Doping: er zijn geen onschuldigen

Twee films over doping in de sport zijn na alle ophef over Lance Armstrong nóg actueler. Ze laten overtuigend zien dat er geen onschuldigen zijn.

Ben Johnson (derde van links) wint de 100-meterfinale op de Olympische Spelen in Seoul.Beeld Getty Images

In 1984 voegt arts Jamie Astaphan zich bij het Canadese atletiekteam van trainer Charlie Francis. Daarvan maken onder anderen sprinters Ben Johnson en Angella Issajenko deel uit. De Spelen van Los Angeles zijn net achter de rug. Ze zullen later, naar het populairste dopingmiddel van die jaren, worden gekarakteriseerd als de 'Spelen van het groeihormoon'. Nu maken anabole steroïden hun opmars. Ze zorgen voor sterkere spieren en een sneller herstel na zware trainingen.

Ben Johnson is op jacht naar Carl Lewis, de Amerikaanse wonderboy die in LA vier keer goud heeft gewonnen, waaronder op het koningsnummer, de 100 meter sprint. Johnson is niet buitengewoon getalenteerd; bovendien houdt hij de maximale krachtsinspanning maar vol tot ongeveer 60 meter.

Trainer Francis weet wat er zich afspeelt in de atletiekwereld en legt zijn atleten het dilemma voor: 'Neem je doping en probeer je te winnen, of ben je tevreden met eeuwig verlies door ervan weg te blijven?' Dokter Astaphan is nog stelliger: 'If you don't take it, you won't make it.'

Issajenko wordt in die tijd keer op keer vernederd door de gedrogeerde Oost-Duitse sprintsters en Johnson ziet hoe machteloos hij is tegen Lewis en anderen. Als Francis hem op de man af vraagt of hij bereid is verder te gaan dan louter hard trainen, denkt Johnson drie weken na, vertelt zijn moeder niets, en zegt ja.

Bij de Spelen van 1988, in Seoul, moet het gebeuren, daar moet de arrogante Lewis worden verslagen - hoe dan ook.

In 1988 is Johnson uitgegroeid tot een Jerommeke en hij wint the Big One, in een wereldrecordtijd van 9,79 seconden. Johnsons eindtijd is de titel van de documentaire van de Engelsman Daniel Gordon. Die verwierf faam met The Game of Their Lives, over het Noord-Koreaanse voetbalteam dat deelnam aan het WK voetbal van 1966. In 9,79 laat hij de deelnemers aan de 100-meterfinale in Seoul aan het woord, naast artsen, dopingcontroleurs en trainers. Onder hen Dr. Don Catlin, hoofd van het dopinglaboratorium tijdens de Spelen van 1984. Die had in de aanloop daarnaartoe meegewerkt aan een 'educatief programma' van de Amerikaanse atletiekbond, om atleten te informeren over doping. Pas later realiseerde hij zich wat hij had gedaan: de atleten bijbrengen hoe ze een positieve test kunnen voorkomen. Er telt, ook voor de Amerikaanse atletiekbond maar één credo: win gold - zonder te worden gepakt.

'Mensen willen geëntertaind worden', zegt Johnson tegen Gordon. 'Ze willen snelle tijden zien. Het kan ze niet schelen hoe je die verwezenlijkt.' Die overtuiging deelt hij met een meerderheid van de deelnemers aan de atletieknummers in Seoul.

Na de finale viert Johnson feest in zijn hotel. Tot er in de nacht op zijn deur wordt geklopt. Hij is betrapt, er is stanozolol gevonden in zijn urine. 'They finally got me', zegt hij. Een van de grootste schandalen in de historie van de Spelen is een feit. Lewis krijgt alsnog het goud toegewezen, Johnson wordt afgevoerd als de verpersoonlijking van het grote kwaad in de sport. Hetzelfde oordeel valt 24 jaar later Lance Armstrong ten deel. Door Lancegate wint 9,79 sterk aan actualiteit.

Godzijdank hoedt Gordon zich zich voor oordeel of moralisme. Hij komt met feiten en verklaringen. Anders dan in de zaak-Armstrong, waarin goedkoop moralisme, selectieve boosheid en hypocrisie de boventoon voeren, geeft hij de kijker inzicht in het perfide systeem dat topsport heet en dat 24 jaar later nog altijd bestaat. Dat is een stuk zinvoller dan de heilige verontwaardiging van sukkels. Gordon stelt, onuitgesproken, de vraag: welk monster hebben wij met z'n allen - media, publiek, sponsors, bonden, medici, trainers en atleten - gebaard?

In zijn documentaire When heroes lie gaat de Finse regisseur Arto Halonen op dezelfde manier te werk: geen oordeel vellen, inzicht verschaffen. Zijn verhaal begint bij het WK langlauf in Lahti, Finland, van 2001. Anabolen zijn niet hip meer, we zijn inmiddels aanbeland in de periode van epo en bloeddoping. Andere landen zijn de Finnen al geruime tijd de baas en daar moet een einde aan komen, zeker nu het wereldkampioenschap plaatsvindt in eigen land.

De successen komen er. Maar al snel blijkt hoe: zes prominente Finse atleten worden positief bevonden. Het land is geschokt: hoe kan dat nou? Uit Halonens reconstructie blijkt hoe de atleten de sluitpost vormen van een dopingsysteem waarin de Finse skibond, artsen, sponsors en media participeren. Allemaal hebben ze een commercieel belang bij goede prestaties.

Een prominente rol in de documentaire is weggelegd voor Tapio Videman, autoriteit op het terrein van bloeddoping, zowel wat onderzoek als verstrekking betreft. 'Goud is belangrijker dan de Nobelprijs', zegt hij tegen Halonen. In de 'heilige drieëenheid' van sport, media en markt is doping het smeermiddel. Voorwaarde is dat publiek en sponsors de illusie van 'schone sport' krijgen voorgezet. De atleten zijn gewillig: er staan ook voor hen miljoenen op het spel.

Halonens speurtocht leidt hem naar Italië, land van de beroemdste van alle dopingwetenschappers: Francesco Conconi, 'vader van de epo', leermeester van de trainer van Lance Armstrong, Michele Ferrari. Conconi, in de eerste helft van de jaren negentig ook adviseur van schaatskampioen Johan Olav Koss, heeft zijn kennis over bloeddoping van de Finnen. Lange-afstandsloper en olympisch kampioen Lasse Virén experimenteerde er al mee tijdens de Spelen van 1976. Een interview met de dottore is uitgesloten, net als in het wielrennen regeert ook in het langlauf de omertá. Maar een van Conconi's leerlingen die zijn dopingkennis niet commercieel exploiteert, Sandro Donati, wil wél praten. Zijn oordeel is kort en krachtig: 'Sport is a fraud'.

Don Catlin besloot recentelijk de urinemonsters van de Spelen van 1984 nog eens te onderzoeken, met de geavanceerde detectiemethoden van 2012. De resultaten blijken zo schokkend dat hij besluit er niets mee te doen: in praktisch alle samples vindt hij verboden stoffen.

'Uiteindelijk weerspiegelt sport onze samenleving', concludeert Halonen aan het eind van zijn fascinerende zoektocht naar waarheid en verklaring. 'Zal het ooit iets anders kunnen vertegenwoordigen dan wat wij zijn?'

Na het zien van 9,79 en When heroes lie ben je geneigd die vraag ontkennend te beantwoorden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden