden om zelf de controles te doen. Maar in 2007 moest het naar het WADA (wereldantidopingagentschap, red.). Toen vond ik het mooi geweest.’

Bent u tegen doping?

‘Nee. Nou ja, het was niet zo dat ik het propageerde. Zeker niet. Ik vind dat sporters gelijke kansen moeten hebben. Maar als sporters menen dat ze dat moeten gebruiken, dan is dat hun eigen verantwoordelijkheid.’

Doping in het schaatsen

Eindelijk is er een ontknoping in een dopingmysterie dat al ruim dertig jaar boven de Nederlandse schaatssport hangt. Hoe onze journalisten tot die ontdekking kwamen, een overzicht van eerdere dopingaffaires in het schaatsen en waarom een gebeurtenis van ruim dertig jaar geleden ook nu nog relevant is, daarover leest, ziet en hoort u hier meer.

Na een anonieme tip en maandenlang graafwerk kwamen er verrassende bevindingen uit het onderzoek naar doping in de schaatssport rollen. U hoort erover in deze aflevering van onze podcast Het Volkskrantgeluid

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.