Doormodderen met een mislukte muntunie

Er is geen weg terug voor de, feitelijk mislukte, muntunie. Schadebeperking is nu nog het enige devies.

Er bestaat een groot misverstand over de Europese Unie. Dit is dat wie zich verzet tegen een federaal Europa of tegen voornemens van de Europese Commissie, tegen Europa zou zijn. Dat is niet zo, en het geeft geen pas hen 'populisten en nationalisten' te noemen, zoals de Portugese voorzitter van de Commissie, José Manuel Barroso in zijn Staat van de Unie deed. Het is zelfs het tegendeel van de waarheid, want het zijn vooral onwerkbare plannen en overspannen verwachtingen die de Europese zaak schaden wanneer zij onvermijdelijk met de werkelijkheid in botsing komen en in duigen vallen. De muntunie is daarvan een voorbeeld.


Onze minister van Financiën Johan Witteveen zei op 9 februari 1965 in de Tweede Kamer dat lidstaten met een gemeenschappelijke munt elkaar een blanco cheque gaven. 'Eén valuta', voegde hij daaraan toe, 'zou het sluitstuk moeten zijn van een volledige Europese integratie.' Die woorden waren snel vergeten.


In 1978 zei bondskanselier Helmut Schmidt dat de Duitse buitenlandse politiek de last van het Duitse verleden te dragen had. Zijn opvolger Helmut Kohl was nog specifieker toen hij elf jaar later zei dat de beslissing de D-mark los te laten niet in het belang van Duitsland was, maar dat die beslissing politiek belangrijk was want 'Duitsland had vrienden nodig. Europa zou Duitsland niet moeten wantrouwen.' Het is dus duidelijk dat de muntunie een gevolg van de Tweede Wereldoorlog is en van de rol die Duitsland daarin heeft gespeeld. Een voormalige bestuurder van de Duitse Bundesbank zei dat de muntunie het gevolg van de Holocaust is. Dat is een grove formulering, maar daarom nog geen onjuiste.


De criteria waaraan lidstaten van de muntunie moesten voldoen, lagen vast in een plechtig verdrag waar de lidstaten zich stipt aan zouden houden. Na een paar jaar lag dat verdrag in de prullenmand. Men mag zich afvragen welk Europees verdrag nu nog geloofwaardigheid bezit.


Het belangrijkste bezwaar van de muntunie is dat die ene munt twee groepen landen moet bedienen die verschillende economische culturen bezitten. Waarom het juist hoofdzakelijk mediterrane landen zijn die slecht beleid hebben gevoerd, is mij althans niet duidelijk. Omdat zij van katholieke signatuur zijn? Dat is Griekenland niet. Omdat zij onder een dictatuur hebben moeten leven? Dat heeft Ierland niet.


Hoe dan ook, deze problemen werden voorzien tijdens de onderhandelingen over het Verdrag van Maastricht dat tot de muntunie heeft geleid. Daarom werd steun van de ene lidstaat voor de andere uitgesloten (no bailing out). Ook hieraan hebben lidstaten lak gehad.


Had Nederland zich afzijdig moeten houden door deze gifbeker aan zich voorbij te laten gaan? Dat was niet mogelijk, want Duitsland had al besloten mee te doen. En economisch zit Nederland aan Duitsland vast, hoewel Denemarken niet in de muntunie zit en het economisch goed doet.


Bondskanselier Helmut Kohl koesterde het romantische ideaal van een Europese Politieke Unie (EPU). De muntunie zou geleidelijk tot een dergelijke EPU leiden. Dat zou een Europese Federatie moeten zijn naar het voorbeeld van Duitsland zelf. Daarvan is het niet gekomen.


Er is geen Europees volk, taal, rechtsstelsel of openbare mening. De essentiële voorwaarden om tot een federatie te komen, ontbreken dus. Canada staat ons nader dan Bulgarije.


In Nederland kreeg kritiek op de muntunie geen aandacht. Ikzelf ben altijd sceptisch geweest en kreeg in eigen kring te horen 'dat het wel lijkt alsof je tegen de euro bent'. Wanneer ik dit ontkende, hoorde ik: 'Je wekt wel die indruk.' Ik heb mijn best gedaan Italië buiten de muntunie te houden en heb daartoe Bundesbank-president Hans Tietmeyer opgezocht. Maar Helmut Kohl had al besloten dat Italië mocht meedoen en Tietmeyer moest zich daaraan houden. Dit leidde tot de toetreding van Griekenland, want men kon de Grieken toch niet onthouden wat men de Italianen had gegeven? Maar Griekenland heeft geen toekomst in de eurozone.


In het debat over het Verdrag van Maastricht zei minister-president Wim Kok dat de criteria in marmer gegrift boven zijn bed hingen. Wij weten hoe het daarmee is vergaan. Ik heb zelf maar vóór dat verdrag gestemd. Het is door de Eerste Kamer bij hamerslag goedgekeurd.


Hoewel de muntunie op een onjuiste analyse berust en dus een verkeerde beslissing was, moeten wij ermee doormodderen. Een weg terug is er niet. Het minste wat wij kunnen doen, is de zaak niet erger maken. Daarom moet Nederland nooit akkoord gaan met de invoering van euro-obligaties. Dan zouden alle lidstaten van de muntunie hun schulden op één hoop gooien. De totale schuldenlast zou dan door obligaties met een gemiddelde Europese rente worden gefinancierd. Niet alleen zou Nederland dan miljarden euro's meer aan rente op onze nationale schuld moeten betalen dan nu, maar de tekort-landen zouden de druk van de markt niet meer voelen en hun inspanningen zouden dus verslappen.


De euro-obligaties zijn een troetelkind van Guy Verhofstadt, voorzitter van de liberale fractie in het Europarlement. Hij zegt te streven naar een post-nationaal Europa. Dat Europa moet hij dan maar binnengaan, zij het in zijn eentje. Wat Commissievoorzitter Barroso betreft: die zegt te streven naar een federatie van natiestaten. Dat begrip - jaren geleden ook door de Duitse politicus Joschka Fischer genoemd - is een interne contradictie. De essentie van een federatie is dat de constituerende delen hun internationaal-rechtelijke persoonlijkheid verliezen.


De natiestaat met een federatie combineren, levert een wangedrocht. Aan wat voor mensen zijn wij overgeleverd?


FRITS BOLKESTEIN was van 1999 tot 2004 Europees commissaris voor Interne Markt.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden