Dope in de djellaba

Leiders van de Marokkaanse gemeenschap in Nederland maken zich zorgen over de groeiende invloed van de drugsmafia. De lucratieve smokkel van hasj uit Marokko, die vroeger vooral in handen van Nederlanders was, corrumpeert moskeebesturen en jeugd....

Marjani stond op de vierde rij tijdens het vrijdaggebed in een Marokkaanse moskee in Rotterdam. Hij had goed zicht op een man die rechts een paar rijen voor hem stond. De man genoot in de Marokkaanse gemeenschap groot aanzien. Als teken van zijn status droeg hij een smetteloos witte djellaba.

Zijn hoofd was bedekt met de puntmuts die bij dit lange islamitische gewaad hoort. Toen hij zich voorover boog voor het gebed, zag Marjani plastic zakjes met wit poeder uit de muts vallen. Razendsnel pakte de man de zakjes van de grond. Niemand leek iets gezien te hebben.

Na afloop praatte de man nog even na met andere bezoekers uit de eerste rijen, traditioneel de belangrijkste plaatsen. Ze werden ingenomen door werknemers van het Marokkaanse consulaat, hun familieleden en kennissen, employés van grote banken en fqih's, godsdienstleraren en leraren Arabisch. De man schudde lachend de hand van de imam en stapte met een paar andere bezoekers in zijn Mercedes.

Zoals gebruikelijk na de gebedsbijeenkomst ging het groepje bij een van hen eten. De minder belangrijke moskeegangers verspreidden zich. De man stond bekend als een weldoener voor de moskee. Tijdens de vastenmaand ramadan schonk hij geld om schapen te kopen en onlangs had hij het moskeebestuur 25 duizend gulden aangeboden. Het bestuur aarzelde, want het was algemeen bekend dat de man drugshandelaar was. Maar alleen God mocht oordelen. Het b tuur besloot het geld aan te nemen en het 6oor de riolering van de moskee te gebruiken, onder het motto: smerig geld voor smerige zaken.

Marjani heeft een uitgebreid netwerk van familieleden, vrienden en kennissen in de Marokkaanse gemeenschap en hij maakt zich zorgen over de invloed van de drugsmafia in moskeeën. Uit angst voor repercussies vertelt hij zijn verhaal onder een schuilnaam.

De eerste die openlijk sprak over de groeiende verweving van drugsmafia en moskeeën was Halim El Madkouri, werkzaam bij het landelijk Inspraakorgaan Marokkanen en Tunesiërs in Utrecht. Hij sloeg alarm over de infiltratie van drugshandelaren in moskeeën en zegt nu dat de aantrekkingskracht van de drugshandel op jongeren grote spanningen oplevert in de Marokkaanse gemeenschap.

El Madkouri: 'Naar aanleiding van het verhoor van Frank Bovenkerk in de IRT-affaire is er een discussie op gang gekomen over cijfers. Bovenkerk beweerde dat de helft van de Turken en de Marokkanen in Nederland betrokken is bij de drugshandel. Daar is een hoop kritiek op gekomen. Maar het gaat niet om getallen, die kan niemand precies geven. Ik ook niet.

'Het probleem wordt daar echter niet minder om. De betrokkenheid van Marokkanen is inderdaad erg groot, en Bovenkerk zit er met zijn schattingen niet ver naast. Ouders zien met lede ogen dat hun kinderen bezwijken voor het gemakkelijke geld en dat de invloed van drugshandelaren toeneemt tot in de moskeeën.'

Saïd, een Marokkaan die jaren in een strenge moslim-organisatie in Rotterdam zat en nu met jonge Marokkanen werkt, en Saleh el Wazzani, een vooraanstaande moslim die eerst voor het ministerie van Justitie werkte en nu in Rotterdam, vallen El Madkouri bij. De drugshandel is een algemeen geaccepteerd verschijnsel geworden, ook onder Marokkanen van de eerste generatie. Het rapport van de commissie-Van Traa, dat naar verwachting eind deze maand verschijnt, zal constateren dat de banden tussen moskeeën en drugshandelaren steeds nauwer worden.

Naar schatting de helft van de besturen van de grotere moskeeën in Nederland bestaat uit mensen die bij de drugshandel of het witwassen van drugsgelden zijn betrokken. De drugsmafia gebruikt bij de moskee behorende winkels, banken en reisbureaus als dekmantel om te handelen, te wisselen en geld wit te wassen. Verder maakt de drugshandel gebruik van restaurants, supermarkten en koffieshops. Door in de moskeebesturen te gaan zitten, verwerven de drugshandelaars status en invloed.

Net als in Marokko stellen drugshandelaren in Nederland geld ter beschikking om moskeeën te bouwen. Overigens wordt het geld niet altijd geaccepteerd. Zo bood in een grote plaats in noord-Nederland een notoire drugshandelaar het bestuur van de moskee vier ton aan om een nieuwe moskee te bouwen: een ton cash en driehonderdduizend gulden lening tegen een te verwaarlozen percentage. Het moskeebestuur aarzelde lang, maar zag er - ondanks het aanlokkelijke aanbod - van af omdat het bang was zijn goede naam te verliezen.

Binnen de Marokkaanse gemeenschap blijft weinig geheim en tegelijk komt vrijwel niets naar buiten. Familiebanden en relaties tussen mensen uit hetzelfde dorp of stadje tellen sterk. Al wonen twee Marokkanen uit hetzelfde dorpje in heel andere delen van Nederland, ze hoeven maar met elkaar te bellen en ze weten precies wat er in de plaatselijke gemeenschappen speelt, en dus ook wie er handelt in drugs.

Eén ding hebben ze allemaal gemeen, de vuile was hangen ze niet graag buiten. Want wiens belang is daarmee gediend? Wie dat toch doet, loopt gevaar, net als degene die niet langer mee wil spelen met het drugsspel. Die wordt onder druk gezet om zijn mond te houden. Er staan te veel belangen op het spel.

Dat ondervond de 51-jarige A. Baha, een Marokkaan uit Leiden, die in augustus 1995 op heterdaad werd betrapt bij het uitladen van 5600 kilo hasj op het terrein van een slachthuis in Leiden. De man zat op de eerste rij in de Leidse moskee. Hij sprak en schreef Nederlands en kon zo zijn geloofsgenoten van dienst zijn. Als eigenaar van een 'import- en exportzaak', deed hij al jaren zaken met onder anren de minister van Energie van Libië.

Zo verstuurde hij complete windmolens die in de woestijn werden geplaatst. Omdat Nederland hem niet zo beviel, wilde hij terug naar Marokko. Daar zou hij met steun van zijn Libische connectie een pvc-fabriek opzetten.

Maar het geld kwam niet en hij keerde terug naar Nederland, waar hij met geld van de Libiër een Grieks restaurant in Katwijk wilde beginnen. Inmiddels had hij een schuld van vijf ton opgebouwd die hij snel moest aflossen. Zijn advocaat, M. Roest: 'In de Marokkaanse gemeenschap wordt op een andere manier contact gelegd dan bij ons. Misschien dat mijn cliënt in een groentezaak of in de moskee heeft laten vallen dat hij in problemen zat.'

In ieder geval vroeg 'een vage kennis uit noord-Marokko' Baha opslagruimte te huren voor tweedehands auto-onderdelen die 'via geëigende kanalen' naar Marokko vervoerd zouden worden. Daarmee zou hij snel geld kunnen verdienen. Het was februari 1995.

Al de eerste keer dat hij een ruimte had gehuurd, kwam de man erachter dat het om hasj ging, aldus de advocaat. Baha weigerde mee te werken, maar werd ontvoerd en bedreigd. In arren moede ging hij door en elke keer als er gebeld werd, reed hij naar verschillende loodsen om ze open te doen. Het ging goed tot augustus. Op dat moment verbleef Baha in Casablanca waar hij een telefoontje kreeg dat hij direct naar Nederland moest vliegen om opslagruimte te regelen. Hij vloog via Parijs, maar miste zijn aansluiting.

Roest: 'Mijn cliënt was zo in paniek dat hij geen auto huurde.' De rechtbank constateerde later droogjes dat de taxirekening, die bijna tienduizend gulden bedroeg, kennelijk geen probleem opleverde. Tijdens het uitladen, dat hij volgens de advocaat door stom toeval samen met zijn vrouw deed, werd Baha betrapt. De eis luidde 3,5 jaar voor de man en anderhalf voor de vrouw.

Volgens de officier van justitie vervulde Baha een belangrijke rol in een criminele organisatie die grote hoeveelheden drugs binnensmokkelde en daar zeer goed aan verdiende. Hij wees erop dat de man vrachtauto's en loodsen onder valse naam huurde en bepaald niet amateuristisch te werk was gegeaan. Onlangs werd het vonnis geveld: de man kreeg 2,5 jaar onvoorwaardelijk. Zijn vrouw kreeg vier maanden.

Roest zegt dat zijn cliënt maar een klein schakeltje is in een heel lange keten en dat het begin welhaast aan de top in Marokko moet liggen. 'Wie zulke grote hoeveelheden vervoert en kan laten vervoeren, kan niet van enig belang zijn ontbloot.' Volgens de advocaat, die ook het bestuur van de Marokkaanse moskee in Leiden als cliënt heeft, is het 'zeer wel denkbaar en zeer wel mogelijk' dat de drugsmafia steeds meer invloed krijgt in moskeeën. 'Maar ik weet zeker dat dit in Leiden niet gebeurt.' Volgens hem is de financiering van nieuwe moskeeën, onder meer in Leiden, in han mannen uit het Midden-Oosten, Libië, Tunesië of Marokko.

Saleh el Wazzani is niet alleen bezorgd over de invloed die de mafia krijgt op moskeeën, maar ook op andere organisaties die oorspronkelijk zijn opgezet om Marokkanen te helpen. Vooral jongerenorganisaties. Hij noemt als voorbeeld Abu Aqraq, een Rotterdamse organisatie. De voormalige voorzitter van de organisatie zit nu vast in Frankrijk, veroordeeld wegens smokkel van harddrugs. Hij had in het pand ook plaats ingeruimd voor zogeheten runners.

Regelmatig worden er besloten bijeenkomsten gehouden. Daar krijgen mannen die zich loyaal hebben betoond aan de Marokkaanse autoriteiten in Nederland een medaille opgespeld en een carte blanche uitgedeeld waardoor ze zich in Marokko zonder bureaucratische bemoeienis kunnen bewegen. Het bestuur erkent dat de voorzitter gevangen is genomen, maar wijst erop dat Abu Aqraq nu niets meer met de man van doen heeft.

El Wazzani weet dat er is gehandeld in het gebouw. In Gouda heeft een lid van de mafia geprobeerd in het bestuur van een andere jongerenvereniging te komen, maar dat is op het laatste moment verhinderd. Er bestaan sterke vermoedens dat sommige van deze door de Nederlandse overheid gesubsidieerde organisaties een dekmantel zijn voor drugshandel.

Saïd, die dagelijks met Marokkaanse jongeren werkt, zegt dat het voor hen moeilijk is aan de verleiding van de handel weerstand te bieden. Wat doe je als iemand vijfduizend gulden aanbiedt om wat spullen voor een paar maanden in huis te bewaren. Je hoeft het niet te transporteren, niet aan te raken en niet te verstoppen. Het wordt allemaal voor je gedaan. Of waarom zou je als jongere niet af en toe duizend gulden ontvangen door een ritje te maken als koerier, of in de trein een tas weg te brengen van Enschede naar Amsterdam. 'De overheid neemt te weinig maatregelen, er zijn veel schoolverlaters, dan gaat er misschien een brief naar de ouders, dat is alles. Er worden ook veel vrouwen als koeriers ingezet, dat valt minder op, en de kinderen worden steeds jonger', zegt Saïd.

Een vaak gehoorde beschuldiging is dat de Marokkaanse autoriteiten nauwe banden onderhouden met drugshandelaren. Ook in Nederland. Dat werd eind vorig jaar voor de radio bevestigd door een lid van de Amicales, een rechtse organisatie die bekend staat als de rechterhand van de Marokkaanse regering.

Ook onderhouden de Marokkaanse autoriteiten sinds jaar en dag goede contacten met moskee-besturen. In 1993 raakte de Unie van Marokkaanse Moskee Organisaties in Nederland (Ummon), de grootste koepelorganisatie, in opspraak toen zij ervan werd beschuldigd een verlengstuk te zijn van de Marokkaanse regering. Aanleiding was een beschuldiging door het Nederlands Centrum Buitenlanders (NCB) dat de Ummon moskeegangers intimideerde, met de bedoeling ze in het gareel te houden.

De Ummon spande een rechtszaak aan tegen het NCB en verloor. Er werden kamervragen gesteld en de BVD begon een onderzoek. De dienst constateerde in een openbaar rapport uit 1994 dat de klachten 'voor een belangrijk deel terecht waren'. Strafrechtelijk viel er niets te bewijzen, maar de ernst van de klachten was er niet minder om.

Vanwege de relaties met Marokko wil niemand zijn vingers branden, ook niet machtige organisaties als de Europese Unie. Zo lekte vorig jaar een rapport uit van het toonaangevende Observatoire Géopolitique des Drogues (OGD), dat onder meer voor de Verenigde Naties werkt. Het OGD beschikt over een netwerk van informanten. De conclusie van het rapport luidde dat in Marokko regeringsfunctionarissen van hoog tot laag zijn betrokken bij de drugshandel. Ook fundamentalistische leiders varen er wel bij.

Het rapport bevestigt dat het land de grootste exporteur van hasj ter wereld is en onthult dat de regering zelf met luchtfoto's nauwkeurig bijhoudt hoeveel hasj er wordt verbouwd. Het rapport meldt ook dat niet alleen de regering tot op 'zeer hoog' niveau, maar ook leden van de koninklijke familie direct bemoeienis hebben met de handel in hasj.

Verleden week meldde de Spaanse krant Diario 16 dat in 1994 een vrachtwagen met vijf ton hasj werd aangehouden in een wagen die fruit vervoerde van de Koninklijke Domeinen, een bedrijf dat in handen is van de Marokkaanse koninklijke familie.

De koning kondigde in 1992 een offensief aan tegen de drugshandel, maar daar is volgens het OGD bitter weinig van terecht gekomen. Verleden week werd voor de Spaanse kust de tot nu toe grootste vangst van uit Marokko afkomstige hasj gedaan: 36 tob. Marokko is naar schatting van het Franse instituut in staat duizend ton hasj per jaar te produceren. Het grootste deel verdwijnt via de zogeheten 'couscous-connectie' naar het buitenland.

De EU, opdrachtgever van het Franse instituut, weigerde het rapport aan te nemen. De Unie zei geen politie-instelling te zijn, en vond bovendien de beschuldigingen te 'dun'. Aan de weigering lijken politieke motieven ten grondslag te liggen. Niet alleen kan Marokko een bondgenoot zijn in de strijd tegen fundamentalistisch geweld, ook spelen er grote economische belangen, bijvoorbeeld op gebied van de visvangst.

De Marokkaanse overheid spoorde aanvankelijk de met naam en toenaam genoemde functionarissen en notabelen aan een proces tegen het OGD te beginnen om hun goede naam te zuiveren. Uiteindelijk werd verleden week besloten een soort parlementaire enquête in te stellen naar aanleiding van het uitgelekte rapport.

Er zijn nauwelijks officiële cijfers, maar de directe betrokkenheid van Marokkanen bij drugshandel in plaatsen als Amsterdam, Rotterdam, Hilversum en Leeuwarden is aanzienlijk. Over de aanwezigheid van notoire drugshandelaars in de moskee doet niemand meer moeilijk. De man die zijn dure auto dwars op de stoep voor de moskee zet en de bekeuring na afloop van de bijeenkomst nonchalant verscheurt, oogst bewondering. Met lede ogen zien sommigen dat geld en macht belangrijker zijn geworden dan een leven volgens islamitische normen en waarden.

Maar geen imam zal het zijn gemeente zeggen. Hij heeft geen rechtspositie en wie kritiek levert, staat op straat. Koning Hassan II is als afstammeling van de profeet Mohammed ook de geestelijke leider van de geloofsgemeenschap. Geen imam zal het in zijn hoofd halen een kritische noot te kraken over de koning, zijn familie of de regering.

De gelovige die zich zou durven of willen bemoeien met de handel en wandel van een drugshandelaar die in zijn nabijheid de salaat, het voorgeschreven gebed verricht, is zijn leven niet zeker. In Nederland kost het volgens Marokkaanse informanten tussen de driehonderd en vijfhonderd gulden om iemand te laten ombrengen.

Umar, een jonge moslim, betreurt het dat de voorschriften van de islam met voeten worden getreden. Hij weet dat hij niet mag oordelen over de bezoekers van zijn moskee - dat mag alleen God - maar hij vindt het onaanvaardbaar dat moskeeën geld aannemen van drugshandelaren. 'Eerst zaten de kinderen in de drugs, nu doet de eerste generatie, de vaders, ook mee. Volgens de islam is het goed om hard te werken en veel geld te verdienen, maar in Marokko draait het alleen nog maar om het grote geld.

'Dat gaat ook hier steeds meer gebeuren. De grote mos ën in Nederland beginnen nu met winkels. Je kunt er goed wisselen. Handelaars met elke soort valuta zijn bij de moskeeën te vinden. Je krijgt er meer dan op de bank. Als je je geld in Marokko uitbetaald wilt krijgen, staat zo'n wisselaar daarvoor garant.' Volgens Umar en anderen dreigt de Marokkaanse islamitische gemeenschap in Nederland dezelfde trekken te gaan vertonen als die in Marokko.

Dat er bij dit soort praktijken sprake is van lucratieve handel bewijst de Ramola-zaak. Het betrof de eerste grote hasj-affaire in Nederland, waarin niet Nederlanders maar Marokkanen de hoofdrol speelden. Onder de codenaam Ramola, Rabo Money Laundry, werd een onderzoek gedaan naar twee Marokkaanse bendes die met hun drugshandel volgens het Openbaar Ministerie vierhonderd miljoen gulden in twee jaar hebben omgezet. De zaak kwam aan het rollen nadat een vestiging van de Rabo-bank in Utrecht de politie tipte over grote hoeveelheden valuta die werden gewisseld.

Deze week werden twee verdachten tot vier jaar veroordeeld wegens hulp bij het witwassen van drugsgeld. Verleden jaar werden negentien verdachten op vrije voeten gesteld omdat het OM had geweigerd informatie te verschaffen over een burgerinfiltrant, uit angst dat zijn identiteit bekend zou worden.

Inmiddels heeft het hof in Arnhem het OM wèl ontvankelijk verklaard, maar een aantal verdachten is al naar het buitenland gevlucht. Hoofdverdachte was de Marokkaan A., die naar schatting van de politie een kwart miljard gulden heeft witgewassen.

Saleh verbaast zich er steeds weer over dat zijn landgenoten zo gemakkelijk de dans ontspringen. Zelf is hij niet betrokken bij drugshandel, maar hij kent mensen die af en toe werk verrichten. 'Iedereen in Rotterdam weet wie de grote bazen zijn. Iedereen weet dat de grote jongens de dans ontspringen omdat ze worden getipt. En als er acties worden gehouden in Rotterdam om de handel tegen te gaan, dan maken de heren gebruik van andere opslagplaatsen in het land.'

De drugshandel kent een onzichtbare elite die zijn opdrachten per fax geeft, een laag daaronder zitten handelaars die er geen geheim van maken dat ze goed geld verdienen. Hoewel de meeste koffieshophouders nauwelijks alleen van zo'n winkel kunnen leven, rijden ze vaak in grote auto's rond. El Wazzani wijst op de inmiddels naar Marokko uitgeweken eigenaar van koffieshop El Jadida, die in een Mercedes van drie ton rondreed. De man heeft nog twee broers die inmiddels in Marokko winkels, supermarkten, een benzinestation en een restaurant bezitten. En hij is bepaald niet de enige.

De investeringen in Marokko door in Nederland woonachtige Marokkanen zijn niet gering. De eerste generatie spaarde om een huisje te kopen om er na de pensionering te gaan wonen. Maar de overheid roept nu op te beleggen in appartementencomplexen, vakant orden, hotels en ander onroerend goed. Als teken van goede wil stuurt de mafia af en toe mooie geschenken naar Marokko. Marjani: 'Zo worden er geregeld dure auto's besteld vanuit Rotterdam, Brussel of Parijs, die richting paleis zouden gaan.'

Jonge Marokkanen kunnen snel geld verdienen in de drugshandel. Wie dat niet wil, heeft het lastiger. Zo tracht Saleh met zijn broer een eigen zaak op te zetten, een kleine supermarkt. Maar het papierwerk en de bureaucratie maken hem af en toe moedeloos. Zeker als hij bedenkt dat hij voor iets meer dan een ton een koffieshop kan kopen, een plek in het drugsnetwerk inbegrepen. Financiering is geen probleem.

Saleh kent veel mensen die snel rijk zijn geworden met geldtransport: 'Stel dat ik vijfhonderdduizend gulden meeneem. Dan staat er op het vliegveld in Marokko iemand te wachten. Ik hoef niet door de douane. Vaak zijn het vertegenwoordigers van een bank. Daar houd ik een aardig percentage aan over. Als een drugshandelaar dat niet wil, maakt hij vijf ton over naar Marokko, waar ambtenaren zich erover bekommeren. Tegen tien procent vergoeding. Maar dan heb je ook absolute garantie dat het is aangekomen.'

Hij vindt dat een onacceptabele weg. 'Maar stel dat het ons lukt om een zaak op te zetten. Dan nog zijn we er niet. Kijk eens naar de prijzen voor bijvoorbeeld groenten die veel Marokkaanse winkels vragen. Die prijzen liggen heel laag, daar valt geen winst op te maken. Rara, hoe dat kan, die prijzen.'

Veel Marokkanen voelen weinig voor zo'n armoedig bestaan. Al was het alleen maar dat ze dan in Marokko met de nek worden aangekeken. El Wazzani: 'Je bent in Nederland om rijk te worden en als je in Marokko aankomt zonder grote auto, laat staan zonder auto, dan vragen ze of je wel in Europa werkt. Als je tegenwoordig in noord-Marokko een vrouw een huwelijksaanzoek doet, dan vragen de ouders niet meer naar je afkomst. Ze vragen of je een mizan hebt, een weegschaaltje voor cocaïne of heroïne. Als je nee zegt, maak je geen enkele kans.'

Henk Müller

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden