Doorrookt utopist

De Duitse theatercory- fee Dimiter Gotscheff regisseert een co-pro-ductie van NTGent en TA, zijn eerste werk in Nederlands taalgebied. En dat bevalt hem goed. 'Duivelskunste-naars zijn het hier.'

Het is een grappig gezicht: weggedoken in het rode pluche van de Gentse schouwburg zit hij, mager, met halflang grijs haar en tussen zijn vingers een walmende sigaret die hij laat ronddraaien als een minimajorettestaf. Dimiter Gotscheff, Duits theatercoryfee van Bulgaarse origine, regisseert Tartuffe- een co-productie van NTGent (NTG) en Toneelgroep Amsterdam (TA).


Voor zijn neus staan acteurs als Frieda Pittoors en Eelco Smits (TA) en Wim Opbrouck en Koen De Sutter (NTG). Ze ploegen wat stuurs door de confetti op de speelvloer, terwijl stagiaire-actrice Naomi Velissariou de gastregisseur de wind van voren geeft. Een toegewijde regieassistent vertaalt haar Vlaams naar zijn Duits. Het repetitieproces zit even in een stroef moment. Gotscheff, doorgewinterd acteursregisseur, zit er niet mee.


Even later, op een koud terrasje naast de schouwburg steekt hij een echte sigaret op; binnen rookt hij alleen nog elektrische varianten nadat hij zijn Belgische gastheren in moeilijkheden had gebracht: de plaatselijke autoriteiten zijn heel streng geworden in het rookverbod. Hij glundert als hij vertelt hoe heerlijk hij het vindt - nu voor het eerst - met deze Vlaams-Nederlandse acteursploeg te werken, in afwisseling met zijn Duitse acteurs in Berlijn. Hij denkt even na, zegt: 'Duivelskunstenaars zijn het hier. Deze mensen komen sneller in hun rol en zijn veel lichamelijker. Mij bevalt dat enorm. In Duitsland wordt er erg veel gediscussieerd.' Grijnst: 'Nou ja, hier vandaag dan ook. Maar dat is eerder een uitzondering.'


Vlamingen, Nederlanders, het zijn graag geziene gasten met een goede theaterreputatie in Duitsland. 'Voorstellingen van Luk Perceval, van Johan Simons, dat waren - dat zijn - nog steeds gebéurtenissen bij ons. Wij, de Duitstalige theaterwereld, wanen ons het centrum, maar ik verzeker je, de echte rijkdom zit'm in de periferie. In de marge wordt veel intenser gewerkt.' Hij onderbreekt zichzelf. 'Ik hoorde van de bezuinigingen. Ik ben sprakeloos. Eigenlijk ventileren we die woede tegenover de blinde autoriteiten ook via deze voorstelling.'


Tartuffe dus, pakweg zes jaar geleden ensceneerde hij het ook in Duitsland, in een eigenzinnige bewerking. 'Bepaald materiaal laat mij niet los. Picasso kon weet ik veel hoeveel keer hetzelfde onderwerp tekenen eer hij tot een meesterwerk kwam. Dat laatste heb ik nog niet bereikt, laten we het zo zeggen. Misschien dat ik Tartuffe over een jaar of vijf wel weer wil doen. Het is zo veellagig dat je soms gefaseerd te werk moet gaan om al die lagen te kunnen blootleggen.'


Een traditionele werkwijze betracht hij daarbij bepaald niet, Got-scheff heeft de komedie uit 1664 flink aangepakt en ook andere teksten ingebracht. Voor het grootste deel zijn die van zijn theatervriend en inspiratiebron Heiner Müller - zodanig dat een Duitse criticus grapte: 'Dit is geen Molièr', maar Müllèr.' Gotscheff: 'Dat heb ik maar als een compliment opgevat.'


'Ik wil Molière niet klassiek 'herhalen', dat is saai. Ik wil zijn poëtische energie koppelen aan die van Müller en daarvoor hoef ik geen regisseurskunstje uit te halen. Ze hebben raakvlakken die deels voortkomen uit de omstandigheid dat beiden leefden en werkten onder regimes die hun kunst ook beïnvloedde. Molière had te maken met Louis XIV, Müller leefde in de DDR, beiden plaatsten zich buiten het systeem.'


Gotscheff (Parwomaj, 1943) kwam als student naar de DDR en ontmoette er Müller, die al een naam had opgebouwd: als theatermaker, schrijver en overtuigd socialist - al zou hij later geducht kritikaster van de partij worden. Tot op de dag van vandaag, naar eigen zeggen als de laatste der Mohikanen, houdt Gotscheff vast aan het werk van zijn idool. 'Voor mij is hij een van de belangrijkste kunstenaars, om zijn taal, zijn uitdrukkingskracht, zijn overtuiging.'


Gotscheff keerde terug naar Bulgarije, in de jaren tachtig. 'Om idealistische redenen. Ik wilde de witte vlekken in de theatercultuur invullen, Brecht, Büchner, Müller ensceneren. Natuurlijk, er waren altijd problemen. Maar ik heb - ook van Molière, lees zijn brieven - geleerd hoe je daarmee omgaat. Hoe je jezelf redt, én het werk redt. Maar na tien jaar kreeg ik toch een werkverbod.' Hij steekt nog eens op en zegt met zelfspot: 'Naar Duitsland wilde ik niet meer terug, ik wilde als martelaar in de goot creperen.' Totdat hij een aanbod kreeg van Müller. Gotscheff vertrok naar Duitsland en bleef er.


'Wat me met hem verbond, was - ís - ook de utopiegedachte. Het is geen groot drama dat het socialisme ineen is gestort, veel erger is het dat het oude systeem heeft gezegevierd. Het keiharde kapitalisme.'


'Dat idee vind ik terug bij Molière. De kern van het materiaal is nog steeds actueel - hoewel ik dat begrip haat, hoor. In Tartuffe staat een rijke familie centraal. Over hoe die rijkdom tot stand is gekomen, wordt niet gepraat. Er is wel sprake van een geheimzinnig kistje. Met kostbaarheden, maar met wat nog meer? Met dingen die het daglicht niet velen. Het is grotesk, tragikomsch en het oude systeem zegeviert bij Molière.' Maar niet bij Gotscheff, hij heeft het eind veranderd, het inhalige gedrag wordt níet beloond. 'Mijn redding is nog steeds de utopie. In het theater kun je die benaderen. Het is een plek van weerstand en waarachtigheid.'


Tartuffe gaat vanavond in première bij NTGent: ntgent.be. Op 22/3 is de Nederlandse première: tga.nl. Daarna tournee.

CV Dimiter Gotscheff


Dimiter Gotscheff (68) is geboren in Bulgarije. Hij vergezelde zijn vader naar Oost-Berlijn in 1962, waar hij veeartsenijkunde en theaterwetenschap studeerde. Eind jaren zestig ontmoette Gotscheff de befaamde theaterauteur Heiner Müller, van wie hij meerdere stukken regisseerde. Vanaf 1972 regisseerde hij in de toenmalige DDR. Hij regisseerde tot 1985 in Bulgarije, waar hij onder meer de geroemde voorstelling Philoctetes maakte. Daarna werd hij uitgenodigd om in Keulen Heiner Müllers Quartet te regisseren. In 1991 kreeg hij de Prijs van de Kritiek van de Berlijnse Kunstacademie en werd hij door het tijdschrift Theater Heute uitgeroepen tot regisseur van het jaar. Hij kreeg deze prijs een tweede keer in 2005. Zijn meest gelauwerde voorstellingen zijn Ivanov en De Perzen. Hij is een graag geziene gastregisseur in Wenen, Berlijn, Düsseldorf, Frankfurt en Hamburg en werkt voor het eerst in het Nederlands taalgebied.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden