Dopers verruilden geweld voor beschavingsoffensief

Het luguberste voorwerp op de tentoonstelling is de klem waarmee de tong van de doopsgezinde martelaar Hans Bret werd vastgeschroefd, zodat hij vanaf de brandstapel zijn ketterse boodschap niet meer zou kunnen verkondigen. In de 16de eeuw waren de doopsgezinden de belangrijkste slachtoffers van de Spaanse Inquisitie. Ongeveer 1.600 van de 2.000 geëxecuteerde ketters waren doopsgezind.


In het gebouw van de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam opende onlangs een tentoonstelling over de doopsgezinden, mede naar aanleiding van een aantal jubilea, zoals de 450ste sterfdag van de grote voorman Menno Simons. De dopers vormen een kleine, relatief onbekende tak van het protestantisme, die niettemin een belangrijke rol speelde in de Nederlandse geschiedenis. Het verhaal van deze geloofsrichting wordt verteld aan de hand van ruim veertig portretten van bekende en minder bekende doopsgezinden, onder wie de dichter Vondel, de schrijfster Aagje Deken, de schilder Govert Flinck, de kooplieden Teyler van Hulst en Van Eeghen, de encyclopedist Winkler Prins en Cornelis Lely, de man achter de Afsluitdijk en de Zuiderzeewerken.


De naoorlogse secularisering heeft ook de doopsgezinden getroffen. Op dit moment telt Nederland nog 7.800 dopers. Wereldwijd groeit deze geloofsrichting, vooral in Afrika en Noord-Amerika. De bekendste doopsgezinden zijn de Amerikaanse Amish, een zeer conservatieve tak waar veel gelovigen nog altijd met paard-en-wagen rondrijden. 'Niet alle Amish zijn zo streng in de leer', zegt Adriaan Plak, conservator kerkelijke collecties en medeorganisator van de tentoonstelling. 'We hebben hier ook wel Amish ontvangen. Dan moet je toch echt met het vliegtuig komen. Maar er zijn ook Amish die geen knopen willen dragen, omdat knopen in de 17de eeuw van zilver waren en als een vorm van weelde werden gezien. Ze dragen alleen kleding met ouderwetse haken en ogen.'


Kenmerkend voor de doopsgezinden is dat zij pas op volwassen leeftijd worden gedoopt, nadat zij hun eigen geloofsbelijdenis hebben geschreven. Die volwassenendoop werd gepropageerd door de Zwitserse hervormer Zwingli (1848-1531). Maar toen de autoriteiten van Zürich vasthielden aan de kinderdoop, ging Zwingli overstag. Een groepje volgelingen scheurde zich toen af.


De doopsgezinden, ook wel wederdopers of anabaptisten genoemd, kregen een slechte naam door het schrikbewind van Jan van Leyden in het Duitse Münster. Hij nam in 1534 de stad over, introduceerde polygamie, liet alle boeken behalve de Bijbel verbranden en bracht tegenstanders om het leven. In 1535 pleegden volgelingen van Van Leyden een aanslag op het stadhuis in Amsterdam, waarbij burgemeester Pieter Colijn om het leven kwam. De volgende dag sloegen de Amsterdamse burgers terug. Tientallen dopers werden gedood.


De Nederlandse predikant Menno Simons (1496-1551) is de belangrijkste vormgever van de doopsgezinden. Ideologisch gooide hij het roer om. Hij zwoer geweld af: dopers mochten geen wapens dragen en ook geen overheidsambten bekleden. Onder Simons organiseerden de doopsgezinden zich in zelfstandige gemeenten, zonder centrale hiërarchie. 'Simons vond dat je het rijk Gods op aarde moest vestigen, in je eigen gemeente', zegt Anna Voolstra, historicus aan de Vrije Universiteit en medeorganisator van de tentoonstelling. 'Dat leidde soms tot extreme tucht. De gemeente moest 'sonder vleck of rimpel' zijn. Als iemand een fout maakte, kon zijn hele familie in de ban worden gedaan.' Simons gaf ook zijn naam aan de dopers, die soms ook mennonieten of menisten worden genoemd.


Simons is de enige kerkhervormer van Nederlandse bodem. De doopsgezinden verkondigden hun geloof ook eerder dan de calvinisten. Maar door hun afkeer van wereldse macht en hiërarchie werden zij al snel overvleugeld door de calvinisten. Tijdens de Republiek werden de doopsgezinden getolereerd. Ze richtten zich vooral op handel en nijverheid, waarin sommigen schatrijk werden. Langs de Vecht en het Spaarne werden sommige stukken de 'Menniste Hemel' genoemd, omdat dopers er enorme buitenhuizen lieten bouwen. In het rampjaar 1672 leenden Doopsgezinden de staat een miljoen gulden, ter financiering van de vloot.


De rijke doopsgezinden speelden een belangrijke rol tijdens de 18de-eeuwse Verlichting. 'Ze waren de voortrekkers in het beschavingsoffensief. Mensen moesten worden opgevoed tot deugdzame burgers', zegt Anna Voolstra. Zo richtten dopers de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen op, talloze genootschappen op het gebied van kunst en wetenschap, alsmede de eerste woningbouwvereniging. 'Het bijzondere van zulke initiatieven was dat zij voor iedereen bedoeld waren, niet alleen voor mensen van het eigen geloof.'


Zo ontwikkelden de doopsgezinden zich na een gewelddadig en sektarisch begin tot een niet-dogmatische en tolerante geloofsrichting die geruisloos opging in de Nederlandse samenleving. 'Veel doopsgezinde gemeenten beschouwen het eigen geloof ook niet als de enige ware kerk', zegt Adriaan Plak. 'Dat is toch bijzonder voor een religie.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.