Doorbreken van een cliché kan een cliché worden

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: buiten de gebaande paden gaan en een ruimtereis in pagina's.

Rudy van Moorleghem en Jonathan Paepens, still uit F.A.M.E. I, in NIeuwe Vide in Haarlem.

Haarlem 30 juni

De titel Girls & Ponies verleidde me deze week buiten schaduw en airco te treden richting Nieuwe Vide in Haarlem. Meisjes en pony's klinkt zo zoetsappig, dat zou vast een heel kwaaie tentoonstelling zijn. En het was veel te heet om me druk te maken, dus prettig als iemand anders dat deed. Vanaf het station liep ik door een nieuwbouwwijk met af en toe vanuit een portiek een vervaarlijk uitstekende bierbuik.

Inderdaad: geen meisjes en geen pony's in de tentoonstelling. Gelukkig maar. Ik verlang niet terug naar het gegiechel, geroddel, gehinnik en de pregnante stank van het ponykamp waar ik als 14-jarige verzeild raakte.

De vloer van de tentoonstellingsruimte was bezaaid met zakdoekjes met lippenstiftzoenen erop, dus misschien was de tentoonstelling zo kwaad niet bedoeld. Maar hoe dan wel? Een brief op roze papier, aanhef 'Dear Visitor', ondertekend door de curator, moest uitsluitsel bieden. Meisjes en pony's passen misschien best goed bij elkaar, schreef de curator (die zelf haar portie ponykampen had doorstaan), maar dat komt door sociale conventies. Eigenlijk is alles vloeibaar en moeten we buiten de gebaande paden denken, was de strekking. Amen.

Over meisjes en hun pony's las ik eens dat meisjes door het temmen en beheersen en verzorgen van een pony oefenen hoe ze later een echtgenoot kunnen temmen en beheersen en verzorgen (berijden laat ik achterwege, merkt u dat?). Zo'n simpel Freudiaans theorietje is hardnekkig. Zo maak ik me ook schuldig aan gebaande paden, kwestie van gebruiksgemak.

Nieuwe Vide probeerde me hiervan te genezen door me te laten kijken naar twee Belgische heren met pruiken op in een clichévideoclip. Zelfs het doorbreken van een cliché kan een cliché worden. Ik werd bij hen weggelokt door nogal luid gekraak en geknisper, dat bleek een hypnotiserende video gemaakt vanuit een doorzichtige plastic tas door James Gregory Atkinson en Helen Demisch. Deze tas werd gedragen, rondgezwaaid, rustte even uit en ging dan weer verder. Ik bleef kijken, ondanks dat ik een beetje duizelig werd en behoorlijk benauwd, alsof ik in een strandbal zat opgesloten. Geen idee hoe dat met sociale conventies te maken had, maar pakkend was het wel, beklemmend zelfs.

Buiten hapte ik naar adem. Was ik vloeibaarder geworden? Een beetje gesmolten ja, van die hitte. Kwam ik los van conventies? Juist niet. De bierbuiken die ik op de terugweg passeerde leken ineens verdacht veel op verwende uitgezakte verzorgponies.

Sigrid Calon, Sanne Jansen en Willem van Zoetendaal in PRINT.

Amsterdam, 1 juli

Dan de koelte maar in de hoogte gezocht. Ik besteeg na betaling van 10 warme euro's een heleboel trappen van steigerpijp en stond toen in The Garden Which is the Nearest to God, een nogal misleidende naam voor een blikkerend wit dakterras dat momenteel is aangelegd bovenop de Oude Kerk in Amsterdam. Een moderne tuin, zo helemaal bestraat. Powerplay van kunstenaar Taturo Atzu.

De Wallen waren schoon, lief, overzichtelijk en koel vanaf hier, en de condoommutsen van de Britse vrijgezellenclubs leken schattig deinende nopjes. Maar het mooist was het loodwerk en het patroon van druppelvormige leien op het kerkdak, zo dichtbij ineens. Lang geleden gelegd door vele handen, om vervolgens alleen de vogels (en de Heer, voor wie wil) te behagen. Het stemde bedachtzaam en relativerend, een beetje astronauterig.

Het vreemde was: dat gevoel hield aan terwijl ik vervolgens veel, veel verderop aan de rand van de stad de tentoonstelling PRINT bezocht, samengesteld door grafisch kunstenaar Sigrid Calon. Daar moest ik niet uit-, maar juist ínzoomen.

Hier heerste het detail. Diverse kunstenaars(-collectieven) tonen hun drukwerk. KNUST/Extrapool, het Charles Nypels Lab, Whatspace, Printroom en nog veel meer: het lijkt wel of overal in Nederland tot leven gewekte drukpersen staan waar, nu de digitale wereld ons de neus uit begint te komen, het handwerk met liefde wordt verricht.

Nu beken ik een milde dessinfetisj, maar ook wie daar geen last van heeft, begrijpt door PRINT die liefde voor de stencil, de zeefdruk, de risoprint, de toyobo-print en zo meer. Vooral patronen laten zich prachtig laag voor laag opbouwen zoals in het loeistrakke werk van Sigrid Calon. Of ze woekeren in woeste wanorde de drukvellen af, zoals ik nog vaker zag. De inkt is vet, de kleuren intens, het repeterende is verslavend. Boekjes van KNUST bekoorden mij zeer, volslagen nutteloze, freischwebende publicaties die kunstenaars maken tijdens 'Art Prison' of 'Work Holiday'-projecten (merk die arbeideristische benamingen op, zweet aan de drukpers). In publicatie no 10 van Kai Nodland, 'All connected by invisible strings', ging een lijn uit wandelen alsof Paul Klee zelf hem influisterde; van een koffiekopje naar een hand, naar een huis, naar flats en ineens het heelal in, buitelend tussen de planeten en weer terug. Het was een ruimtereis in een handvol pagina's en ik hoefde er geen traptrede meer voor op.

Girls & Ponies, Nieuwe Vide, Haarlem, t/m 23/8.

The Garden Which is the Nearest to God, Taturo Atzu, Oude Kerk Amsterdam t/m 6/9.

PRINT, WOW Amsterdam, t/m 27/9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden